Het centrum van Den Hout lijkt rustiger dan de straten er omheen.

Foto Folkert Koelewijn

Reportage

Geen stadse fratsen op de Houtse Heuvel

Het dorpsplein Elke vorm van nieuwlichterij wordt door de bewoners in Den Hout de kop ingedrukt.

Wie zijn debuut maakt op de Houtse Heuvel doet een bijna hallucinante ervaring op; het centrum van Den Hout lijkt rustiger dan de straten er omheen, het is stil. Het hart van het dorp is een agrarische leegte, van waaruit de bebouwing naar de randen lijkt weggeslingerd. Er staan esdoorns, linden, een enkele kastanjeboom, tweehonderd jaar oud. Ruig gras wordt kort gehouden door schapen. Een enkeling laat een hond uit. Plukjes toeristen vinden zich terug aan een picknicktafel en verklaren desgevraagd „voor de rust” naar het kerkdorp van het Noord-Brabantse Oosterhout te zijn gekomen.

„Het is een wonder dat het er nog hetzelfde uitziet als honderden jaren geleden”, zegt Jan van Dommelen (61). Hij is aan de Heuvel geboren en heeft het ouderlijk huis nooit meer verlaten. Van Dommelen: „Meer dan gras met wat bomen is het eigenlijk niet. Ik weet nog dat mensen hier hun koeien lieten grazen. Inmiddels is het uniek. Ik zeg altijd: als je maar lang genoeg simpel blijft, word je vanzelf bijzonder.”

De Heuvel is een langgerekte, wigvormige lap grond aan de randen waarvan ooit alleen boerderijen hebben gestaan, op kavels die in de loop der jaren dichter zijn bebouwd met fraaie en minder fraaie vrijstaande woningen. En hoogst opmerkelijk: de Heuvel is gezamenlijk eigendom van de aanwonenden. Wie een woning bezit op een kavel waarvan de rechten twee eeuwen geleden zijn gevestigd, is ‘mandelig’ eigenaar. Zo heet dat. Niemand bezit een stukje van de Heuvel, maar met zijn allen bezitten de bewoners op 48 adressen het geheel.

Het eigendomsrecht dateert van 1805, toen enkele boeren de plaats als daad van verzet in eigendom namen, land dat tot dan toe behoorde aan de heer van Breda, die er niet naar omkeek maar wel tol hief voor passanten. Een rechtbank stelde de boeren in het gelijk en allen die zich bij de rechtszaak hadden gevoegd, werden gezamenlijk eigenaar. Dat is zo gebleven.

Foto Folkert Koelewijn
Het ruige gras wordt kort gehouden door schapen.
Foto Folkert Koelewijn
Foto’s Folkert Koelewijn

Gelanders

De huidige ‘gelanders’, zoals de eigenaren worden genoemd, beheren de Heuvel door enkele evenementen toe te staan, met de opbrengst waarvan dan weer een bankje kan worden geplaatst, de weteringen worden uitgebaggerd en de bomen worden onderhouden. Elk jaar is er een steprace vanuit Rotterdam. Met Pasen wordt een muziekfestival gehouden met landelijk bekende artiesten. Er is een kermis. En met Hemelvaart gaat aan de jaarmarkt een hardloopwedstrijd vooraf. Die begint om zes uur ’s ochtends met als startschot de laatste slag van de kerkklok. Aan de finish worden de deelnemers getrakteerd op koffie, worstenbrood en, in alle vroegte, bier.

De dorpskern is in 2008 door het Rijk aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Wie over de zandpaden tussen het gras loopt, kan zich bij die status wel iets voorstellen. Aan de randen bevinden zich de neo-gothische kerk en het voormalige patronaatsgebouw, de pastorie en het voormalige nonnenklooster ernaast; de langgevelboerderijen met rieten daken waar geen einde aan lijkt te komen; het standbeeld van Christus dat passanten oproept tot Hem te komen; de voormalige melkfabriek.

Menig plan gesneuveld

Dat de Heuvel er vrij ongeschonden bij ligt, heeft veel te maken met de gewoonte van de gelanders om elke vorm van nieuwlichterij de kop in te drukken. Er gebeurt niets op de Heuvel zonder dat de gelanders er unaniem mee instemmen. Zo is al menig plan gesneuveld. Van Dommelen: „Wij zeggen vaak nee. Weet je waarom de huizenprijzen hier torenhoog zijn? Omdat het hier nog zo lekker rustig is. De kunst is eigenlijk om niets te doen. Stilstaan is vooruitgang.”

De dorpskern is in 2008 als beschermd dorpsgezicht aangewezen door het Rijk

Zo kwam de wens van de fanfare een jaar of twintig geleden om een muziekkapel te bouwen niet uit. Zo verging het ook het plan voor de bouw van starters- en seniorenwoningen op de plaats van een niet eens zo fraaie, gesloopte boerderij. Dat plan van enkele jaren geleden heeft de ongeveer twaalfhonderd inwoners van het akkerdorp verdeeld; weliswaar sprak een ruime meerderheid van Den Hout zich in een omstreden enquête tegen het plan uit, maar de dorpsraad had er zich juist sterk voor gemaakt en besloot op te stappen. Nog altijd zijn de bestuursleden van destijds boos, het onderwerp ligt uiterst gevoelig, sommige dorpelingen groeten elkaar niet meer. Het betreffende stukje Heuvel is verkocht en over een jaar zal er opnieuw een woning zijn verrezen met de uitstraling van een langgevelboerderij die het dorpsgezicht eer zal aandoen, althans dat beloven de nieuwe eigenaren. Andere woningen worden over een aantal jaren elders gebouwd, op het terrein van de voetbalclub die daarvoor zal verhuizen. En zo hoort het, vindt Van Dommelen. Hij koestert zijn geschiedenis. „Mensen verzinnen soms de gekste dingen. Als je niet oplet, gebeurt dat ook.” Hij wijst naar het ruige gras. „Er zijn gelanders van buiten het dorp die vinden dat we het gras op de Heuvel af en toe moeten maaien, zoals in een park. Dat ziet er netter uit. Maar dan zeggen wij: het is hier geen park, en dat willen we niet ook.”

Herberg in voormalig kloostergebouw.
Foto Folkert Koelewijn
Foto Folkert Koelewijn
Foto’s Folkert Koelewijn

Opletten blijft geboden. De buitenwijken van de stad Oosterhout hebben het dorp al tot honderden meters genaderd en ook de bouw van enkele villa’s aan de rand van het dorp heeft de wenkbrauwen doen fronsen. Voor je het weet, vrezen sommige inwoners, is Den Hout opgeslokt. Ooit was Den Hout met duizend inwoners geheel en al zelfvoorzienend met een melkfabriek, twee kruideniers, een bakker, twee smederijen, drie cafés, een wagenmaker, en een molen.

Snelweg van de baan

In de jaren zestig veranderde dit. De bewoners gingen elders werken, de stad Oosterhout rukte op en in die jaren was Den Hout voor beleidsmakers een hinderlijke ruimtelijke pauze in het vooruitgangsdenken. Er zijn ooit zelfs plannen gemaakt om naast het dorp een snelweg aan te leggen. Pas later, pakweg twintig jaar geleden en misschien net op tijd, kwam het inzicht dat de Heuvel de moeite van het beschermen waard was. In de toelichting bij het toekennen van de status beschermd dorpsgezicht staat ergens te lezen dat Den Hout een plaats „zonder stadse fratsen” is. Van Dommelen: „Dat is een goeie omschrijving.”