Reportage

Weinig klanten bij de bakker in Oekraïne, ‘gelukkig wordt er nog gehamsterd’

Bij de bakker Oekraïense bakkers hebben geen last van het wereldwijde tarwetekort. Wel van de hogere prijzen voor gist, olie en boter. Maar het grootste probleem: er komen veel te weinig klanten.

Olena Radkevitsj (32) is eigenaar van twee bakkerszaken in de stad Tsjernihiv. „Onze geschiedenis vol honger is genetisch ingeprent bij Oekraïners.”
Olena Radkevitsj (32) is eigenaar van twee bakkerszaken in de stad Tsjernihiv. „Onze geschiedenis vol honger is genetisch ingeprent bij Oekraïners.” Foto Konstantin Chernichkin

Als klein meisje wilde Olena Radkevitsj (32) banketbakker worden. „De hele dag taart bakken leek me het mooiste dat er is.” Maar ze volgde een managementopleiding, ging in de Noord-Oekraïense stad Tsjernihiv voor de overheid werken en kreeg twee kinderen met een lokale zakenman. Die moedigde haar aan om vorig jaar alsnog een broodwinkel te openen. En een half jaar later nog een. Zo werd ze niet de banketbakker uit haar dromen, maar bedrijfsleider, vertelt ze terwijl ze gesmolten chocola van de snoet van haar zoontje poetst.

Voor het kneden van het deeg, het rollen van de croissantjes en het bereiden van de pampoesjka speciaal knoflookbrood voor bij de bietensoep borsjtsj – heeft ze tien vrouwelijke bakkers in dienst. Die zijn ’s ochtends vroeg in schorten en met witte mutsjes op in de weer. „Er solliciteren ook weleens mannen, maar om een of andere reden zijn de vrouwen gewoon beter”, zegt hun baas. Ze vraagt zich echter af of ze hen allemaal kan blijven betalen. Nog geen jaar nadat Radkevitsj de eerste van haar inmiddels twee bakkerszaken opende, viel Rusland Oekraïne binnen. Om Tsjernihiv, een obstakel op de route naar Kiev, werd wekenlang hevig gevochten. De gebombardeerde gebouwen vormen littekens in de stad. Niet voor het eerst in de Oekraïense geschiedenis werd brood een kwestie van leven of dood. In de door het Sovjetregime veroorzaakte, genocidale hongersnood de Holodomor vielen in de jaren dertig miljoenen doden.

Tijdens de Russische invasie van 2022 sneuvelden vele mensen tijdens hun zoektocht naar eten in bezet gebied. In Tsjernihiv zijn zeventien mensen doodgeschoten terwijl zij in de rij stonden bij een supermarkt waar brood zou worden uitgedeeld. Ook in Radkevitsjs zaak, op nog geen anderhalve kilometer van dat bloedbad, probeerden vrijwilligers eten te verstrekken, vertelt zij. Maar bakken zonder elektriciteit was onmogelijk.

Zelf ontvluchtte ze op de eerste dag van de oorlog met haar gezin de stad, om in mei weer terug te komen. Lang niet alle stadsbewoners zijn weer thuis. „Onze financiële problemen komen niet door de prijs van of schaarste aan meel. Tarwe is er in Oekraïne zelf meer dan genoeg”, zegt Radkevitsj. Het is de gedwarsboomde export en de vernietiging van graan die internationaal tot tekorten leidt, maar niet in eigen land – behalve waar levering door vuurgevechten te gevaarlijk is. Wel heeft de bakker last van hogere prijzen voor gist, boter, olie en zoetigheid voor de vullingen en decoraties. Maar het tekort aan bepaalde producten is niet het grootste probleem: „Wat voor ons echt dramatisch is, is het gebrek aan klanten.”

Openingstijden verkorten

Op zaterdagochtend komen er gelukkig veel Oekraïense soldaten langs voor koffie en een broodje in de strakke winkel met zwarte en witte tegels en enkele zitplaatsen aan hoge tafels voor het raam. Voor de oorlog winkelden er per dag bijna driehonderd mensen in Radkevitsj haar bakkerszaken. Sinds de invasie is dat nog maar de helft. Terwijl de huur van de panden gelijk bleef. Steun van de eigenaar of de overheid ontvangt ze niet. Ze heeft haar openingstijden verkort om de kosten iets te drukken. Binnenkort zal ze haar prijzen met een procent of twee moeten verhogen, vreest ze.

„Het enige wat de terugloop een beetje compenseert is dat Oekraïners zijn gaan hamsteren. Ze kopen veel te veel eten, uit angst dat ze in geval van nood tekort komen.” Ze bezuinigen wel op kleding en luxe goederen, maar niet op brood. Radkevitsj: „Het zijn niet alleen de ouderen die zich de honger of de verhalen daarover herinneren. Ook bij jongeren is die geschiedenis genetisch ingeprent.”