‘Ideologische’ angel lijkt eruit: musea gaan weer stemmen over eigen definitie

Wat is een museum? Komende week stemt de internationale museumraad ICOM over een nieuwe definitie van ‘museum’, nadat de stemming over een omstreden concept-tekst drie jaar geleden na een verhitte strijd werd afgeblazen.

Het Rijksmuseum in Amsterdam, een van de bijna 7.000 leden van ICOM Nederland.
Het Rijksmuseum in Amsterdam, een van de bijna 7.000 leden van ICOM Nederland. Foto ANP / Hans Stockfotografie

Komt er volgende week woensdag in Praag na drie jaar een einde aan de ‘identiteitscrisis’ waarin internationale museumraad ICOM verkeert? Op een verhit ICOM-congres in Kyoto in 2019 stelde het internationale bestuur van de museumraad de stemming over een omstreden tekst voor een nieuwe museumdefinitie uit. ICOM is met bijna 50.000 leden uit 138 landen de belangrijkste internationale vertegenwoordiging van musea. Het uitstel van de stemming in Kyoto gebeurde na verwijten van onder meer de Franse delegatie, dat de voorgestelde definitie en „ideologisch” manifest zou zijn, een „verklaring van modieuze waarden”.

Op het ICOM-congres in Praag stemt de museumraad op woensdag 24 augustus opnieuw over de museumdefinitie. Dat gebeurt na een intensieve consultatieprocedure van ruim anderhalf jaar, waarbij meer dan honderd landelijke afdelingen betrokken waren. Verdeeld over twaalf stappen in vier rondes, van het verzamelen van kernwoorden, tot intern eindeloos sleutelen aan concept-teksten, werd uiteindelijk toegewerkt tot één voorstel.

Namens ICOM Nederland, dat met bijna 7.000 leden stevig vertegenwoordigd is binnen ICOM, reizen onder anderen bestuursleden Amanda Vollenweider (hoofd educatie en presentatie bij het Van Gogh Museum) en Paul Klarenbeek (hoofd marketing en communicatie bij het Drents Museum) naar Praag. „Wij zijn behoorlijk enthousiast over de tekst die nu voor ligt”, zegt Vollenweider, „wij gaan vóór stemmen.”

Lees ook: Wat is een museum? ‘Ideologische’ definitie verdeelt museumwereld

De ICOM-museumdefinitie wordt in veel landen gebruikt als basis voor subsidieregelingen. In Nederland is het de basis voor het museumregister, een kwaliteitskeurmerk voor musea. Bovenal zegt het iets over hoe musea zélf hun taak opvatten.

‘Samen met gemeenschappen’

Het voorstel van 2019 is nu definitief van tafel. Die tekst voegde aan de bestaande feitelijke beschrijving (een museum „verwerft, behoudt, onderzoekt, documenteert”), een aantal waarden toe: zoals dat musea ook „democratiserende, inclusieve en veelstemmige ruimtes [zijn] voor kritische dialoog” met als doel „bij te dragen aan menselijke waardigheid en sociale rechtvaardigheid, mondiale gelijkheid en wereldwijd welzijn”. In de nieuwe tekst ontbreken die uitgesproken geëngageerde passages. In plaats daarvan staat er dat musea „diversiteit en duurzaamheid bevorderen” en dat ze actief „samenwerken met gemeenschappen”.

De museumdefinitie zegt bovenal iets over hoe musea zélf hun taak zien

Met die nieuwe tekst en de grondige inspraakprocedure vooraf, is de ‘ideologische’ angel wel uit de discussie, verwachten Vollenweider en Klarenbeek. „Wat volgens mij goed is aan de nieuwe tekst”, zegt Vollenweider, „is dat de kerntaken van musea benoemd blijven, het ‘verzamelen, conserveren, onderzoek doen’, maar dat er ook ruimte is voor de veranderende praktijk van musea.”

Daarmee doelt ze met name op het „samenwerken met gemeenschappen”. Klarenbeek: „Wij hebben als Drents Museum bijvoorbeeld komend voorjaar een tentoonstelling over Molukkers in Drenthe, die we samen met de Molukse gemeenschap ontwikkelen.” Vollenweider: „En bij het Van Gogh Museum hebben we de Beeldbrekers, een diverse groep jongvolwassenen die zelf museumpresentaties maakt en ons helpt om hun doelgroep aan te spreken. Een ander goed voorbeeld vind ik de tentoonstelling Zwart in Rembrandts tijd, in het Rembrandthuis, waarbij het Rembrandthuis echt heeft gezocht naar experts buiten het museum die hun advies konden geven.”

Bescherming tegen dictatuur

Van het definitievoorstel uit 2019 werd destijds gezegd dat het musea mogelijk beter zou kunnen beschermen tegen dictatoriale regeringsleiders, die onwelgevallige musea zouden willen sluiten. Is het niet jammer dat die meer geëngageerde passages nu zijn geschrapt?

Vollenweider: „Dat kan ik moeilijk inschatten, maar feit is dat die woorden bij een eerste ronde wel genoemd zijn, maar dat ze in het langdurige proces niet overeind zijn blijven staan. Blijkbaar vonden ook andere musea dat deze woorden niet noodzakelijk waren.” Het zijn eigenlijk meer woorden die passen bij de missie van musea, was de conclusie tijdens Nederlandse bijeenkomsten over de definitie, zegt Vollenweider. „Als we straks de nieuwe definitie hebben, kunnen we misschien als ICOM werken aan een tekst die de missie van musea verwoordt.”

Uit het proces kwamen opvallende internationale verschillen naar voren, zag Vollenweider: „Bijvoorbeeld het woord ‘institutie’, daar hebben westerse landen een sterke voorkeur voor, maar landen uit met name Zuid-Amerika gaven de voorkeur aan het meer open ‘ruimte’, daar heeft ‘institutie’ toch een soort koloniale, westerse bijklank.” Uiteindelijk is toch het woord institutie opgenomen in het voorgestelde tekst.

Hoe andere landen straks gaan stemmen, kunnen Vollenweider en Klarenbeek moeilijk inschatten: „Maar het proces is zo open geweest, en iedereen heeft zoveel kansen gehad om zich ermee te bemoeien, dat ik vermoed dat er wel een meerderheid vóór zal zijn.”

Als de museumdefinitie wordt aangenomen, dan begint opnieuw een gevoelig proces, zegt Vollenweider: „Dan gaan we de tekst naar het Nederlands vertalen, dan krijg je opnieuw gevoeligheid bij ieder woord. We proberen zoveel mogelijk musea erbij te betrekken, want van het internationale proces hebben we geleerd dat openheid werkt.”

Correctie (17/8/22): In een eerdere versie stond dat stemmen gebeurt op basis van het aantal leden per land. Dat is onjuist, ieder nationaal comité brengt evenveel stemmen uit.