Opinie

Waar is de Soekarnostraat?

Koloniaal verleden Het is een pijnlijke omissie dat Soekarno nog altijd geen straatnaam heeft in Nederland, menen en vier anderen.
Soekarno (1901-1970), de eerste president van Indonesië.
Soekarno (1901-1970), de eerste president van Indonesië. Foto ANP

Deze maandag herdenkt Nederland de doden die vielen tijdens de Japanse bezetting van toenmalig Nederlands Indië. Woensdag viert Indonesië de declaratie van de Republiek Indonesië door Soekarno en Hatta op 17 augustus 1945. In beide landen werkt de historie op verschillende manieren door. In mei dit jaar wees de Indonesische ambassadeur in Nederland Mayerfas er tijdens een bijeenkomst in Wassenaar op dat in Nederland al wel straten zijn genoemd naar Mohammad Hatta en naar Soetan Sjahrir, de eerste premier, maar dat Soekarno, de eerste president, nog altijd ontbreekt in het Nederlandse stratenplan.

Een paar jaar geleden wees Anne-Lot Hoek in NRC hier al op, maar haar pleidooi had geen effect. Toch blijft het een goed idee. Naar Sjahrir zijn straten genoemd in Gouda, Haarlem, Leiden en Muntendam en er is een Mohammed Hattastraat in Haarlem. Ook naar andere Indonesische vrijheidsstrijders, zoals Pattimura in Wierden, zijn straten genoemd. Gezien de centrale rol van Soekarno als voorman van de nationalistische beweging en republikeins leider tijdens de strijd tegen Nederland (1945-1949), is het een pijnlijke omissie dat hij niet op deze wijze wordt herdacht.

Tot op heden miste Nederland de ruimhartigheid om de grote verdiensten van Soekarno voor de nationale vrijheid van Indonesië te erkennen. Meestal wordt als reden hiervoor aangevoerd dat hij tijdens de Japanse bezetting (1942-1945) met de bezetter ‘collaboreerde’ door Javaanse arbeiders te mobiliseren die onder erbarmelijke omstandigheden te werk werden gesteld waarbij duizenden slachtoffers vielen. Maar de term ‘collaboratie’ is misplaatst. Soekarno maakte immers geen deel uit van het koloniale regiem. Waarom had hij loyaal moeten zijn aan een bewind dat hem gevangen hield? Hij wist wat hij deed. Tegen een vriend vertelde hij: „Ik weet dat de Japanners fascisten zijn. Maar ik weet ook dat dit het einde van het Nederlandse imperialisme is. Wij zullen onder de Japanners lijden, maar daarna zijn wij vrij.”

Overigens werden dankzij de interventie van Soekarno tijdens de ‘bersiap’, eind 1945 – begin 1946, veel levens van Europeanen gered.

J.P. Coen

Een ander argument tegen een Soekarnostraat in Nederland vormt zijn autocratische optreden eind jaren vijftig en begin jaren zestig.

Maar zullen we een oordeel daarover aan de Indonesiërs overlaten? Hij was immers hun president en onze politieke gevangene.

Momenteel wordt er in Hoorn een debat gevoerd over het omstreden standbeeld van Jan Pieterszoon Coen, de stichter van Batavia, en verantwoordelijk voor het uitroeien van de bevolking van Banda in 1621. Na de zomer zal het gemeentebestuur een besluit nemen over het standbeeld. Het standbeeld kan blijven staan, mits voorzien van een uitleg over de problematische rol die hij heeft gespeeld en als ongemakkelijke herinnering aan de tijd dat Nederland dergelijke personen verheerlijkte.

Wij stellen de gemeente Hoorn bovendien voor om als eerste stad in Nederland, een straat (of een plein) te noemen naar Soekarno. Dit gebaar zal een tegenwicht vormen tegen de vroegere verheerlijking van het koloniale verleden. Wij doen er goed aan ons rekenschap te geven van dat koloniale verleden, niet alleen door standbeelden omver te halen, maar ook door de belangrijkste leider van de onafhankelijkheidsstrijd te eren met een straatnaam. Met een dergelijke daad toont Nederland aan in staat te zijn om over zijn eigen koloniale schaduw heen te stappen.