Halvering van de stikstofuitstoot uitstellen? ‘Help de zieke natuur zo snel mogelijk’, zegt de hoogleraar

Wim de Vries Stikstofuitstoot pas in 2035 gehalveerd? Een zieke patiënt moet je zo snel mogelijk helpen, zegt hoogleraar Wim de Vries. De natuur verkeert in kritieke staat.

Boerenprotest tegen het stikstofbeleid in het Drentse Pesse, vlakbij natuurgebied Dwingelderveld
Boerenprotest tegen het stikstofbeleid in het Drentse Pesse, vlakbij natuurgebied Dwingelderveld Foto Kees van de Veen

Morbide obesitas, luidt de diagnose. Al sinds begin jaren tachtig heeft de patiënt extreem veel gegeten. De laatste tijd misschien iets minder, maar nog altijd veel te veel. „Afvallen!”, zeggen de artsen unaniem. Maar als je al zo lang te veel gegeten hebt, ruim veertig jaar, maakt het dan eigenlijk nog uit of je direct begint met lijnen of toch een paar jaar wacht?

„Een zieke patiënt moet je zo snel mogelijk helpen”, zegt Wim de Vries, persoonlijk hoogleraar stikstof-effectmodellering aan Wageningen University & Research. „Liever gisteren dan vandaag.”

En toch zit hij met de kwestie in zijn maag. Want toon het maar eens aan, wetenschappelijk: het verschil in milieueffecten als je de stikstofuitstoot niet in 2030 halveert, zoals afgesproken in het coalitieakkoord, maar in 2035 – het plan waarmee CDA-leider Wopke Hoekstra deze week de verhoudingen binnen Rutte IV op scherp heeft gezet.

Wim de Vries rekent voor: „Dan deel je 50 procent stikstofreductie niet door 8 maar door 13 jaar. Dat is een jaarlijkse reductie van 4 in plaats van 6 procent, een verschil van 2 procent. En dat op een patiënt die al zo veel jaren ernstig ziek is. Tja…”

Zou Wim de Vries de effecten doorrekenen in een model – stikstofdepositie afgezet tegen zuurgraad (pH-waarde) en voedingswaarde (calcium, magnesium, kalium) van de bodem in natuurgebieden, dan zul je er „een vergrootglas” bij moeten pakken om de verschillen te zien.

Betekent dit dan dat het eigenlijk niet uitmaakt? Dat de Nederlandse politiek het stikstofdossier best nog een paar jaar voor zich uit kan schuiven om de boze boeren tegemoet te komen? Nee! Dat is absoluut niet de boodschap die Wim de Vries wil overbrengen. „Daarom vind ik het zo lastig om hierover te praten, want alles wordt gelijk zo politiek.”

Opinie-artikel

Dat merkte De Vries ook als co-auteur van een deze week verschenen opinie-artikel in Trouw, waarin 36 hoogleraren opriepen om over de wetenschappelijke basis en urgentie van de stikstofaanpak geen twijfel meer te zaaien. Daar ging onderling discussie aan vooraf, want een aantal ecologen zag in het artikel graag een tijdspad genoemd. Ook om de druk op de ketel te houden. „En dat snap ik, want de kwestie ís urgent, en van uitstel komt afstel. Dat heeft de politiek met haar natuurbeleid in het verleden wel bewezen. Maar wetenschappelijk ligt het genuanceerd.”

Wat je wel kunt zeggen: de natuur verkeert in kritieke staat. Er zijn weinig ecosystemen die jaarlijks meer dan twintig kilo stikstof per hectare kunnen verdragen, en vooral in de jaren tachtig liep de hoeveelheid soms op tot vijftig kilo.

Wim de Vries was in 1986 een van de eerste wetenschappers in Nederland die over de kritische grenswaarden van ‘zure regen’ – ook stikstof, feitelijk – publiceerde. Maar dat het zo uit de klauwen zou lopen, had hij in de jaren negentig niet verwacht. „Nederland heeft daarna onder meer de zwavel- en ammoniakuitstoot flink gereduceerd, dus ik had in die tijd het idee: dit is een succesbeleid. Maar wat ik me toen te weinig heb gerealiseerd: als de depositie zó veel te hoog is, dan zijn ook bij een fikse afname de langdurige effecten op de biodiversiteit veel hoger dan ik voor mogelijk had gehouden. Ook omdat na 2010 de overmaat nauwelijks verder is afgenomen.”

Herstel duurt tientallen jaren, áls het nog mogelijk is. Een beetje stikstof (fase één) is juist goed voor de natuur. Stikstof is een voedingsstof. Stikstof heeft in Europa ook tot meer bosgroei geleid.

Maar bij een teveel (fase twee) kunnen bodems het niet langer vasthouden, spoelt het uit als nitraat en verzuurt de bodem. Met als gevolg dat voedingsstoffen als calcium, magnesium en kalium uit de bodem weglekken en planten zulke stoffen vrijwel alleen nog uit de lucht moeten halen.

Er zijn soorten die daar tegen kunnen, zoals brandnetels en bramen, die het prima op meer stikstof doen. Maar heel veel planten niet. Lekker voor een potje bramenjam, jammer voor de circa vierhonderd plantensoorten die de afgelopen jaren al sterk zijn afgenomen of verdwenen, net als de insecten die daarvan leven en de vogels die weer leven van de insecten. En hoe langer je wacht met reductie, hoe meer soorten uitsterven. Dat is dus fase drie, waarin we nu zitten. Fase vier bestaat niet.

En alleen wat langzamer rijden op de snelweg is niet de oplossing. De snelheidsverlaging van 130 naar 100 maakt volgens Wim de Vries precies 0,2 procent verschil in stikstofdepositie op het totaal. „Dat is dus drie keer niks.” Maar het hele probleem neerleggen bij de landbouw – veroorzaker van 60 procent van de uitstoot – vindt hij ook niet eerlijk. „Om de patiënt te genezen zullen we allemaal een bijdrage moeten doen.”