Gustav Klimt, Judith, 1901 (detail).

Foto Klimt Foundation, Wenen

Golden Boy Gustav Klimt en het verdriet van Oostenrijk

Golden Boy Klimt Gustav Klimt, bekend van zijn gouden portretten van mooie vrouwen, was een vernieuwer in de Oostenrijkse kunst. Zijn werk, dat vanaf oktober te zien is in het Van Gogh Museum, toont de verkramptheid van de Oostenrijkers met hun verleden.

Op 7 juli 2006 is de rij om het Weense museum Belvedere dermate lang dat er buiten een lange sliert om het museum ontstaat. De Oostenrijkers hebben dan nog drie dagen om afscheid te nemen van hun Adele, een van de beroemdste schilderijen die het land op dat moment nog rijk is. Het Portret van Adele Bloch- BauerI, ook bekend als de Mona Lisa van Oostenrijk, is een werk dat Gustav Klimt (1862-1918) een eeuw eerder had gemaakt van de Joods-Oostenrijkse Bloch-Bauer. Begin 2006 is het schilderij, samen met vijf andere werken van Klimt, na zeven jaar juridisch getouwtrek toegekend aan de erfgenamen van Bloch-Bauer. Het Weense museum Belvedere had het portret in 1941 gekocht van de nazi’s, nadat die het drie jaar daarvoor hadden geconfisqueerd. Na de oorlog stelde het museum dat het de rechtmatige eigenaar was, omdat Adele Bloch-Bauer in een testament had verzocht de werken uit haar bezit te schenken aan Oostenrijkse musea. Dat bleek echter anders te zitten en het museum had het nakijken.

Sommige bezoekers leggen bij het ‘afscheid’ een roos neer, alsof het om een condoleance ging. Wekenlang zijn er pogingen gedaan geld bij elkaar te krijgen om het werk te behouden, maar de staat en Maria Altmann, de nicht van Adele Bloch-Bauer, die de zaak vanuit de Verenigde Staten had aangespannen, komen er niet uit. Het gaat Altmann niet eens zozeer om het geld. Voor het proces had ze al aangegeven dat ze met de teruggave van alleen Klimts landschappen ook akkoord was, mits ze erkenning kreeg van de staat voor wat haar familie was aangedaan. Die erkenning bleef echter uit en in Oostenrijk had niemand zin om haar voorwaarden serieus te nemen. Het proces dat vervolgens aangespannen werd, zette de manier waarop er in Oostenrijk met roofkunst wordt omgegaan wereldwijd op de kaart (in 2015 was de juridische strijd onderwerp van de film Woman in Gold met Helen Mirren in de hoofdrol).

In Oostenrijk zelf is weinig begrip voor de houding van Altmann. In plaats van zich te verdiepen in wat de nazi’s met de schilderijen van Klimt hebben gedaan – vele hadden Joodse eigenaars gehad – is er woede. Altmann wordt door de Klimt-liefhebbers en in de pers neergezet als ‘geldgierige Jüdin’, hebzuchtige Jodin. Kranten koppen met ‘Ade, Adele’ (Tot ziens, Adele) en door de stad hangen posters met dezelfde boodschap: ‘Ciao Adele’. De daders presenteren zich als slachtoffers, en het weinig zelf-reflecterende gedrag van de Oostenrijkers haalt dan ook niets uit. Vanaf het najaar van 2006 hangt het portret met de ‘gouden dame’ in de Neue Galerie in New York. Het andere portret van Adele, een bont gekleurde variant, wordt door Oprah Winfrey gekocht (die het in 2015 aan een anonieme Chinese koper verkoopt).

Nestbevuiling

Echt verrassend was die houding bij het ‘afscheid’ van Adele niet. De Oostenrijkers toonden al decennia weinig zelfkritiek over hun houding ten tijde van het Derde Rijk. Lang zag het land zich als een van Hitlers eerste slachtoffers. In de literatuur maakten ‘Heimat’-auteurs tot halverwege de jaren zestig de dienst uit in het literaire leven, er kwamen weinig kunstenaars terug uit ballingschap. Na Thomas Bernhards toneelstukken durfden weliswaar ook anderen aan ‘nestbevuiling’ te doen, maar de krampachtige houding bleef. De restitutie van door nazi’s geroofde kunst en bezittingen kwam pas eind jaren negentig aan bod. In het atelier dat Klimt in de Feldmühlgasse 11 in Wenen betrad in 1915 na de dood van zijn moeder en dat nu een museum is, hangt een lijst met geconfisqueerde werken in 1943. De catalogus behorend bij het museum somt de vele Joodse verzamelaars en muzen op die de Tweede Wereldoorlog niet overleefden of in exil bleven.

