Opinie

Het reguleren van fastfoodzaken is niet betuttelend

Vrijheid Mensen worden altijd beïnvloed in hun keuzes, schrijft . Laat liever de overheid die keuzes sturen dan commerciële partijen.
Foto Peter Hilz/HH

Gemeenten kunnen nauwelijks reguleren waar fastfoodzaken zich vestigen. Hierdoor kunnen fastfoodondernemers gemakkelijk nieuwe vestigingen openen op plekken met veel potentieel, zoals bijvoorbeeld in de buurt van scholen en in achterstandswijken. Verdere groei van het percentage Nederlanders met overgewicht (nu al meer dan 50 procent, blijkt uit cijfers van het CBS ) ligt daardoor op de loer, wat niet alleen resulteert in een lagere levensverwachting maar ook leidt tot hogere zorgkosten. Om die reden vroegen de vier grootste gemeenten plus Ede – de eerste gemeente met een heuse wethouder ‘food’ – aan het kabinet om met wetgeving te komen die gemeenten meer mogelijkheden biedt om de vestiging van fastfoodzaken te beteugelen.

In een recent drieluik over het fastfoodprobleem interviewde NRC lokale bestuurders over deze reguleringsplannen. De artikelen laten zien dat gemeentelijke regulering niet snel geregeld zal zijn. ‘Fastfood’ laat zich lastig definiëren, maar bovenal ligt dergelijk beleid gevoelig bij de grootste partij van Nederland. Binnen de VVD wordt regulering vaak gezien als een beperking van vrijheid en worden dit soort plannen al snel als ‘betuttelend’ bestempeld.

Deze kritiek stoelt op een veel te beperkt begrip van vrijheid. Het reguleren van de vestiging van fastfoodzaken is niet vrijheidsbeperkend en kan juist een veel grotere mate van vrijheid opleveren. Om te beginnen zijn de reguleringsplannen niet vrijheidsbeperkend voor consumenten. Fastfood consumeren blijft immers mogelijk. Door fastfoodzaken op bepaalde plekken te mijden worden mensen slechts gestuurd in hun keuzes: als mensen langer moeten fietsen voor een broodje kroket, wordt die optie minder aantrekkelijk en zal men sneller kiezen voor een alternatief. Iedereen die het invloedrijke boek Nudge uit 2008 van Richard Thaler en Cass Sunstein heeft gelezen, weet dat dit met betutteling niets te maken heeft. Mensen worden namelijk altijd beïnvloed in de keuzes die zij maken.

Wie stuurt?

Nudge gaat over de manier waarop beleidsmakers mensen naar meer gezondheid en geluk kunnen dirigeren. Uitgangspunt is dat de manier waarop verschillende opties worden aangeboden mede bepaalt welke keuzes mensen maken. Neem het voorbeeld van de supermarkt: als de koeken op ooghoogte in de schappen liggen dan kopen mensen vaker koeken, geldt dit voor de appels dan kopen ze vaker appels. Volledige keuzevrijheid bestaat niet. Diegene die bepaalt hoe verschillende opties worden aangeboden – ‘de keuzearchitect’ genoemd in Nudge – stuurt menselijk handelen.

Als de overheid invloed zou gaan uitoefenen op de vestigingsplaats van fastfoodzaken speelt zij de rol van de keuzearchitect. Ze doet een architectonische ingreep in het keuzeaanbod van voedsel in de publieke ruimte. Wanneer de overheid het voedselaanbod niet reguleert, dan wordt de volledige macht van de keuzearchitect aan bedrijven gelaten. De keuzes van mensen worden dan nog steeds beïnvloed, maar dan door commerciële partijen.

Bedrijven gebruiken de macht van de keuzearchitect om winstmaximalisatie te realiseren. Fastfoodzaken zullen zich dus vestigen op plekken met het grootste winstpotentieel. Een verdere stijging van het aantal mensen met overgewicht – lees: meer zorgkosten, lagere levensverwachting, minder welzijn – wordt zo in de hand gewerkt. De overheid doet er dus goed aan om de rol van de keuzearchitect naar zich toe te trekken; als er dan toch invloed wordt uitgeoefend op onze keuzes, dan liever door een actor die bevordering van het menselijk welzijn als kerntaak heeft.

Lees hier: Om fastfood aan te pakken moet je eerst weten wat het ís – en de andere artikelen uit de serie

Meer vrijheid

Daar komt nog bij dat de regulering van fastfoodzaken leidt tot een gezonder eetpatroon, wat juist meer vrijheid kan opleveren. Mensen met een smalle beurs, een groep waar overgewicht vaker voorkomt, zullen op termijn minder geld kwijt zijn aan zorgkosten als zij gezonder gaan eten. Dan kunnen zij dingen doen die ze voorheen misschien wel wilden maar niet konden. Ook de overheid heeft minder zorgkosten, waardoor financiële ruimte vrijkomt voor bijvoorbeeld belasting verlaging. Dit vergroot de keuzemogelijkheden van mensen.

De enigen die enigszins in hun vrijheid worden beperkt door de regulering zijn fastfoodondernemers. Hen wordt immers verboden zich te vestigen op plekken waar ze dat misschien wel zouden willen.

Volledige keuzevrijheid bestaat niet en het enigszins beteugelen van de vrijheid van de een, kan extra vrijheid voor een ander betekenen. Goede en gebalanceerde wetgeving vereist kritische reflectie op dergelijke ‘vrijheidstrade-offs’. Iedere maatregel die voor een kleine groep een vrijheidsbeperkend element bevat als betuttelend bestempelen, werkt dergelijke wetgeving juist tegen. Dat de Haagse VVD-wethouder Kavita Parbhudayal een van de bestuurders is die voor meer regulering van fastfoodzaken pleiten, is wat dat betreft hoopgevend. Het is te hopen dat ook haar partij in de toekomst minder snel maatregelen die in potentie vrijheid opleveren als ‘betuttelend’ afdoet.