Opinie

Compensatie voor de hoge prijzen? Nee, dat voedt juist de inflatie

Inflatie De overheid kan de pijn van hoge prijzen niet wegnemen, alleen herverdelen, schrijft . Te ruime compensatie zal de prijzen verder opdrijven.
Stijgende prijzen: consumenten waren de afgelopen maanden zo’n 10 procent duurder uit dan een jaar eerder.
Stijgende prijzen: consumenten waren de afgelopen maanden zo’n 10 procent duurder uit dan een jaar eerder. Foto Emiel Muijderman/ANP

De inflatie is de afgelopen twaalf maanden ongekend sterk opgelopen. Het verleden leert dat inflatie, wanneer deze eenmaal is ontspoord, grote schade aan de economie toebrengt. Het is daarom van belang om tijdig en vooral effectief in te grijpen.

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft haar koers in reactie op de hoge inflatie drastisch gewijzigd. Zo is de beleidsrente voor het eerst in elf jaar tijd verhoogd en zijn de aankoopprogramma’s gestopt. Meer renteverhogingen zitten in het vat.

Bij het bestrijden van de inflatie hebben nationale overheden en sociale partners echter ook een rol. Overheden zullen juist nu terughoudend moeten zijn met stimulerend begrotingsbeleid. Tegelijkertijd hebben met name de gestegen energieprijzen een grote impact op de koopkracht van veel huishoudens. Hoewel de wens om huishoudens en bedrijven te compenseren voor de hogere inflatie begrijpelijk is, bestaat het risico dat zulke maatregelen de inflatie juist verder voeden. De maatvoering is dus cruciaal. En de hoge inflatie, en de gevolgen ervan, vereisen bovenal een collectief antwoord.

Niet de vraag stimuleren

Deze maand neemt het Nederlandse kabinet een besluit over eventuele koopkrachtmaatregelen, in voorbereiding op Prinsjesdag. Met een inflatie in Nederland van bijna 12 procent in juli zal de druk groot zijn om huishoudens te (blijven) compenseren voor de hogere prijzen.

De roep om extra compensatie wordt ook gevoed door de recente ervaring met de coronasteunmaatregelen. Toen werkte miljardensteun immers goed om bedrijven en huishoudens te beschermen. Maar er is een cruciaal verschil met de coronacrisis, waardoor grootschalige steun nu onverstandig is en zelfs averechts werkt. De oorzaak van de hoge inflatie ligt namelijk in de eerste plaats bij de aanbodkant van de economie. Tekorten in het aanbod los je niet op door financiële steun te geven aan kopers van producten en diensten. Dat stimuleert de vraag alleen maar, terwijl het aanbod achterblijft. Een economische les is dat de prijzen dan zullen stijgen. De ECB probeert met haar beleid de vraag af te remmen. Als de overheid tegelijkertijd het gaspedaal indrukt, helpt dat niet om de bestemming te bereiken.

Lees ook: Wat is het nieuwe normaal als het om staatsschuld gaat?

De stijgende (energie)prijzen hebben naast economische ook grote maatschappelijke gevolgen. We zien om ons heen de energierekeningen snel oplopen en daarmee ook de kans dat mensen in betalingsproblemen komen. Vooral de huishoudens met lage inkomens worden bijzonder hard geraakt. Het ligt voor de hand dat de overheid in ieder geval de ergste noden aanpakt die daarmee ontstaan. Wanneer het kabinet tot verdere compensatie besluit, is het echter belangrijk die ook echt te richten op de hardst getroffen huishoudens. Dit vraagt om gerichter, maar ook om ander beleid dan tot nu toe gevoerd is.

Er moet daarbij oog zijn voor de gevolgen voor de bredere economie. Zo werken de verlaging van energiebelastingen en brandstofaccijnzen eerder dit jaar de energietransitie tegen en komen deze maatregelen ook ten goede aan hoge inkomens. Daarnaast is het belangrijk om maatregelen te nemen die de prikkel om (meer) te gaan werken niet wegnemen, en liefst zelfs vergroten. Immers, we hebben ook te maken met een historische krapte op de arbeidsmarkt en het is van belang dat meer mensen meer uren per week gaan werken en ook langer doorwerken.

Rekening niet doorschuiven

Als de overheid aanvullende steun verleent, zou dit niet moeten leiden tot een groter begrotingstekort. Het huidige begrotingsbeleid is al behoorlijk stimulerend, en dat tegen de achtergrond van een economie die zich krachtig heeft hersteld uit de coronacrisis en dus nu al tegen zijn capaciteitsgrenzen aanloopt. Er is alle reden om juist nu vast te houden aan de regels voor begrotingsdiscipline.

De overheid kan met eventuele steun de pijn ten slotte niet wegnemen, alleen maar herverdelen. De hoge inflatie wordt namelijk voor een belangrijk deel veroorzaakt door de gestegen kosten van energie die we importeren uit het buitenland. Daardoor wordt ons land simpelweg armer. Inkomenscompensatie financieren met een hogere staatsschuld betekent dat de rekening wordt doorgeschoven naar volgende generaties.

Lees ook deze column: Hier was Poetin op uit: maximale sociaaleconomische en politieke chaos in Europa

Als de manoeuvreerruimte voor de overheid zo beperkt is dat zij alleen de ergste noden kan lenigen, wat betekent dat dan voor de inkomensschade die wordt geleden door anderen? Hier ligt een taak voor werkgevers en werknemers. Aan de onderhandelingstafel zullen zij tot een betekenisvolle maar ook passende loonstijging moeten komen. We zijn niet gebaat bij het onverkort doorwerken van de inflatie naar de lonen; in de jaren zeventig hebben we gezien dat automatische prijscompensatie niet de juiste weg is. Maar het ligt wel voor de hand om te komen tot een loonstijging die rekening houdt met de ontwikkeling van (kern-)inflatie en arbeidsproductiviteit en op die manier de pijn verzacht. Zo kan een deel van het koopkrachtverlies voor werkenden worden goedgemaakt, aanvullend op de inkomenssteun die de overheid geeft aan degenen die het hardst worden getroffen. En wordt de rekening ook niet volledig bij het bedrijfsleven neergelegd; dat is tenslotte de motor van onze economie.

Niet de overheid doorslaggevend

Het kabinet staat voor ingewikkelde keuzes in tal van grote vraagstukken. Met de huidige energieprijzen is de klimaattransitie urgenter dan ooit. Daarnaast is er een ongekende krapte op de arbeidsmarkt. Extra arbeidsaanbod uitlokken in een meer duurzame economie is niet eenvoudig. Dat andere grote vraagstuk, hoe gaan we om met de pijn van de inflatieschok, kan de centrale bank, en ook de overheid, niet alleen oplossen. Niet alleen het ECB-beleid, maar ook de mate waarin overheden compensatie bieden, bepaalt uiteindelijk de lengte en diepte van de inflatieschok. Ook werkgevers en werknemers zullen moeten bijdragen.

Tijdens de coronacrisis waren we gebaat bij brede financiële steun – en dus een doorslaggevende rol voor de overheid. Nu zijn we dat juist niet. Hoe lastig die boodschap ook is, we kunnen er niet omheen. Gelukkig heeft Nederland al vaker laten zien via een gezamenlijke, breed gedragen aanpak sociaal-economische uitdagingen het hoofd te kunnen bieden.