Zee en strand bij Katwijk, door de ogen van de reddingsbrigade. Tijdens de afgelopen hittegolf verdronken veel mensen.

Foto David van Dam

Interview

Tijdens de hittegolf verdronken er veel zwemmers: ‘Mensen in open water zijn ongelooflijk naïef’

Open water Tijdens de hittegolf verdronken er veel mensen. Dat zal nog erger worden, vreest de reddingsbrigade.

Hij heeft de afgelopen week zo’n tien mensen uit het water gehaald bij Zandvoort, zegt Ernst Brokmeier, en daarvan zouden er nu vier, waarschijnlijk vijf dood zijn geweest als hij niet had ingegrepen. „En dat is nog maar op één locatie in Zandvoort.”

Ernst Brokmeier, woordvoerder Reddingsbrigade Nederland

Brokmeier is lifeguard en woordvoerder bij Reddingsbrigade Nederland, samen met directeur Koen Breedveld praat hij over zwemmers die verdrinken. Aanleiding: de vele verdrinkingen tijdens de afgelopen hittegolf, en het nieuws dat het RIVM toewerkt naar een zwemverbod op alle plaatsen waar zwemmen niet expliciet is toegestaan – nu mag dat overal nog, tenzij expliciet verboden.

Hoeveel mensen de afgelopen weken zijn verdronken is nog niet duidelijk, want behalve het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat jaarcijfers publiceert, is er niemand die dat bijhoudt, zegt Breedveld. Dat is volgens hem tekenend voor hoe laconiek Nederland met verdrinking omgaat.

Waarom verdrinken mensen? In Nederland kan bijna iedereen zwemmen, toch?

Breedveld: „De meeste mensen kunnen veel minder goed zwemmen dan ze denken. Zwemmen is een vaardigheid die je moet onderhouden – net als je conditie. Als je voor het laatst baantjes hebt getrokken voor je zwemdiploma, dan tien jaar niets doet, en op je twintigste het water inspringt om naar de overkant te zwemmen, dan kan dat al snel problemen opleveren.

Koen Breedveld, directeur Reddingsbrigade Nederland

„Ook omdat het open water risico’s met zich meebrengt als golfslag, stroming, plotseling diepe stukken of koude temperaturen. Mensen zijn ongelooflijk naïef, veel te weinig mensen snappen dat je goed moet kunnen zwemmen voor open water. Die denken; ik zwom vroeger in het zwembad ook zo naar de overkant, dan kan ik ook wel zwemmen in rivieren en de zee.

Geldt dat voor iedereen?

„Dat geldt voor mensen die hier geboren en getogen zijn, met ouders die de zwemcultuur kennen. Mannen komen meer in de problemen dan vrouwen, omdat ze overmoedig zijn. Maar het geldt ook voor veel mensen die uit andere delen van de wereld komen, of wier ouders niet opgegroeid zijn met zwemmen. Ik weet niet hoe goed de zwemopleidingen zijn in Polen, Oekraïne, Roemenië, Azië of Afrika. Vaak groeien deze mensen niet op met veel zwemwater, en daarom zie je bij die groepen relatief veel verdrinkingen.”

Brokmeier: „De meeste kinderen maken ook hun zwemopleiding niet af. Slechts een derde van de kinderen haalt het A-, B- én C-diploma, de rest haakt daarvoor al af. Terwijl wij zeggen; stimuleer dat kinderen alle drie de diploma’s halen en dat ze daarnaast, mogelijk in het programma van de naschoolse opvang, zwemles krijgen speciaal voor open water, bijvoorbeeld met de reddingsbrigade.”

De meeste kinderen maken hun zwemopleiding niet af. Slechts een derde haalt het A-, B- én C-diploma

Het aantal mensen dat verdrinkt is toch al jaren vrij stabiel?

Brokmeier: „Er verdrinken nu, na een snelle daling in de jaren 60 en 70, ieder jaar tegen de honderd mensen bij zwemmen in buitenwater. Daarnaast redden wij ieder jaar driehonderd mensen die anders verdronken waren, en voorkomen we duizenden ongelukken door bijvoorbeeld vlaggen op te hangen, badgasten actief te waarschuwen en muien aan te geven. Aan zee is overal toezicht, ook omdat gemeenten daarin investeren om toerisme veilig te stellen. De meeste mensen verdrinken in binnenwater, vaak zonder toezicht.”

