Opinie

Een oog voor een boek

Stephan Sanders

Rijkelijk laat heeft Hadi Matar, de man die afgelopen vrijdag Salman Rushdie neerstak, besloten de geschiedenisboeken binnen te glippen. Een oog voor een boek. 24 jaar oud is de verdachte; toen ayatollah Khomeiny in 1989 zijn fatwa uitsprak tegen Rushdie en diens roman De duivelsverzen was deze Hadi Matar nog niet eens in de maak.

Religieuze woede is dus erfelijk, je hoeft de gebeurtenissen niet zelf meegemaakt te hebben om 33 jaar later toch in vuur en vlam te staan.

Volgens onderzochte Facebookberichten is deze Matar een groot fan van Khomeiny, leider van de Iraanse Revolutie, die stierf in 1989 – het jaar dus, dat hij Rushdies doodsvonnis uitsprak. Daarmee waren het zo’n beetje de laatste heilige woorden van de Iraanse geestelijke leider en die kunnen niet zomaar ingetrokken worden.

Toch bewoog Iran een beetje: in 1998 verklaarde het regime zelf geen actie te ondernemen om Rushdie te doden, maar zoals ayatollah Ali Khamenei monter verklaarde is de fatwa tegen Rushdie „als een kogel die niet te stoppen valt voordat hij zijn doel heeft bereikt”.

Zwerfwoorden van Khomeiny met een groot bereik; er lopen duizenden, tienduizenden islamisten rond die zich de woorden van de leider hebben eigen gemaakt. Wat is er in religieus opzicht bevredigender dan zo’n laatste taakopdracht te vervullen. Wat je voorouder niet lukt, doe jij even: je pakt de auto vanuit New Jersey, weet dat Rushdie een lezing gaat houden in de staat New York, er is enige beveiliging maar die is minimaal. Rushdie wil, na al die jaren in de onderduik, zoveel mogelijk een alledaags leven leiden, waarbij hij niet van gepantserde limousine naar een betonnen bunker wordt gesleept.

Rushdie zelf heeft om opheffing verzocht van de Internationale Rushdie Defence Committees, ook die in Nederland. Hij wilde niet de fatwa-schrijver zijn, die vastgeklonken bleef zitten aan Khomeiny’s roepmoord; hij wilde voetballen met zijn zoon in het park, hij wilde boeken schrijven en deed dat ook tegen de klippen op. In 2002 verhuisde hij vanuit het Verenigd Koninkrijk naar New York, om daar een wat vrijer leven te leiden.

Het is geen keuze: óf levenslang in een kelder begraven worden, óf toch stukje bij beetje de openbaarheid opzoeken. Een mens is niet gebouwd op een eeuwig durende ophokplicht. De verbeelding, zeker van een schrijver moet gevoed. Aan je bureau schrijf je, maar buiten komen de ideeën.

Vanaf zijn eerste publicaties heeft Salman Rushdie zich gekeerd tegen het idee van de schrijver als Merk: hij was geen Migranten-, geen Indiase-, islamitische- of anti-islamitisch auteur. Hij is vooral geen Martelaar-schrijver.

Stephan Sanders schrijft elke maandag op deze plek een column.