Cokesnuivers aanspreken op de gevolgen van hun gebruik? Toch maar niet

Drugsgebruik Kabinet, politie en de gemeente Amsterdam zouden drugsgebruikers gaan aanspreken op de maatschappelijke consequenties van hun drugsconsumptie. Er kwam niets van terecht.

Beeld Getty

Driehoek tegen drugscriminaliteit heet het lijvige plan met een rode kaft vol getekende cocaïnezakjes en pistolen. De Amsterdamse hoofdcommissaris Frank Paauw, hoofdofficier René de Beukelaer en burgemeester Femke Halsema brengen het in mei 2021 naar buiten, omdat zij de grootschalige cocaïnehandel – waarin de stad een Europese hoofdrol speelt – de kop in willen drukken.

Vier sleutelmomenten laten volgens de driehoek zien dat de cocaïnehandel is verhard en gepaard gaat met excessief geweld dat ook onschuldigen raakt: de vergismoord op de 17-jarige stagiair Mohamed in een buurthuis in het centrum, de aanslag op het pand van dagblad De Telegraaf, de moord op de broer van kroongetuige Nabil B., en de moord op B.’s advocaat Derk Wiersum. De liquidatie van Peter R. de Vries, nóg zo’n sleutelmoment, vindt een maand na de publicatie van het plan plaats.

Naast perspectief bieden aan kwetsbare jongeren en het tegengaan van excessief geweld prijkt bovenaan de actiepunten in het plan een onalledaagse strategie: het vergroten van het bewustzijn onder gebruikers van de corrumperende werking van drugshandel. „Zoals de consument van goedkope confectie regelmatig wordt geattendeerd op de arbeidsomstandigheden in fabrieken in bijvoorbeeld Azië, zo mogen recreatieve drugsgebruikers zich veel meer bewust worden van hun bijdrage aan de ontwrichting van de Amsterdamse samenleving.” Om drugsgebruikers te confronteren met de gevolgen van hun gebruik wil de driehoek hierover „de komende tijd een maatschappelijke discussie op gang brengen”.

Lees ook: Vergismoord op Mohamed in een zwijgwijk waar je niet met politie praat

‘Breed offensief’

Amsterdam staat daarin niet alleen. Sinds 2019 wordt ook op het ministerie van Justitie en Veiligheid en bij de politie gesproken over campagnes en andere manieren om drugsgebruikers te confronteren met de maatschappelijke gevolgen van gebruik. Coalitiepartijen ChristenUnie en CDA zijn warme pleitbezorgers. Het moet een van de pijlers worden waarop het zogeheten ‘breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit’ rust.

Toch is er tot nog toe niets terecht gekomen van de plannen om drugsgebruikers aan te spreken op de gevolgen van hun drugsconsumptie, blijkt uit een rondgang door NRC. Voorgenomen publiekscampagnes zijn gesneuveld of leggen het af tegen andere prioriteiten.

„Als je harddrugs gebruikt, financier je zware criminaliteit en liquidaties.” In interviews benadrukte de toenmalige minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus (CDA) vanaf 2018 geregeld dat hij vindt dat drugsgebruikers óók verantwoordelijkheid voor drugscriminaliteit dragen. Naast voorlichting over de gezondheidsrisico’s vond de minister dat gebruikers met de neus op de maatschappelijke keerzijde van de drugsindustrie gedrukt moesten worden.

De Tweede Kamer riep hem daar in 2019 ook formeel toe op door een motie aan te nemen van ChristenUnie en CDA om de normalisering van drugsgebruik tegen te gaan. „Drugsgebruikers houden met hun gedrag criminaliteit in stand”, stelde ChristenUnie-indiener Joël Voordewind, nadat de motie was aangenomen. „We moeten het taboe op het aanspreken van de gebruikers doorbreken.”

Het ‘brede offensief’ van het kabinet moet ook „een maatschappelijke discussie op gang [wil] brengen” over de normalisering van drugsgebruik.

Publiekscampagnes

Intern worden daarop plannen voor publiekscampagnes gesmeed en miljoenen gereserveerd, blijkt uit stukken die openbaar zijn geworden na een beroep op de Wet openbaarheid bestuur. Zo moet er een „structurele investering in een bewustwordingscampagne” plaatsvinden.

Maar die campagne komt er nooit. Het voornemen drugsgebruikers aan te spreken, verdwijnt de afgelopen jaren stilletjes uit beleidsdocumenten. Hoe dat is gebeurd, is onduidelijk.

Het ministerie van Justitie wil daarover geen vragen beantwoorden en verwijst door naar staatssecretaris Maarten van Ooijen (Volksgezondheid, ChristenUnie), die verantwoordelijk is voor verslavingszorg- en preventie.