Breedveld: „Ik durf de stelling wel aan dat het aantal verdrinkingen gaat stijgen, als je optelt wat er gebeurt. Het wordt warmer, dus iedereen plonst overal het water in voor verkoeling, ook als het toezicht al weg is. Nederlanders zwemmen minder als sportbeoefening, en er komen veel mensen naar ons land die niet zijn opgegroeid in een zwemcultuur. Kinderen nu zijn minder krachtig en lenig dan kinderen vroeger. Dat alles leidt ertoe dat het risico toeneemt.”

Hoe kan voorkomen worden dat het aantal verdrinkingen weer oploopt?

Breedveld: „Mijn oproep is vooral dit serieus te nemen, er minder laconiek mee om te gaan. Dat geldt voor burgers, en ook voor beleidsmakers. Maar voortgang boeken is stroperig, omdat er zoveel partijen bij betrokken zijn. Het rijk, gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid in open water, de provincies die zwemlocaties moeten aanwijzen en controleren, beheerders van plassen en meren, rijkswaterstaat, veiligheidsregio’s; iedereen kijkt naar elkaar.

„Het begint met stimuleren van het zwemmen. Bijvoorbeeld door te zorgen dat alleen zwemleraren met een licentie les mogen geven, en de kwaliteit daarvan goed, stelselmatig te controleren. Nu mag iedereen in Nederland zwemles geven, en dat gebeurt ook. En door erop aan te dringen dat kinderen alledrie de diploma’s halen en blijven zwemmen.”

Lees ook: Mensen verdrinken vooral in open water. ‘Tegen de mui in zwemmen gaat niet, de stroming is te snel’

Brokmeier: „Gemeenten moeten beter nadenken over wat er gebeurt in hun regio. Ze kunnen meer zwemlocaties aanwijzen of een risico-inventarisatie maken van de bestaande locaties. Er is een grijs gebied tussen officiële zwemlocaties en verboden zwemplekken. Wat wil je daarmee? Daar houdt nu die werkgroep wildzwemmen zich mee bezig.”

Breedveld: „Tot slot moet er veel meer voorlichting komen. Eigenlijk vind ik het gewoon gênant. Voor veiligheid in het verkeer zijn enorme budgetten, voor zwemmen niet. Terwijl de impact van verdrinkingen groot is, ook omdat er vaak veel mensen bij betrokken zijn: nabestaanden, omstanders op drukke zwemlocaties, hulpverleners. Met een beetje geld van het ministerie van VWS hebben we een campagne-idee ontwikkeld: wie checkt jou? Maar er is geen geld om de campagne ook uit te voeren.”

Brokmeier: „We hebben bewust gekozen niet het vingertje te heffen, maar bewustzijn te creëren: wie houdt mij in de gaten als ik ga zwemmen? Dan gaan mensen ook nadenken over waarom ze eigenlijk in de gaten moeten worden gehouden. Nu hopen we dat onder meer gemeenten volgend voorjaar de campagne overnemen.”

Zwemmen in open water is toenemend populair, is dat een probleem voor de reddingsbrigade?

Brokmeier: „Binnen de groep enthousiaste wildzwemmers is de voorlichting wel op orde, die zwemmen vaak in groepen, met boeitjes, en ze kennen het water. Daar zit niet het kernrisico.”

Breedveld: „Wij zien dat als zij te water gaan, anderen die niet goed kunnen zwemmen achter ze aan gaan. Goed voorbeeld doet slecht volgen, helaas. En dat is ingewikkeld voor de groep die het wel kan, die wil gewoon blijven zwemmen.”

Brokmeier: „We hebben een hele paradoxale rol, daar zijn we ons van bewust. Het klinkt alsof wij mensen uit het water proberen te houden, maar verre van dat; hoe meer zwemmers, hoe beter. Maar weet dat een ongeluk in een klein hoekje zit en dat het dramatische gevolgen heeft.

„Er is een verschil tussen zwemmen en baden. Degene die verdrinken, zijn dat nou zwemmers of baders? Ik denk veelal baders, hoewel dat niet wetenschappelijk te bewijzen is.”