Rechter zet deur open voor omstreden opsporingsmiddel met criminele burgerinfiltrant

Georganiseerde misdaad Het inzetten van een criminele burgerinfiltrant in een onderzoek naar de Hells Angels is rechtmatig, oordeelt de rechter. Daarmee lijkt de deur open te staan voor een bredere inzet van een omstreden opsporingsmiddel.

Een criminele burgerinfiltrante met de codenaam A-4110 was vanuit Friesland betrokken bij internationale handel in drugs.
Een criminele burgerinfiltrante met de codenaam A-4110 was vanuit Friesland betrokken bij internationale handel in drugs. Illustratie Gijs Kast

Een collectieve zucht van teleurstelling klinkt woensdagmiddag vanaf de publieke tribune van de rechtbank van Leeuwarden, nadat de rechter aan alle illusies van de verdachten een einde heeft gemaakt. De inzet van de criminele burgerinfiltrant in de zaak-Vidar is rechtmatig. Dus worden 15 verdachten veroordeeld voor handel in harddrugs, witwassen, deelname aan een criminele organisatie en wapenbezit.

Daardoor lijkt de deur verder opengezet te worden voor bredere inzet van misschien wel het meest omstreden opsporingsmiddel van Nederland: de inzet van criminele burgerinfiltranten. Het gebruik van burgerinfiltranten ontspoorde in de jaren 90 volledig tijdens de IRT-affaire, waarna de inzet van het middel werd verboden.

Codenaam

Het draaide allemaal om een man die alleen bekendstaat onder zijn codenaam: A-4110. De politie zette hem in een onderzoek naar betrokkenheid van leden van de Hells Angels naar handel in drugs. De voorwaarden van de inzet van een criminele burgerinfiltrant staan omschreven in een motie van toenmalig PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt. Daarin staat een aantal voorwaarden, die niet nader zijn uitgewerkt of gespecificeerd. Zo moet het gaan om zeer gesloten criminele groeperingen die zich schuldig maken aan ondermijnende en georganiseerde criminaliteit, moet sprake zijn van korte trajecten, mag de inzet alleen plaatsvinden na toestemming van de minister en mag er geen gebruik worden gemaakt van een groei-infiltrant, doorgaans uitgelegd als een infiltrant die steeds belangrijker wordt in een criminele organisatie.

De vraag was in het Vidar-onderzoek: is aan die voorwaarden voldaan? De advocaten vonden evident van niet: zo zou de inzet van de criminele burgerinfiltrant niet in verhouding staan tot de zwaarte van de zaak. De ministeriële toestemming was volgens de advocaten pas gegeven nadat A-4110 zijn contract als criminele burgerinfiltrant ondertekende en hij ook al werd ingezet. Dat A-4110 een jaar is ingezet als criminele burgerinfiltrant, vinden zij geen ‘kort’ traject.

Geen belemmeringen

Maar de rechter ging woensdag mee met de stelling van het OM: A-4110 mocht ingezet worden. De rechtbank zegt dat de wet geen belemmeringen opwerpt om een criminele burgerinfiltrant in te zetten. Wel moet er dan aan een aantal voorwaarden worden voldaan: zo dient de top van het OM vooraf in te stemmen met de inzet, en moet de minister vooraf op de hoogte worden gesteld. Dat is hier allebei niet het geval geweest: de toestemming van de landelijke leiding van het OM en het op de hoogte stellen van de minister is gebeurd nadat de overeenkomst was gesloten. Te laat dus, oordeelt de rechter. Alleen heeft dit vormverzuim geen gevolgen, omdat volgens de rechtbank er onder meer geen gerechtvaardigd belang van de verdachten mee is geschonden. Ofwel: de rechter vindt de gevolgen van de vormfouten niet erg genoeg om het OM af te straffen.

Traditionele opsporingsmiddelen

De voorwaarden uit de motie van Jeroen Recourt uit 2014 zijn ook van belang, omdat deze door de landelijke leiding van het OM zijn opgenomen in de Aanwijzing Opsporingsbevoegdheden. Daardoor tellen de voorwaarden uit de motie als eigen regelgeving waar het OM zich aan moet houden. Aan een aantal voorwaarden is in deze zaak voldaan, er was volgens de rechter sprake van zware criminaliteit die met traditionele opsporingsmiddelen onvoldoende kon worden aangepakt. Ook heeft de politie voortdurend toezicht gehouden op het handelen van de infiltrant, en is hij bijvoorbeeld niet op eigen houtje strafbare feiten gaan plegen.

Maar niet alles is goed gegaan. Toenmalig justitieminister Opstelten bestempelde in 2014 in Tweede Kamer dat een kortstondig traject een eenmalige inzet inhoudt. Dat was in de zaak-Vidar duidelijk niet het geval. De rechtbank stelt dat het OM zich dus niet aan zijn eigen regelgeving heeft gehouden, en ook hier sprake is van vormverzuim. Maar ook dit heeft geen gevolgen. Ook hier speelt weer een rol dat de verdachten door dit vormverzuim niet in hun verdediging zijn geschaad.

Ook overweegt de rechtbank dat de integriteit van de opsporing, zoals bij de IRT-affaire, niet in het geding is, doordat er bijvoorbeeld onder de verantwoordelijkheid van een officier van justitie grote hoeveelheden drugs op de markt zijn gekomen.

En dus werd er bij elkaar opgeteld een kleine veertig jaar gevangenisstraf opgelegd in de zaak-Vidar. „We voelen ons gesterkt door deze uitspraak”, zegt Jan Hoekman, persofficier bij het OM Noord-Nederland. De uitspraak betekent in ieder geval dat het OM niet zal stoppen met het inzetten van criminele burgerinfiltranten, beaamt Hoekman. „Maar ze staan ook niet in rotten van drie klaar voor de deur van het OM.”

Lees ook Hoe een criminele burgerinfiltrant de politie naar de Hells Angels leidde

Niet uit de bocht vliegt

Volgens advocaat Sander Janssen, die wel benadrukt dat hij het hele vonnis nog moet lezen, kan het oordeel van de rechtbank worden gelezen als: als je niet uit de bocht vliegt, zijn de voorwaarden niet zoveel waard. „Dat lijkt me voor zo’n omstreden opsporingsmiddel erg gevaarlijk. Het kalf moet blijkbaar eerst opnieuw verdrinken.”

Een van de mannen die in de val van criminele burgerinfiltrant A-4110 liep, was ook bij de uitspraak aanwezig. Het gaat om Justin S., een sportieve dertiger met een grote bos krullen en een getatoeëerd lichaam. Hij werd veroordeeld tot vijf jaar cel. Justin S. zegt dat de infiltrant hem heeft geïntimideerd, en dat hij is aangezet tot crimineel handelen. „Toen ik hoorde dat het een infiltrant was, vielen de puzzelstukjes op zijn plek. Dat de rechter dit goedkeurt, vind ik heel raar. Het vertrouwen in de rechtsstaat neemt echt af hierdoor.”

Volgens advocaat Boersma zet de uitspraak de deur open voor meer zaken waarin de methode wordt gebruikt. „We gaan in de toekomst meer zaken zien waar dit megaheftige middel wordt ingezet, waarmee het in het verleden gruwelijk is misgegaan en weer zo mis kan gaan. Daar ben ik van overtuigd.”