Studenten waren er tien jaar geleden al van overtuigd: de Rosmalense flatmoord was een zelfmoord

Herziening moordzaak De Rosmalense flatmoord komt deze week opnieuw voor de rechter, omdat de kans groot is dat Rob B. onterecht is veroordeeld voor het om het leven brengen van zijn vriendin. Over een moord die waarschijnlijk een zelfmoord was.

De flat in Rosmalen waar Regie van den Hoogen woonde, en waar zij in 2000 overleed.
De flat in Rosmalen waar Regie van den Hoogen woonde, en waar zij in 2000 overleed. Foto Merlin Daleman

Het strafdossier lag in een kluis en elke student kreeg een sleutel. De zeven studenten zaten in een kleine ruimte van de Vrije Universiteit in Amsterdam, soms van ’s ochtends vroeg tot laat op de avond. Als ze het dossier lazen, deden ze dat met zijn allen, opvallende passages werden hardop voorgelezen. Het ging over een vrouw in een flat in het Noord-Brabantse Rosmalen, van wie de keel was doorgesneden. Haar vriend Rob B. was daarvoor veroordeeld. Maar hij hield vol onschuldig te zijn.

Het was 2012 en de studenten deden mee aan het project Gerede Twijfel, goed voor zes studiepunten. Bij dat project houden studenten een afgeronde strafzaak opnieuw tegen het licht, meestal omdat de veroordeelde volhoudt onterecht te zijn veroordeeld. Sinds 2003 zijn zo 46 zaken onderzocht. Het staat onder leiding van rechtspsycholoog Peter van Koppen, inmiddels met emeritaat.

Danaé Stad, toen 24, nu 34, en Karlijn Cox, toen 25, nu 35, kijken samen met Peter van Koppen op verzoek van NRC terug op de gebeurtenissen van tien jaar geleden. Ze herinneren zich nog steeds bijna alle details van de zaak. Hoe het groepje elk vrij uurtje benutte om zich te verdiepen in het optreden van de politie. En hoe ze eigenlijk vanaf het begin al vaststelden dat er over het bewijs discussie mogelijk was.

Jaren later bleek die analyse terecht: de Hoge Raad oordeelde in 2020 dat de zaak opnieuw moet, nadat nieuwe, voor Rob B. ontlastende, verklaringen en rapporten verschenen. Maandag buigt het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zich over de zaak, die daarmee in het rijtje van de Puttense moordzaak, Lucia de B. en de Pettense campingmoord kan komen. „Ik studeerde criminologie en had hoge verwachtingen van de justitiële wereld”, zegt Karlijn Cox. „Maar ik heb in deze zaak echt keer op keer gedacht: hoe kan dit, wat is hier allemaal gebeurd?”

Gebrek aan braaksporen

De zaak draait om de 37-jarige Regie van den Hoogen, die op 10 april 2000 overlijdt in haar flat in Rosmalen, vlak bij Den Bosch. Als de politie aankomt, blijkt dat Regie is overleden doordat haar hals is doorgesneden – een snee van 16 centimeter. Ze ligt in het halletje, een mes onder haar arm, overal zit bloed. Haar vriend Rob B. is degene die 112 heeft gebeld. Toen hij bij de flat aankwam, zat de deur nog op slot.

Vanwege een gebrek aan braaksporen zijn er maar twee mogelijkheden: of Regie heeft haar eigen keel doorgesneden, of haar vriend Rob heeft dat gedaan.

Vooral op basis van rapporten van twee onderzoekers, Selma Schieveld en Richard Eikelenboom, wordt Rob uiteindelijk veroordeeld voor het om het leven brengen van zijn vriendin. Het rapport van Schieveld voert tien bevindingen op die volgens haar wijzen op moord. Zo concludeert ze dat het onwaarschijnlijk is dat Regie zelfmoord heeft gepleegd, omdat de snee van links naar rechts zou zijn en Regie rechtshandig was: dat zou een onhandige stand van de arm vereisen. Bovendien stelt Schieveld dat uit wetenschappelijke literatuur zou blijken dat een horizontale wond, zoals bij Regie, ongebruikelijk is bij zelfverwonding.

Het rapport van Richard Eikelenboom richt zich op de bloedspatten. Er zijn spatten gevonden op de broekspijp en schoenen van Rob. Dat past volgens de deskundige meer bij het scenario van een misdrijf dan bij zelfmoord. Rob B. wordt in 2007 in hoger beroep veroordeeld tot tbs met dwangverpleging. De tbs is inmiddels afgebouwd, maar hij verblijft nog steeds in een kliniek.

Het likkende hondje

Als de veroordeling van Rob B. definitief is, loopt zijn advocaat Pieter van der Kruijs in een café tegenover het Bossche gerechtshof rechtspsycholoog Van Koppen tegen het lijf. De hoogleraar heeft dan al veel aanzien in de wereld van de advocatuur door zijn werk aan de Vrije Universiteit. „Het zat Van der Kruijs hoog”, herinnert Van Koppen zich. „Hij zei: ‘Rob B. zit onschuldig vast.’” Als Van Koppen later het arrest van het hof, het requisitoir van het Openbaar Ministerie en het pleidooi van Van der Kruijs leest, denkt hij: hier kunnen mijn studenten iets mee.

