Licht en duisternis

Woord Het verband tussen een Middeleeuws krijgsvolk, een bouwstijl, Dracula en punk is, volgens , gotisch ofwel gothic.

Goot, gotisch en gothic, drie woorden die op elkaar lijken, maar die elk voor iets geheel anders staan. Gotisch voor de bouwstijl van heldere, doorlichtende kathedralen en gothic voor de duisternis van horror en bloeddorstigheid. En toch hangen ze samen. Niet via het woord goot, dat van gieten komt, en dat in het riool eindigt, maar wel door de Goten, het uitgestorven Oost-Germaanse volk dat aan de basis staat van deze woordfamilie.

Koning der Goten

De Goten, woeste krijgers die in de Grote Volksverhuizing van de 4e tot de 6e eeuw het Romeinse Rijk mede omverwierpen, waren de burgerschrik van heel Middeleeuws Europa. Zij bezetten niet allen Spanje tot de islamitische Moren zich daar vestigden, ze beheersten ook het hoge Noorden. Het Zweedse Oostzee-eiland Gotland en Gotenburg leveren daar nog bewijs van. Tot een vijftig jaar geleden voerden zowel de Zweedse als de Deense koning de titel Koning der Goten.

Toen in Noord-Frankrijk in de latere Middeleeuwen een nieuwe bouwstijl opkwam, die spitsbogen en ijle hoogte prefereerde boven de donkerte van de romaanse rondbogen, werd deze vernieuwing lang niet door iedereen als positief gezien. De 16e eeuwse Italiaanse schilder, architect en vroege kunsthistoricus, Giorgio Vasari, die als Renaissancist zelf een groot voorstander was van een stijl die op de Grieks-Romeinse oudheid terugging, noemde de nieuwlichterij uit het Noorden met een scheldwoord ‘estilo gótico’, een barbaarse stijl. Deze negatieve betekenis heeft gotisch lang behouden. Het Franse woord gothique betekent in eerste instantie nog steeds ‘woest, onbeschaafd’; ‘les siècles gothiques’ slaat op de donkere middeleeuwen met hun wrede, onbehouwen zeden en gebruiken.

De moderne toerist rijdt kilometers om, om grote gotische kathedralen te bewonderen

Eeuwen later, toen niet alleen kerkgangers maar ook kunsthistorici oog kregen voor de schoonheid en de kwaliteit van de gotiek, kreeg gotisch zo’n positieve bijklank dat de moderne toerist omrijdt om de grote gotische kathedralen van Chartres, Beauvais, Straatsburg en Reims te bewonderen.

Griezelverhaal

Toch verdween de duistere associatie niet helemaal. Het Engelse gothic, net als de Nederlandse pendant ontleend aan het Frans, bleef voornamelijk verwijzen naar ‘the dark ages’, een weinig gespecificeerde Middeleeuwse tijd, die zich kenmerkte door romantische ongestructureerdheid en somberte, die recht tegenover de strakke ratio van de klassieken staat. Zo kon de 18e eeuwse schrijver Horace Walpole, vierde graaf van Oxford en zoon van de langstzittende eerste minister onder George II, zijn griezelverhaal The Castle of Otranto (1764) ‘a gothic novel’ als ondertitel meegeven.

Het is een bloederig verhaal dat zich afspeelt in een geheimzinnig kasteel. Met de introductie van de gothic novel, diende Walpole als voorbeeld voor een genre dat in de 19e eeuw beroemd werd door Mary Shelleys Frankenstein, Edgar Allen Poes The Fall of the House of Usher en Bram Stokers Dracula.

De introductie van de stomme film in de 20e eeuw bood kansen aan de gothic film en een halve eeuw later ontwikkelde zich een gothic subcultuur uit de punkscene en de new wave, met zwarte kleding, nekbanden, piercings en een griezelige uitstraling als waren ze als afstammelingen van de oude Goten een nieuwe burgerschrik.