Een warm jaar vol met dagrecords

Klimaatverandering Sinds 1990 zijn ruim 2,5 keer zoveel warmterecords in De Bilt gebroken als zonder klimaatverandering zou zijn gebeurd.

Veel bomen hebben het moeilijk vanwege de langdurige droogte. Naar schatting 80 procent van de fijnsparren zal ten prooi vallen aan een kevertje wat de door droogte verzwakte bomen aantast.
Veel bomen hebben het moeilijk vanwege de langdurige droogte. Naar schatting 80 procent van de fijnsparren zal ten prooi vallen aan een kevertje wat de door droogte verzwakte bomen aantast. Foto Flip Franssen

Na acht dagen hittegolf was het straatbeeld woensdag op veel plekken in Nederland heel anders: geen korte broeken maar regenjassen, geen zonnebrillen maar paraplu’s. Maar ondanks die regen zal de temperatuur enkele graden boven het langjarige gemiddelde blijven, verwacht het KNMI.

Of het nog een keer zo warm wordt als afgelopen zondag, is de vraag. Toen was het de warmste 14 augustus sinds het begin van de metingen in 1901. Gemiddeld werd het 24 graden in De Bilt, berekend over 24 uur. Precies 0,7 graad warmer dan in 2020, toen het vorige record werd behaald.

Het is één van de vijf warmterecords die dit jaar zijn gebroken. Terwijl er zonder opwarming van de aarde over heel 2022 slechts drie warmterecords gebroken zouden worden, blijkt uit een analyse van NRC.

Wat helpt om af te koelen als het buiten bloedheet is? In deze gids geeft NRC tips.

Dat in 2022 meer warmterecords worden gebroken dan verwacht, is geen toeval. Sinds 1990 zijn ruim 2,5 keer zoveel ‘warmste dagen ooit’ in De Bilt geweest als zonder klimaatverandering verwacht mocht worden. Het was op driehonderd dagen warmer dan ooit, terwijl onder normale omstandigheden ‘slechts’ zo’n 113 keer een dagrecord zou zijn gebroken.

In tegenstelling tot de vele warmterecords zijn er nauwelijks kouderecords gebroken. Sinds 1990 zouden er zonder klimaatverandering naar verwachting ook zo’n 113 koude-dagrecords gebroken moeten zijn, in werkelijkheid waren 25 dagen de koudste ooit. Het is het gevolg van klimaatverandering, zegt Peter Siegmund, klimaatexpert bij het KNMI.

NRC verzamelde alle temperatuurmetingen van het weerstation in De Bilt sinds 1901. Het gaat om gemiddelde dagtemperaturen over 24 uur. Voor de analyse is gekeken hoe vaak die gemiddelde dagtemperatuur hoger of lager was dan tot dan toe gemeten. Zo was 8 april 1969 de warmste met 14,2 graden de warmste 8 april tot dan toe gemeten – er is dan een warmterecord genoteerd. In 2018 was het op 8 april 15,2 graden, de warmste tot dan toe – ook dat is als record geregistreerd. Daarnaast is berekend hoeveel dagrecords per jaar er verwacht konden worden als er geen klimaatverandering zou zijn geweest. Het aantal records zou dan moeten afnemen naarmate er langer gemeten wordt. In het eerste jaar van de metingen wordt immers elke dag een dagrecord gezet, omdat elke meting de eerste is. In het tweede jaar zou in theorie de helft van de dagen warmer moeten zijn, en de helft van de dagen kouder. In het derde jaar gaat het om een derde van de dagen, etcetera. Deze methode werd eerder gebruikt door het KNMI om Europese temperatuurrecords te analyseren.

Tot eind jaren 80 ging het aantal gebroken warmterecords grofweg gelijk op met de trend – zonder de opwarming van het aarde. Elk jaar wat minder records. Sinds 1990 ligt het aantal weerrecords bijna structureel boven het aantal dat verwacht mocht worden. Jaarlijks worden zo’n negen dagrecords gebroken, dat aantal blijft stabiel en neemt niet meer af.

Dat is opvallend omdat het aantal records zou moeten afnemen naar mate er langer gemeten wordt, als het klimaat niet was veranderd. Dat ziet er zo uit:

Dit zijn het aantal te  verwachten dagrecords  per jaar.

In 1901, het eerste jaar van de metingen, wordt op alle 365 dagen een record neergezet – er is immers niet eerder gemeten.

In het tweede jaar, 1902, zou in theorie op ongeveer 50 procent van de dagen een record moeten worden verbroken, afgerond 183 dagen.

In het derde jaar, 1903, zou ongeveer een derde van de records moeten worden verbroken, afgerond 122 dagen.

Als je die lijn doortrekt, ziet het aantal te verwachten records er zo uit.

Nu voegen we de  daadwerkelijk verbroken warmterecords  toe.

Tot een aantal decennia geleden werd de trend van het verwachte aantal records aardig gevolgd. We zoomen in op de eerste dertig jaar van de twintigste eeuw.

Het aantal verbroken records volgt de verwachting vrij trouw; er zijn even vaak meer als minder records dan verwacht.

Dan naar de afgelopen decennia, van 1990 tot nu.

Een duidelijke daling van het aantal warmterecords is niet meer te zien. In praktisch elk jaar ligt het aantal records hoger dan je zou verwachten zonder klimaatverandering.

Er zijn daarentegen nauwelijks  kouderecords  verbroken in de afgelopen tweeëndertig jaar.

Warmere ‘normale’ dagen

Wie aan warmterecords denkt, denkt al snel aan hittegolven. In dit geval gaat het veel vaker om dagen in het najaar of winter die niet eerder zo warm waren. De verschillen per seizoen zijn redelijk groot. In principe zouden sinds 1990 elk seizoen ongeveer 29 warmterecords moeten sneuvelen. In de realiteit waren dat er fors meer in het najaar (78) en de winter (87). In de zomer (67) en voorjaar (68) werden minder warmterecords gebroken, al waren dat er nog altijd meer dan het dubbele van wat zonder opwarming verwacht kon worden. Sinds de jaren 90 worden in de meeste jaren geen kouderecords meer gebroken.

„Dit type onderzoek laat zien dat klimaatverandering niet alleen invloed heeft op dat er meer hittegolven zijn, of er minder geschaatst kan worden”, zegt Siegmund. „Juist de normale dagen worden ook wat warmer. Dat valt normaal gesproken niet zo snel op.” Veel warmterecords zijn dan ook recent gebroken. Dat zijn niet altijd dagen die we ons herinneren als extreem warm: 1 januari 2022 was met 12,3 graden de warmste ooit.

De kouderecords zijn veel ouder: zo werd het kouderecord van 26 maart 1901 nooit meer gebroken, de gemiddelde temperatuur over 24 uur was toen min 1,4 graden.

Dat er sinds 1990 meer warmterecords worden gebroken, verbaast Siegmund niet. „1988 wordt altijd genoemd als het jaar waarin de temperatuur in Nederland een sprong maakte”, zegt hij. De temperatuur liep daarvoor al geleidelijk op, in 1988 was er een duidelijke trendbreuk. „We weten niet precies hoe dat komt. Mogelijk komt het doordat de wind vaker uit het westen komt, waardoor warmere lucht is aangevoerd.”

De weerrecords passen in een trend waarin het weer in Nederland steeds warmer wordt. De gemiddelde jaartemperatuur in De Bilt is sinds begin jaren 70 met 1,8 graad gestegen. Toen was de gemiddelde temperatuur 9,3 graden Celsius, nu is dat 11,1 graad.