Hij wijst er via zijn woordvoerder op dat een brede publiekscampagne wel is „onderzocht”, maar dat er uiteindelijk omwille van de „zorgvuldigheid” van af is gezien. Omdat in Nederland afgelopen jaar „slechts” 2 procent van de volwassenen (284.000 personen) cocaïne gebruikte, is het „zeer moeilijk” een grootschalige campagne in te richten waarin alleen die groep bereikt wordt. Volgens het ministerie is het risico van een campagne die iedereen bereikt zelfs dat drugsgebruik normaler wordt gevonden.

De overheid werkte geen ander beleid uit om de honderdduizenden Nederlanders die wél cocaïne gebruiken gericht aan te spreken. Hoe en of dat in de toekomst gaat gebeuren, is onduidelijk. Van Ooijen stelt via zijn woordvoerder dat „we nog niet klaar zijn met de maatschappelijke discussie op dit onderwerp”.

Bij de plofkip kun je wijzen op een alternatief, op biologisch vlees. Bij drugs kan dat niet

Ondertussen heeft ook de politie de plannen begraven voor een campagne. De politie was eerder van plan om een eigen campagne te lanceren rond een fictief keurmerk van ‘liquidatievrije cocaïne’: die bestaat niet omdat er achter cocaïne een gewelddadige wereld schuilgaat, zo licht een woordvoerder toe.

Van de campagne is afgezien omdat de politie tot de conclusie kwam dat het niet aan hen is de drugsgebruiker aan te spreken op zijn gedrag. „Wij moeten criminaliteit bestrijden en strafbare feiten opsporen”, zegt de woordvoerder van de korpsleiding. Ook speelde mee dat het nut van aanspreken niet groot werd geacht. Nederland vervult een spilfunctie in de Europese drugshandel en veel verdovende middelen die hier geproduceerd of verhandeld worden gaan de grens over. „Slecht een klein deel van de drugs is voor de binnenlandse markt. Dan kun je de gebruiker hier wel aanspreken, maar dat leidt niet of slechts zeer beperkt tot vermindering van de drugshandel.”

Politiek staat het aanspreken van drugsgebruikers nog steeds op de agenda. Tweede Kamerlid Anne Kuik (CDA) schreef eind vorig jaar een column waarin ze zei dat het na vliegschaamte tijd is voor drugsschaamte. Ook presenteerde het CDA een nieuwe ‘visie’ op drugscriminaliteit waarin het „het eigen ‘recht op een high’ zonder daarbij oog te hebben voor de maatschappelijke gevolgen” werd gekapitteld.

Gedragsverandering

Onderzoeker Martha de Jonge van het Trimbos-instituut stelt dat niet zomaar kan worden aangenomen dat het aanspreken van drugsgebruikers ook tot minder drugsgebruik leidt.

Ze wijst er op dat het goed is als mensen zich bewust zijn van de gevolgen van hun gedrag: van het eten van plofkip tot het rijden zonder autogordel. Maar dat betekent niet dat het menselijk gedrag vervolgens ook automatisch verandert. Voor zo’n gedragsverandering is het belangrijk dat gebruikers een alternatief handelingsperspectief wordt geboden, zoals bij plofkip het wijzen op biologisch vlees en vegetarische alternatieven. Bij drugs kan dat niet.

Daarnaast stelt De Jonge dat iemand bij het besluit om drugs te consumeren verschillende factoren afweegt, waaronder het stimulerende effect van de drugs, het gezondheidsrisico en wat vrienden van drugsgebruik vinden. „Het idee dat drugs gelinkt zijn aan een crimineel circuit kan een factor zijn, maar zal bij de meeste mensen echt ondergeschikt zijn. Het genotseffect en hoe er in de vriendengroep mee omgegaan wordt, weegt zwaarder dan of er mensen zijn neergeschoten of uitgebuit voor een lijntje coke.”

In Amsterdam is het voornemen om drugsgebruikers aan te spreken overigens nog niet van tafel. De Amsterdamse driehoek stelt desgevraagd de mogelijkheden om het beloofde bewustzijn onder drugsgebruikers te vergroten wel te hebben „verkend”, maar stelt dat het onderwerp „nog onvoldoende vervolg” heeft gekregen vanwege een gebrek aan (personele) capaciteit. „We kunnen niet alles tegelijk.” Momenteel wordt voorrang gegeven aan andere onderdelen uit het ‘driehoek tegen drugscriminaliteit’-plan, zoals de aanpak van drugsgerelateerd geweld en het voorkomen dat jonge criminelen doorgroeien in hun criminele carrière.

Een woordvoerder van burgemeester Halsema stelt dat zij nog steeds „zeer bezorgd” is over de maatschappelijke ontwrichting in kwetsbare wijken die het gevolg is van drugscriminaliteit. „Gebruikers zouden zich daar meer bewust van moeten zijn.”