Iran: steekpartij is schuld van Rushdie zelf

Steekpartij Een woordvoerder van het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken zegt dat het de schuld van schrijver Salman Rushdie zelf is dat hij is neergestoken. Het is voor het eerst sinds de aanval dat de Iraanse regering erop reageert.
Salman Rushdie, hier op archiefbeeld, is afgelopen weekend van de beademing gehaald.
Salman Rushdie, hier op archiefbeeld, is afgelopen weekend van de beademing gehaald. Foto Eloy Alonso/Reuters

Het is de schuld van auteur Salman Rushdie en zijn fans zelf dat hij eind vorige week is neergestoken. Dat zegt een woordvoerder van het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken maandag, meldt persbureau Reuters. Daarmee reageert voor het eerst een vertegenwoordiger van de Iraanse regering op de aanval waarbij de Britse schrijver zware verwondingen opliep.

Volgens de woordvoerder rechtvaardigt vrijheid van meningsuiting de „beledigingen” van Rushdie richting de islamitische gemeenschap niet. Hij voegde daar nog aan toe dat Iran geen extra informatie heeft over de verdachte. Dat is de 24-jarige Hadi Matar, die een Libanese achtergrond heeft en inmiddels in de Verenigde Staten is aangeklaagd voor poging tot doodslag en mishandeling. Het is nog onduidelijk wat zijn motief was.

De 75-jarige Rushdie werd vrijdag vlak voor een lezing aangevallen in de staat New York. Hij liep daarbij verwondingen op aan onder meer zijn nek, buik en oog. Waarschijnlijk verliest hij als gevolg van de aanval een oog. Ook zijn lever is beschadigd geraakt en zijn zenuwen in zijn armen doorgesneden. Zijn literair agent zei afgelopen weekend dat hij weer kon praten.

Lees ook: Kan de fatwa tegen Rushdie worden opgeheven? En zes andere vragen

Doodsbedreigingen

De woordvoerder ontkende verder dat Iran iets met de aanval op Rushdie te maken zou hebben. Sinds de publicatie van De Duivelsverzen in 1988 wordt Rushdie met de dood bedreigd. Critici zeggen dat hij in het boek de profeet Mohammed op godslasterlijke wijze heeft beschreven. Een jaar na het verschijnen van het boek riep de Iraanse ayatollah Khomeiny een fatwa uit tegen Rushdie: hij riep op om de schrijver en anderen die bij het boek betrokken waren, te vermoorden.

De vertaler van de Japanse versie van het boek werd in 1991 vermoord. Rushdies Italiaanse vertaler en de Noorse uitgever William Nygaard overleefden aanslagen op hun leven. Hoewel de fatwa inmiddels is opgeheven door de Iraanse regering, bleef Rushdie doodsbedreigingen ontvangen.