De krampachtigheid van de Oostenrijkers bij het ‘afscheid’ van hun ‘Adele’ was niet verrassend

Die krampachtigheid van de Oostenrijkse cultuur was er ook tijdens Klimts leven. Klimt, in 1862 geboren als zoon van een zilver- en goudgraveur, begint op zijn veertiende als schilder aan de academie van kunst en nijverheid. Die combinatie is handig, omdat de rijke bourgeoisie niet alleen prestigieuze gebouwen en paleisjes laat neerzetten, maar ze ook graag gedecoreerd wil zien. Reden voor Klimt om samen met zijn broer Ernst en hun vriend Franz Matsch een studio, de Künstler Compagnie, te beginnen. De opdrachten stromen binnen, en wie een plafond of muur beschildert in een nieuw huis houdt zichdaarbij zoveel mogelijk aan de afspraken van de opdrachtgever. Muren en theaterdecors worden door hen voorzien van weelderige figuren die van alles symboliseren, of vormen een eerbetoon aan kunst en historie. In het Burgtheater zijn de door hen geschilderde plafonds nog steeds te zien. Het is ook de tijd dat Gustav Klimt zijn eerste portretten maakt, waarbij De blinde, oude man (1882) opvallend ouderwets aandoet. Een portret van een Vrouw met lila sjaal (1880) heeft weliswaar al wat goud dat later zo kenmerkend zal worden voor Klimts werk, maar onderscheidt zich niet heel veel van doorsnee 19de-eeuwse portretten. De eerste naakten en jonge meisjes komen in die periode op het doek, maar wanneer zijn broer in 1892 sterft, is dat pas echt een kantelpunt in Gustav Klimts werk.

Gustav Klimt, De bruid (1917-1918, onvoltooid). Foto Klimt Foundation, Wenen

Hij draagt vanaf dat moment niet alleen de zorg voor zijn nichtje, maar bezint zich ook op de vraag waar hij naartoe wil als kunstenaar. Twee jaar na de dood van zijn broer krijgt hij de opdracht om plafondschilderingen te maken voor de universiteit van Wenen. Klimt verbeeldt ‘medicijnen’, ‘filosofie’ en ‘rechten’, maar zijn werk wordt afgewezen. De werken worden te somber gevonden en er ontstaat een rel ‘Gegen Klimt’. Hoogleraren zijn woedend omdat Klimt niet de wetenschap en de ratio verbeeldde, maar zich had gefocust op het irrationele, het instinct en de innerlijke strijd in elke mens.

Schrijver en polemist Karl Kraus vraagt zich af of de minister niet ter verantwoording geroepen moet worden, omdat het hier toch om belastinggeld gaat dat over de balk wordt gesmeten. Klimt koopt de opdracht af en besluit nooit meer voor de staat te werken. De werken worden gekocht door twee verzamelaars, om in 1938 door de nazi’s te worden geconfisqueerd. Zij slaan ze op samen met andere kunstwerken in het Immendorf Kasteel, een kasteel dat ze in 1945 in brand steken vlak voordat het Rode Leger Wenen binnenkomt. Er gaan veel werken voorgoed verloren, ook van Klimt.

„Ik wil de manier waarop er met kunst door de Oostenrijkse staat wordt omgegaan bestrijden. De staat, het ministerie, ze vallen echte kunst aan zodra er maar een kleine provocatie in is terug te vinden”, schrijft Klimt na de affaire en hij besluit het lot van zijn kunst in eigen hand te nemen. Hij heeft dan al afscheid genomen van de traditionele kunstenaars, en is de voorman van de in 1897 opgerichte avant-gardegroep Secession. Deze groep, die zich afzet tegen de ‘conservatieve’ kunstenaars, wordt symbolisch genoeg al bij de aankondiging van hun eerste tentoonstelling gecensureerd wanneer een tekening van Klimt provocatief wordt gevonden. Voor de affiche die Klimt maakt om de groepstentoonstelling aan te prijzen tekent hij namelijk Theseus (die staat voor de Secession-kunstenaars) in gevecht met de Minotaurus (de gevestigde orde). De naakte Theseus heeft een geslacht dat te weinig overlaat aan de verbeelding, is het algehele oordeel. Voordat de affiches verspreid kunnen worden, moet Klimt zijn tekening aanpassen: twee ijle bomen komen voor het onderlichaam van Theseus te staan.

