Necrologie

Kees de Kort (87) was schilder van bijbelverhalen en varkens

Kees de Kort (1934 -2022) Kunstenaar

De ‘Dick Bruna van de Bijbel’ wordt Kees de Kort wel genoemd. Zijn kleurige werk werd wereldberoemd.

Illustratie ‘Op weg naar het Paasfeest’ uit de Kijkbijbel van Kees de Kort.
Illustratie ‘Op weg naar het Paasfeest’ uit de Kijkbijbel van Kees de Kort.

Lachend vertelde kunstenaar Kees de Kort uit Bergen (Noord-Holland) ooit in dagblad Trouw dat de Duitsers zijn werk wel eens als ‘Bibel und Schweinerei’ hadden omschreven: de Bijbel en zwijnerij. En dat klopt. Varkens schilderde hij graag. Maar De Kort, die op 19 augustus in Bergen overleed op 87-jarige leeftijd, kreeg ‘wereldfaam’, zoals het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap het in een persbericht noemt, door de kleurige, toegankelijke bijbelillustraties die hij tussen 1965 en 1980 maakte.

In totaal verschenen er 28 deeltjes van De Kortes beeldboekjes Wat de Bijbel ons vertelt die weer gebundeld zijn in de Kijkbijbel. Ze waren voor kinderen bedoeld, met weinig tekst: vooral De Korts schilderijen moesten het verhaal vertellen. Die reeks werd een enorm succes – in Nederland, en ook daar buiten, en is dat nog steeds. De prentenboeken, al dan niet gebundeld tot Kijkbijbel, zijn inmiddels in meer dan 65 talen vertaald. Vandaar dat de directeur van het Bijbelgenootschap Rieuwerd Buitenwerf stelt: „Kees de Kort is de Dick Bruna van de Bijbel”. Want Bruna’s kinderprentenboeken zijn ook in meer dan 50 talen vertaald.

Jozef en Maria getekend door Kees de Kort.
Jozef en Maria getekend door Kees de Kort.

Er is nog een overeenkomst. Beide kunstenaars hebben hun succes te danken aan hun talent om verhalen simpel te verbeelden. Waarbij De Kort als schilder zich soms zichtbaar door Chagall liet inspireren.

De Kort ontwikkelde zijn eigen, simpele en heldere schilderstijl speciaal voor de bijbelreeks. Die was aanvankelijk bedoeld voor verstandelijk gehandicapte kinderen: speciaal voor hen wilde het Bijbelgenootschap in de jaren zestig een sterk op beeld georiënteerde bijbelversie maken. Het genootschap schreef een wedstrijd uit onder kunstenaars in 1965. Op de laatste dag dat het kon maakte De Kort een schilderij van Jozef en Maria op een ezel, zond die in – en won. Toen hij de opdracht kreeg is hij eerst op bezoek gegaan bij de doelgroep en heeft zichzelf daarna aangeleerd „te kijken als een kind”, aldus zijn website.

Kees de Kort. Foto NBG/Sandra Haverman.

De Korts bijbelschilderingen zijn herkenbaar en overzichtelijk. Net als kindertekeningen van onderaf in een duidelijke horizontale lijn opgebouwd. Ze hebben weinig perspectief. In composities met kleurvlakken staan mensen steeds centraal – met duidelijk herkenbare emoties uitgebeeld. Zo herinneren op Twitter na De Korts dood sommige volwassenen zich nog steeds de afbeeldingen van Bartiméus die het uitschreeuwt nadat hij blind is geworden.

Menselijk aspect

Zoetig zijn De Korts bijbelschilderijen niet. Hij brak met de Renaissance-traditie waarin bijbelfiguren als verheven, paternalistische types uitgebeeld worden. Hem ging het vooral om het menselijke aspect, zei De Kort ooit in Trouw. Hij moest zijn tekeningen voorleggen aan vertegenwoordigers van het katholieke, gereformeerde en joodse geloof, en kinderdeskundigen – dat was hard werken, zei hij. Hij was zelf in 1934 geboren in het gereformeerde Nijkerk, in een katholiek gezin, en niet overdreven kerks. Dat De Korts kunst een katholieke beeldende vertelkracht heeft, in vormen die zo sober zijn „dat ze weer stoer protestants worden” zoals hij zelf zei, is gezien zijn achtergrond wel begrijpelijk.

De Korte had het zo druk met bijbelschilderijen maken in opdracht, ook voor de paus in 2017, dat hij weinig tijd had om voor zichzelf te schilderen. Maar dat deed hij wel. Hij was verzot op het schilderen van varkens, die hij sympathieke en intelligente dieren vond. Hij maakte indringende schilderijen van varkens met stressverschijnselen: „De mens is soms meer een varken dan het varken zelf”, zei hij daarover. Zowel de varkensschilderijen als de bijbelschilderijen zijn geëxposeerd, onder meer in museum Jan Cunen in Oss en het Bijbels Museum in Amsterdam.

Zijn fascinatie voor varkens kwam deels doordat hij ze schilderde bij het bijbelverhaal ‘De verloren zoon’ in de jaren zeventig. En bijbelschilderen ging beter, zei hij in een interview, nadat hij eerst als autonoom kunstenaar een varkensschilderij had gemaakt.