Nederland scherpt eisen voor export vervuilde brandstoffen aan

Brandstof De Inspectie Leefomgeving en Transport legt de export van vervuilde brandstoffen aan banden. Oliebedrijven zijn kritisch: Nederland is het eerste land dat strengere eisen stelt.

Een tankstation in Abidjan, Ivoorkust. Oliebedrijven verkochten lange tijd vervuilde brandstoffen aan West-Afrika.
Een tankstation in Abidjan, Ivoorkust. Oliebedrijven verkochten lange tijd vervuilde brandstoffen aan West-Afrika. Foto Legnan Koula/EPA

Het was jarenlang een van Nederlands meest merkwaardige exportproducten: benzine en diesel waarin allerlei vervuilende en schadelijke stoffen waren bijgemengd. Oliemaatschappijen als Shell exporteerden deze op legale wijze uit Nederlandse havens naar met name West-Afrikaanse landen.

Aan die export komt nu een einde. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft strengere regels opgelegd aan oliebedrijven voor de export van deze vervuilde brandstoffen. Het is vanaf maandag niet meer toegestaan deze naar het buitenland te verschepen – althans, vanuit Nederland.

De ILT constateerde al in 2018 dat oliebedrijven zwavel, benzeen en mangaan bijmengen in brandstoffen en die verkopen aan West-Afrika. Het ging daarbij onder meer om Shell en BP, en oliehandelbedrijven als Gunvor en Vitol. Zij maken er gebruik van dat de milieu-eisen voor brandstoffen in West-Afrika lager zijn. De bijgemengde stoffen zijn restproducten uit het raffinageproces, die op deze manier relatief goedkoop verwerkt kunnen worden. Voor de export bestonden geen normen.

Zorgplicht verzaakt

De ILT liet onderzoeksbureau TNO uitzoeken welke gevolgen dit precies had, om daarna bedrijven te kunnen aanspreken op hun rol. In 2021 bleek uit de resultaten van dit onderzoek dat de brandstoffen een negatieve impact hebben op de gezondheid van mensen, bijvoorbeeld door verhoogde fijnstofconcentraties die ontstaan door zwavel. Benzeen is kankerverwekkend, en een mengsel van mangaan en zwavel maakt de katalysator van een auto kapot. Dat leidt weer tot extra emissie van andere gevaarlijke stoffen.

Met de conclusies van TNO op zak sprak de Inspectie de bedrijven in 2021 aan op het verzaken van de zorgplicht om mens en milieu te beschermen – iets waar de dienst op kan handhaven. Daarop volgden gesprekken tussen de Inspectie en de sector. De oliebedrijven hebben volgens de ILT aangegeven behoefte te hebben aan een „gelijk speelveld”: ze willen precies weten waar ze aan moeten voldoen.

De dienst besloot vervolgens om nieuwe regels op te stellen om de zorgplicht concreet te maken. Brandstoffen mogen nog maar 0,005 procent zwavel bevatten, benzine mag maximaal 1 procent benzeen bevatten. Ook de hoeveelheden mangaan moeten omlaag, naar zes milligram per liter. Tot nu toe ontbrak elke norm hiervoor.

Het gaat om een overgangsperiode; vanaf april volgend jaar gaan de normen voor zwavel en mangaan nog iets verder omlaag, zegt een woordvoerder van de ILT. De dienst gaat vanaf nu ook controles uitvoeren en handhaven bij overtredingen. De ILT wijst er overigens op dat Shell al sinds september 2021 begonnen is met het exporteren van hogere kwaliteit brandstoffen.

Wereldspeler

Belangrijke kanttekening is dat Nederland het eerste land is dat strengere eisen stelt aan de export van brandstoffen, bevestigt de ILT. Vanuit andere landen blijft de export van vervuilde brandstoffen in theorie mogelijk. Hoe groot het marktaandeel van Nederland precies is, is niet duidelijk, erkent ook de dienst, maar ze vermoedt dat dit groot is. „Nederland is een speler van wereldformaat bij het produceren van brandstoffen”, aldus de woordvoerder.

De branche zelf denkt juist dat de impact van een exportverbod vanuit één land klein is – en blijft daarom kritisch op de maatregel. De Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI) laat weten het doel van de ILT te steunen om luchtkwaliteitsverbetering na te streven. Maar volgens de VNPI moeten de importerende landen zelf een norm stellen, omdat een Nederlands exportverbod nauwelijks impact zal hebben.

De kwaliteit van brandstoffen is in Europa de afgelopen decennia flink omhooggegaan. In Afrika is dat volgens de ILT niet zo. Tegelijkertijd is de verwachting dat op dit continent het aantal auto’s de komende jaren verder zal groeien. Daarom is het volgens de ILT extra belangrijk dat de uitstoot van auto’s daar niet bovenmatig vervuilend is.