Uitstoot broeikasgassen in EU in eerste kwartaal 6 procent hoger dan vorig jaar

Eurostat Volgens het statistiekbureau van de EU komt de toename door het economisch herstel na de coronapandemie. Nederland was een van de twee lidstaten waar de broeikasgasuitstoot juist afnam.
Klimaatdemonstranten bij de Brandenburger Tor in Berlijn tijdens Fridays for Future-protesten.
Klimaatdemonstranten bij de Brandenburger Tor in Berlijn tijdens Fridays for Future-protesten. Foto Clemens Bilan/EPA

De uitstoot van broeikasgassen in de Europese Unie is in het eerste kwartaal van dit jaar met 6 procent gestegen ten opzichte van de eerste drie maanden van afgelopen jaar, maar bleef net onder het niveau van vóór de coronapandemie. Dat heeft Eurostat, het statistiekbureau van de EU, dinsdag bekendgemaakt. Het instituut wijt de toename aan het economisch herstel van na de coronapandemie.

Volgens de cijfers van Eurostat bedroeg de uitstoot van broeikasgassen door bedrijven, de overheid en huishoudens in de EU het eerste kwartaal van dit jaar 1.029 miljoen ton. In 2019, het jaar voordat de coronapandemie Europese regeringen tot ingrijpende maatregelen dwong, stootten alle 27 EU-lidstaten gezamenlijk 1.035 ton aan broeikasgassen uit. De stijging bemoeilijkt het doel van de EU om de uitstoot van broeikasgassen in de EU in 2030 met ten minste 55 procent te verminderen in vergelijking met het niveau van 1990.

Nederland en Finland enige dalers

Bulgarije en Malta waren de grootste stijgers met respectievelijk 38 en 21 procent meer uitstoot. Nederland (-9 procent) en Finland (-1 procent) waren de enige lidstaten die in het eerste kwartaal van 2022 een daling van de uitstoot van broeikasgassen registreerden ten opzichte van het vorige jaar. Alle data berusten op schattingen van Eurostat, met uitzondering van de cijfers voor Nederland, dat zijn eigen schatting aandroeg.

In juni publiceerde het Nederlandse statistiekbureau CBS al berekeningen, waaruit bleek dat de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in het eerste kwartaal van dit jaar 11 procent lager lagen, dan een jaar eerder. Volgens het CBS is het verminderde verbruik van aardgas, waarbij de de hoge energie- en gasprijzen en de milde winter een rol speelden, de belangrijkste oorzaak voor de daling. Het is onduidelijk waarom de cijfers van Eurostat en het CBS van elkaar verschillen.