Profiel

Wat zeggen oud-collega’s over Andries Jonker, de nieuwe bondscoach van het vrouwenelftal?

Oranjevrouwen Andries Jonker (59) is aangesteld als nieuwe bondscoach van de Oranjevrouwen. Hij moet het vrouwenelftal na een teleurstellend verlopen EK weer op de rit krijgen. „Je zag vroeger al: die heeft het in zich om coach te worden.”

Andries Jonker werd vanochtend gepresenteerd als nieuwe bondscoach van het Nederlands vrouwenelftal.
Andries Jonker werd vanochtend gepresenteerd als nieuwe bondscoach van het Nederlands vrouwenelftal. Foto KNVB

Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, elf, twaalf, dertien, veertien, vijftien, zestien, zeventien. Stop!”

In de documentaire Tussen vis en staal zien we coach Andries Jonker voor de spelers van Telstar staan. Samen kijken ze de beelden terug van een wedstrijd waarin de zege in de laatste seconden wordt weggegeven. Zeventien seconden. Is dat veel tijd of weinig tijd vraagt hij.

„Veel tijd”, mompelt een speler.

„Of is het eigenlijk héél veel tijd”, vraagt Jonker. „Je kan als keeper alles organiseren in zeventien seconden, je hebt álle tijd.”

Die laatste seconden, zegt Jonker tegen zijn spelers, zijn cruciaal. Hij begint te dribbelen met zijn vuisten voor zijn gezicht, als een bokser. Twaalf ronden, drie minuten, roept hij. „Maar als ik in die laatste tien seconden mijn dekking laat vallen, wat dan? Dan krijg je een ram voor je kanis in het boksen! En dan?”

„Dan verlies je”, zegt een speler.

Hij knikt. Dus moet je nog tien seconden die dekking verzorgen. „Want dat beslist of al je inspanningen rendement hebben.”

Het filmfragment typeert Jonker, die woensdag door de KNVB naar voren is geschoven als de nieuwe bondscoach van het vrouwenelftal, ruim twintig jaar nadat hij kort leiding had gegeven aan het nationale vrouwenteam. De beelden komen overeen met wat mensen vertellen die hem van nabij meemaakten, als speler, ploeggenoot of vriend. Jonker is direct, welbespraakt, pedagogisch onderlegd, zeggen zij, en neemt spelers makkelijk voor zich in met zijn Amsterdamse humor.

Lees over het vertrek van de vorige coach ook: Met Mark Parsons klikte het nooit bij de Oranjevrouwen

„Hij was bij Telstar niet alleen trainer, maar ook een soort vader van het elftal”, zegt Joris Postema, regisseur van de documentaire. „Andries was echt begaan met zijn spelers. Want hij wist: als ze het bij Telstar niet redden, is het afgelopen in het betaald voetbal. Als een schoolmeester zette hij ze aan het werk. Hij wilde dat ze voor zichzelf leerden denken en hun eigen beslissingen namen.”

Pieter de Waard, algemeen directeur van Telstar, die drie seizoenen met hem samenwerkte, vertelt dat Jonker ooit een toneelstukje opvoerde om zijn spelers te attenderen op hun toiletgebruik. Vroeger ruimde moeders hun remsporen op, zei hij, maar nu moesten ze dat zelf doen. Gewoon, hup, achterom kijken en opruimen, en zéker niet een ander beschuldigen. „Ze doen het nog steeds”, grinnikt hij.

De Waard noemt Jonker „warm en sociaal”, „op een onvoetbalachtige manier”. Maar vergis je niet, zegt hij, Jonker is ook heel ambitieus. Hij ging weg bij Telstar omdat hij té snel té veel wilde bereiken. Zelf zei Jonker bij zijn vertrek: „Ik ben elke dag met een lach op mijn gezicht naar Telstar gereden. Maar ik wil hoger, beter, meer. Sneller dan Telstar kan.” Hij kon het niet verkroppen dat zijn budget in 2022 hetzelfde was als in 2019 – het laagste budget van de Eerste Divisie.

Afbreukrisico

Toen Jonker vorige maand als gast in Studio Engeland gevraagd werd naar zijn ervaring met voetballende vrouwen, vertelde hij dat hij daar aanvankelijk niets mee had. „Ik ben met veel tegenzin bij de KNVB meisjes gaan trainen. Anders moest ik de tuchtzaken van het zaalvoetbal doen. Toen ben ik in Zandvoort gaan kijken naar een meisjeswedstrijd van het Haarlemse jeugdteam, op het perron van het station, zodat niemand me kon zien. Toen ben ik dichterbij gaan staan, achter een lichtmast. Toen vond ik het toch wel aardig.”

Begin deze eeuw gaf hij niet alleen acht wedstrijden leiding aan het nationale vrouwenelftal, maar coachte hij ook de Onder16, waarna hij voor langere tijd in de top van het mannenvoetbal werkzaam was, onder meer als assistent-trainer van Louis van Gaal bij Bayern München en Barcelona en als hoofd jeugdopleiding bij Arsenal.

Af en toe botst de maatschappelijke betrokkenheid van bondscoach Andries Jonker met zijn ambitie

Jonker stond volgens De Waard „te trappelen” toen hij door de KNVB werd benaderd om Sarina Wiegman op te volgen, die in de zomer van 2021 naar Engeland vertrok. Maar zijn omgeving ontraadde hem dat, vanwege het hoge afbreukrisico – Oranje had het EK van 2017 gewonnen en de finale op het WK van 2019 bereikt. De KNVB was op zoek naar een ‘Sarina-plus’. „Haar opvolger moest het minstens zo goed doen”, zegt De Waard. „Dan kan je beter wachten tot die opvolger de zak heeft gekregen. Het team speelt nu minder, dus valt er meer te bereiken.”

