Raad van State vernietigt weigering verblijfsvergunning in twee kinderzaken

Bestuursrechter Het gedrag van hun familieleden was doorslaggevend voor de staatssecretaris om de kinderen geen verblijfsvergunning te geven. Volgens de Raad van State leidde dit besluit tot te grote nadelige gevolgen voor de kinderen.
Voormalig staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid, VVD).
Voormalig staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid, VVD). Foto Bart Maat/ANP

De Raad van State heeft woensdag een besluit van de staatssecretaris om vier kinderen en hun familie geen verblijfsvergunning toe te kennen vernietigd. Het gaat om twee beslissingen van voormalig staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid, VVD), die te grote nadelige gevolgen hebben voor de betreffende kinderen. De huidige staatssecretaris Eric van der Burg (Asiel en Migratie, VVD) moet de aanvragen opnieuw bekijken.

Broekers-Knol nam de besluiten op basis van de zogenoemde Afsluitingsregeling. Deze regeling maakt het de staatssecretaris sinds 2019 mogelijk om kinderen die al lang in Nederland verblijven, maar niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning, tegen voorwaarden alsnog een vergunning te verlenen. Wanneer een kind via deze regeling een vergunning krijgt, mag de rest van de familie ook in Nederland blijven. Andersom krijgt geen enkel gezinslid een verblijfsvergunning als een van de familieleden niet aan de voorwaarden voldoet.

Bij de twee teruggedraaide zaken heeft de staatssecretaris een zogeheten contra-indicatie toegepast. Hoewel de kinderen aan de andere voorwaarden voor de verblijfsvergunning voldeden, was het gedrag van hun familieleden doorslaggevend om geen verblijfsvergunning te verlenen. Zo kon volgens de staatssecretaris in de ene zaak de moeder haar werkelijke identiteit niet aantonen en zou in de andere zaak de vader een gevaar voor de openbare orde zijn, omdat hij winkeldiefstallen had gepleegd.

Onevenredigheid

Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak moet de staatssecretaris in elke zaak steeds bekijken of een weigering niet leidt tot onevenredige gevolgen voor het kind. Hij moet daarom motiveren of het besluit geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is. Hoewel de staatssecretaris hierbij veel beleidsruimte heeft, moet de bestuursrechter een afwijzing tevens „indringender” toetsen als het aangedragen argument voor de weigering het gedrag van een gezinslid betreft.

In beide uitspraken die woensdag beoordeeld zijn stelt de Raad van State dat het niet verlenen van een verblijfsvergunning aan de families tot onevenredige gevolgen leidt voor de kinderen. Bij een nieuwe beoordeling van de zaak mag de staatssecretaris niet opnieuw stellen dat de moeder haar identiteit niet heeft kunnen aantonen en dat de vader in de andere zaak een gevaar voor de openbare orde vormt.

Bij de Raad van State liggen nog 45 zaken waarin een verblijfsvergunning is geweigerd op basis van de Afsluitingsregeling. Een woordvoerder laat weten dat het niet in al deze gevallen gaat om een kwestie van onevenredigheid. Het aantal zaken waarin dit een rol speelt, komt volgens hem „niet boven de tien uit”. Ook benadrukt de woordvoerder dat de uitspraak van woensdag niet per se gevolgen zal hebben voor deze zaken, omdat de omstandigheden in elke zaak verschillen.