En dus buigen Danaé Stad, Karlijn Cox en nog vijf studenten zich maandenlang over de flatmoord. De studenten doen ook experimenten. Ze fietsen de route die Rob zou hebben gefietst, in het langzame tempo dat door zijn medicijngebruik reëel zou kunnen zijn. Ook gaan ze de straat op met een liniaal, om antwoord te krijgen op de vraag: zegt de vorm van de wond iets over of er sprake is van moord of zelfmoord? Danaé Stad: „In Castricum hebben we aan tientallen mensen gevraagd om met de liniaal voor te doen hoe ze hun keel zouden doorsnijden, of hoe ze de keel van iemand anders door zouden snijden. Iedereen deed het anders, er was geen conclusie aan te verbinden, iets wat Schieveld in haar rapport wel had gedaan.”

Lees ook: Na 28 jaar vrijspraak voor Pettense campingmoord

Ook het onderzoek naar de bloedspatten van Eikelenboom wordt door de studenten onder de loep genomen. „We vonden het opvallend dat Rob B. nauwelijks bloed op zijn kleren had”, zegt Karlijn Cox, „terwijl dit in het scenario dat hij de dader zou zijn wel voor de hand zou liggen. Zeker omdat de hele hal onder het bloed zat.”

De studenten schetsen een alternatief scenario: dat Rob B. een aantal keer door de hal is gelopen, in het bloed is gestapt, en de spatten zo op zijn broek zijn gekomen. Of dat het hondje dat in de flat aanwezig was aan het bloed heeft gelikt, zoals ambulancepersoneel heeft gezien, en zo de bloedsporen mogelijk heeft overgebracht. Danaé Stad schrijft er samen met Peter van Koppen in 2015 het boek Het likkende hondje over. De conclusie: zelfmoord is een aannemelijker scenario.

Advocaat Van der Kruijs dient daarop in 2016 een verzoekschrift in bij de procureur-generaal van de Hoge Raad om nieuw onderzoek te laten doen. Als onderbouwing is onder meer het onderzoek van de studenten bijgevoegd. Ook bevat het verzoekschrift een opvallende verklaring. Het is een verklaring van een huisarts die enkele weken voor de dood van Regie van de Hoogen dienst had. Zij had hem gevraagd iets uit haar hals te snijden, omdat daar iets zou zitten wat er niet thuishoorde. De huisarts beoordeelde dat toen als een waanidee, maar Van der Kruijs ziet het als een belangrijke aanwijzing dat ze zelf in haar hals is gaan snijden. De verklaring was bij raadsheren van het gerechtshof dat Rob B. veroordeelde niet bekend.

Ook bevat het verzoekschrift aan de Hoge Raad een rapport van Frans Alkemade, een natuurkundige die sinds een jaar of vijftien de zogenoemde Bayesiaanse methodiek toepast op de bewijsvoering in strafzaken, een tak van de statistiek die waarschijnlijkheden berekent aan de hand van bewijzen. Alkemade trad als deskundige onder meer op in de zaak van de in 1998 vermoorde Nicky Verstappen. Alkemade kijkt vanuit een natuurwetenschappelijke bril naar strafzaken, omdat, zo zegt Alkemade, „strafzaken soms belangrijke denkfouten over statistiek en kansberekening bevatten”.

(On)waarschijnlijkheid

Volgens Alkemade, die vanwege zijn positie als deskundige niet op de zaak zelf wil ingaan, verzuimen politie en justitie soms om de feiten correct en consequent vanuit meerdere scenario’s te bekijken. „Als een bepaald feit erg ongeloofwaardig lijkt onder het ene scenario, dan wordt te snel gedacht dat daarom het andere scenario wel gebeurd moet zijn.”

In de flatmoord, stelt Alkemade in zijn rapport, is bijvoorbeeld het zelfmoordscenario als onwaarschijnlijk beoordeeld, want: wie snijdt nou haar eigen keel door? Maar als je het overlijden van Regie statistisch beschouwt vanuit het alternatieve scenario van Rob als dader, en daarbij ook de forensische bewijskrachten zoals de bloedspatten correct interpreteert, blijkt het schuldscenario voor Rob veel onwaarschijnlijker dan het zelfmoordscenario.

In 2018 wordt door deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut nader onderzoek gedaan, op verzoek van de Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS). Die onderzoekers vegen de eerdere onderzoeken van tafel. Het bloedsporenbeeld past meer bij een scenario van zelfmoord dan van een misdrijf, en de snijwond vertelt niks over of er sprake was van moord of zelfmoord. Als ook een hoogleraar forensische geneeskunde tot de conclusie komt dat zelfmoord veel waarschijnlijker is dan doodslag, dient Diederik Aben, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, een herzieningsverzoek in.

Danaé Stad en Karlijn Cox zullen maandag in de rechtszaal zitten. De studenten van toen zijn trots, maar durven niet vooruit te lopen op de uitkomst. „Ik had vanaf het begin het gevoel dat hier iemand misschien onschuldig is veroordeeld”, zegt Danaé Stad. „Daarom hebben we zo hard gewerkt. Het is fijn om te zien dat het niet allemaal voor niks is geweest.”

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0800-0113 of www.113.nl