Jonker – die een contract voor drie jaar heeft getekend – zal al zijn ervaring moeten aanwenden om het Nederlands elftal weer op de rit te krijgen, na het teleurstellend verlopen EK in Engeland (kwartfinale) en de kritiek van bepalende speelsters op zijn voorganger. Dat laatste zegt iets over de verhouding tussen speelsters en bondscoach, zei Jonker vorige maand in NRC. „En dan is het belangrijk dat je dat niet laat sudderen, maar de koe bij de horens vat.”

De eerste uitdaging voor de nieuwe bondscoach dient zich al snel aan. Nederland speelt op 6 september tegen IJsland het laatste groepsduel in de kwalificatie voor het WK, dat volgend jaar zal plaatsvinden in Australië en Nieuw-Zeeland. Bij winst zijn de Oranjevrouwen zeker van plaatsing.

Sociale cohesie

Andries Jonker (59) groeide op in de volksbuurt Blauwe Zand in Amsterdam-Noord. Zijn toenmalige buurjongen en vriendje Daan Muller kan zich het gezin Jonker nog goed voor de geest halen. „Zijn vader, die bij een handelsmaatschappij werkte, was streng en gedisciplineerd. Zijn moeder deed horecawerkzaamheden op de directieafdeling van Shell. En dan had hij nog een jongere broer, Frank. Frank zei wat hij dacht en Andries dacht na voordat hij wat zei.”

Mullers oudere broer speelde bij De Volewijckers, zijn vader was voetbaltrainer en had er in het eerste elftal gespeeld. Op een dag mochten Daan en Andries mee in de rode Fiat naar de training. Muller: „Toen we het terrein opreden zag hij de bruine kantine met daarop de witte letters: A.S.C. De Volewijckers. „Hier wil ik ook spelen!” riep hij.

De meeste buurtjongens speelden bij het dichterbij gelegen DWV, maar Jonker en Muller doorliepen de jeugdopleiding bij De Volewijckers en bereikten het eerste elftal. Op de vraag wat Muller het meest bijstaat uit die tijd, zegt hij: „Andries kon niet tegen onrecht. Hij heeft mij wel eens achterna gezeten omdat ik lachte om iemand in een rolstoel.”

„Andries was áltijd bij de Volewijckers te vinden in zijn jeugd, zegt documentairemaker Postema. „En nog steeds draagt hij de club een warm hart toe. Hij ziet voetbal als een middel om de sociale cohesie in een wijk te bevorderen. Als kinderen van alle kleuren bij de Volewijckers met elkaar spelen, zei hij, leren ze elkaars gewoonten kennen en vallen onderlinge spanningen weg.”

Af en toe, zegt Postema, botst Jonkers maatschappelijke betrokkenheid met zijn ambitie.

Volgens betrokkenen liet de opvolging van Mark Parsons zo lang op zich wachten omdat Jonker stevig met de KNVB heeft onderhandeld over randvoorwaarden voor de speelsters: goede trainingsomstandigheden, goede voorwaarden tijdens toernooien, stafleden die hij hoog heeft zitten. Zaken die het vrouwenvoetbal ook op de lange termijn verder helpen. „Een goed salaris staat niet hoog op zijn prioriteitenlijst”, aldus een ingewijde.

Lees ook: het nationale vrouwenelftal kampt met structurele problemen - de Eredivisie is bijvoorbeeld te zwak

Bloedfanatiek

Jonker was zelf geen slechte voetballer, maar blonk ook niet uit. Reden waarom hij al vroeg met spelen stopte. Tegen Martin van Bakel, ploeggenoot in het eerste elftal van de Volewijckers, zei hij: ‘als ik jouw techniek en inzicht had kunnen combineren met mijn fanatisme, dan was ik prof geworden.’ Van Bakel: „Hij wist wat hij kon en niet kon. Zo was hij als speler al bloedfanatiek als het om tactische opstellingen ging. Hij houdt van mooi, technisch verzorgd voetbal. Je zag: die heeft het in zich om coach te worden. Het verbaasde me niet dat hij al jong de trainersopleiding ging volgen.”

Na de ALO werkte Jonker voor een lange rij clubs, soms als trainer, soms als assistent. Vooral als assistent van Van Gaal, nu bondscoach van het mannenelftal, heeft hij veel ervaring opgedaan. Die zei vorig jaar tijdens een weerzien bij Telstar dat hij Jonker niet „de meest complementaire persoonlijkheid” vindt, als assistent naast zichzelf.

Jonker en Van Gaal mogen dan allebei „pedagogisch onderlegde gevoelsmensen” zijn, zoals De Waard het noemt, hun uitstraling en identiteit verschilt sterk. Hoewel Jonker grote ambities heeft, is hij ook redelijk ingetogen en, zeker voor een voetbalcoach, bescheiden. En: hij behoort niet tot de mensen die zich laten definiëren door hun beroep of functie.

Na zijn vertrek bij Telstar had hij er naar eigen zeggen geen moeite mee om zonder werk te zitten. Zoals hij het ook niet erg vond om thuis te zitten na zijn vertrek als trainer bij Volendam in 2000. „Het geeft je tijd om na te denken, dingen op een rij te zetten”, zei hij vorige maand tegen de NOS. „Daardoor krijg je het gevoel dat je na een rustpauze beter bent dan daarvoor.”

„Ik herinner me Jonker als een ontspannen mens met humor”, zegt oud-international Annemieke Kiesel-Griffioen, die begin deze eeuw onder hem speelde bij de Onder16 en het nationale elftal. „Maar op momenten dat het er op aankwam kon hij ook heel direct en duidelijk zijn.”

Met zijn ervaring en persoonlijkheid heeft hij ook het huidige Oranje veel te bieden, denkt zij.