Gustav Klimt, Italiaans tuingezicht, 1913 Stiftung Sammlung Kamm, Zug

Klimt maakt niet alleen de affiche voor de nieuwe groep, maar werkt ook mee aan het blad Ver Sacrum, een tijdschrift dat Oostenrijk de moderne tijd moet binnenleiden, ook wat architectuur en design aangaat. Klimts belangrijkste bijdrage aan deze groep is zijn Beethovenfries, een fresco dat onderdeel is van een Gesamtkunstwerk. Hiervoor maken 21 kunstenaars van de Secession kunst die verbonden is aan Beethoven. De componist is een ware cultheld in die tijd: in zijn huis plegen sommige kunstenaars zelfmoord om dichter bij hun held te zijn. Klimts verbeelding van de menselijke staat in Beethovens Negende wordt nu als hoogtepunt van Jugendstil gezien. Klimts Beethovenfries wordt na de tentoonstelling gekocht door de industrieel August Lederer, maar ook hij raakt in 1938 werken kwijt aan de nazi’s – in 1973 worden ze hersteld en komen in staatseigendom.

De Secession-groep, die nu wordt beschouwd als het begin van het Oostenrijks modernisme waaraan kunstenaars als Koloman Moser, Alfred Roller en Carl Moll verbonden waren en waar ook Egon Schiele inspiratie opdeed, wil zich ook meer op internationale kunst richten. Het wordt tijd dat het Weense publiek onderricht wordt in de kracht van moderne kunst in plaats te blijven hangen in de conservatieve portretkunst.

De manier waarop onder andere Klimt vrouwen neerzet, wordt typerend voor de beweging: losgemaakt van het korset van de Weense elite toont hij vrouwen op een mysterieuze en sensuele manier. Dat hij met veel van zijn modellen ook seks heeft en hen bezwangert, wordt hem niet aangerekend. Klimt krijgt in totaal zestien kinderen, maar bij slechts drie van zijn modellen (van wie er een pas 15 was) erkent hij ook daadwerkelijk de kinderen. Dat een van die erkende kinderen een filmer van nazipropaganda werd, is een wrang detail.

Een pontificale, met goud omhulde borst: Klimts schilderij Judith I vormt in 1901 een keerpunt in de Weense kunst. Foto Klimt Foundation, Wenen

Het schilderij Judith I (1901), dit najaar te zien in de tentoonstelling Golden Boy Gustav Klimt, wordt het eerste werk dat Klimt maakt met bladgoud en goudstof. Het tentoonstellen van deze femme fatale is een keerpunt in de Weense kunsten. Klimt heeft al wel eerder naakten gemaakt, vooral als schetsen, maar zo’n pontificale vrouwenborst in grotendeels goud verhuld: dat is nieuw. Het nog steeds conservatieve Wenen reageert gemengd, en boze tongen beweren dat de vrouw met ontblote borst eigenlijk Adele is. De kus – een werk dat het museum Belvedere nooit mag verlaten – Adam en Eva (1917/18) en het onvoltooide (en nog naaktere) De bruid (1917/18) moeten dan nog komen.

Van Gogh

De Weense kunst, lange tijd gericht op decoraties en tierlantijnen, moet gaan kennismaken met Europese kunst. En de wereld moet kennismaken met Weense kunst. Vanuit die gedachte vertrekt Klimt naar het buitenland, en hij schrikt zich rot. Zijn land heeft de hele stroming van het impressionisme zo’n beetje aan zich voorbij laten gaan, terwijl kunstenaars als Gauguin, Monet en Van Gogh hele nieuwe werelden in beeld brengen. Prompt gaat Klimt zelf zonnebloemen schilderen. In Ravenna en Venetië raakt hij in 1903 onder de indruk van de mozaïeken en goudverwerking, die hij weer verder ontwikkelt in zijn ‘gouden periode’.

Het kleurgebruik buiten Wenen vormt voor Klimt in 1905 de aanleiding om een nieuwe groep te beginnen, waarna hij internationaal doorbreekt. Hij wordt een succes op de Biënnale in Venetië van 1910 en is het jaar daarop deelnemer aan een internationale tentoonstelling in Rome waar hij zijn beroemde schilderij Tod und Leben (1910/11) toont. Dat werk is vervolgens in verschillende Europese steden te zien, maar wordt tijdens Klimts leven niet in Wenen zelf tentoongesteld.

Ook de laatste groep waarmee Klimt zich afscheidt, valt uit elkaar: het is 1914 en Oostenrijk wordt vanzelf meer bij Europa betrokken, daar heeft het de kunsten niet voor nodig. Klimt sterft in 1918 aan een beroerte gevolgd door een longontsteking. Zijn vriend en collega Egon Schiele, die Klimt op zijn sterfbed als afgepeigerde man portretteert, overlijdt eveneens in dat jaar. Tot nieuwe groepen in de Weense beeldende kunst komt het niet meer, maar voor een krappe twee decennia lang was de Weense kunst even bevrijd uit het conservatieve korset.

De expositie ‘Golden Boy Gustav Klimt. Inspired by Van Gogh, Rodin, Matisse…’ is vanaf 7/10 in het Van Gogh Museum in Amsterdam. Inl: vangoghmuseum.nl