Niet één, maar twee banen – voor sommigen vreselijk, voor anderen een uitkomst

Multi-jobbing Al sinds 2003 meet het CBS een stijging van het aantal mensen met twee banen. Wat drijft hen? En wat zijn de valkuilen? „Wees streng voor jezelf en blijf weg bij integriteitskwesties.”

Illustratie Marike Knaapen

Het is „een illusie” dat werkenden al hun arbeidsbevrediging uit één baan kunnen halen, zegt arbeidsmarktdeskundige Luc Dorenbosch (43). Zingeving of voldoening, bedoelt hij daarmee, en ‘uitdagingen’ vinden. Of het inzetten van al je vaardigheden, het opdoen van sociale contacten én het vinden van een zekere (financiële) stabiliteit – wat mensen in werk zoeken, is soms simpelweg te veel om in één baan te proppen. Dorenbosch: „Het ‘eenbaansmodel’ geeft misschien een bepaalde rust, maar je levert vaak op een ander gebied in.”

Jarenlang deed Dorenbosch onderzoek naar de arbeidsmarkt bij onderzoeksinstituut TNO, onder meer naar werkenden met meer banen. „In 2015 dacht ik: ik moet in de praktijk brengen wat ik zelf onderzoek.” Hij richtte een eigen bedrijf op waarmee hij organisaties adviseert hoe ze hun werk anders kunnen vormgeven. Daarnaast werkt hij twee dagen in de week als beoordelaar van subsidieaanvragen voor onderzoeksprojecten bij de stichting Innovatief in Werk.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meet al jaren toename van het aantal mensen met twee ‘werkkringen’: twee banen, of een baan in loondienst, gecombineerd met een (zelfstandige) onderneming. Vorig jaar ging het om 544.000 werkenden – ruim meer dan de 356.000 die het bureau begin 2003 telde. Wat drijft deze mensen?

De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2021 van TNO, een jaarlijkse peiling onder zo’n 50.000 mensen over allerlei aspecten van hun werk, biedt enig antwoord. Van alle ondervraagden die aan multi-jobbing doen, zoals TNO het noemt, stelde grofweg een kwart meer afwisseling te willen in werk of collega’s. Nog een kwart gaf aan meer vaardigheden te willen ontwikkelen.

Lees ook: Afwisseling, praktisch bezig zijn: een bijbaan is lang zo gek nog niet

Voor een groot deel van de andere respondenten met twee banen is de redenering daarvoor financieel van aard. Sommigen willen met twee banen meer verdienen voor ‘iets extra’s’ (17 procent), anderen hebben een tweede baan om financieel rond te komen (12 procent) of om meer financiële zekerheid te hebben (9 procent).

De financiële redenen hangen volgens Andries de Grip samen met de manier waarop de arbeidsmarkt de afgelopen jaren is ingedeeld: met een sterke toename van flexibel werk. Tijdelijke en nulurencontracten zijn in zwang, zegt de hoogleraar economie aan de Universiteit van Maastricht, net als het zelfstandig ondernemerschap. Tussen 2013 en 2021 steeg het aantal zelfstandigen van zo’n 900.000 tot bijna 1,1 miljoen.

Er zijn de laatste jaren niet alleen veel tijdelijke banen bij gekomen, maar ook dienstverbanden die minder dan een volledige werkweek bieden. Veel van deze flexbanen zijn te vinden in sectoren die relatief weinig betalen, zoals schoonmaak of horeca, zegt De Grip. „Wil je voldoende inkomen hebben, dan moet je dus meerdere banen hebben.”

Daarbij maakt hij onderscheid tussen deze groep en de working poor, die je met name in de Verenigde Staten ziet. De Grip: „Dat zijn mensen die veertig uur of meer werken en nauwelijks rond kunnen komen, en dan nóg een baan moeten nemen. Ik denk dat het in Nederland meer gaat om het optellen van kleine banen, om zo van veertig uur per week wel rond te komen.”

Alleenstaande moeder

De 49-jarige Naima Nafi, opgeleid als verzorgende, verdeelde een tijd haar werkweek tussen twee werkgevers. Twee jaar geleden kwam ze vanuit Canada naar Nederland. Midden in de coronapandemie ging ze voor 24 uur per week aan de slag bij de afdeling bron- en contactonderzoek van de GGD. Meer uren waren er niet voor haar, maar voor een alleenstaande moeder van twee kinderen was dat niet voldoende, zegt ze.

Om rond te komen, besloot ze aan de slag te gaan bij een verzorgingshuis in de buurt. Dat viel haar zwaar. De nachtdiensten die ze moest draaien en het combineren van twee werkgevers was soms lastig. Taken en werkzaamheden begonnen door elkaar te lopen, uitpluizen van roosters – van haarzelf en haar kinderen – was niet altijd gemakkelijk. „Het was voor mijn hersenen verwarrend”, zegt ze. „Ik heb het twee maanden volgehouden. Toen werd het te veel.” Uiteindelijk kon de GGD haar meer uren in de week gebruiken.

Arbeidsmarktexpert Dorenbosch is, na jaren praktische ervaring, wél heel enthousiast over het combineren van twee banen. Zijn werk is diverser dan voorheen en geeft daardoor meer voldoening.

Maar, geeft Dorenbosch toe, combineren heeft zo zijn „uitdagingen” en is niet voor iedereen weggelegd. Zo is het belangrijk de eigen integriteit in het vizier te houden, wat niet altijd makkelijk is als de banen in hetzelfde werkgebied liggen. Ze moeten niet met elkaar botsen of juist voordelen opleveren. „Als ik met mijn bedrijf werk aan een project, kan ik dat als beoordelaar voor subsidieaanvragen natuurlijk niet beoordelen”, zegt hij. „Van deze banden moet je je altijd bewust zijn. Wees streng voor jezelf en blijf weg bij integriteitskwesties.”

Daarnaast vergt het planning en overleg. „Je moet goed kunnen plannen en afspraken kunnen maken met je werkgevers of bedrijfspartner, en ook met je gezin”, zegt hij – bijvoorbeeld over welke dagen je waar werkt, en of daar enige verandering in mogelijk is, wat mogelijke uitzonderingen zijn om af te wijken van de afspraken. Zijn tip is dat zo concreet mogelijk zelf te bedenken en voor te stellen aan de andere partijen, zoals een bedrijfspartner of leidinggevende.

Zelf heeft Dorenbosch afspraken gemaakt die hem in staat stellen flexibel zijn kantoorbaan, als beoordelaar van subsidie-aanvragen, in te vullen. Hij maakt de uren die zijn werkgever verwacht, maar wel verspreid over de week of maand, zoals hem dat uitkomt. „Als er voor mijn bedrijf een opdracht binnenkomt, kan ik besluiten daar een volle week aan te besteden. Dan kan ik die week erna weer achter het bureau bij mijn werkgever”, zegt hij. „In ruil voor deze flexibiliteit zie ik af van loonsverhogingen. Als ik een opdracht misloop, kost me dat uiteindelijk veel meer geld.”