De Romeinen bedachten een simpele oplossing om een overstroming te voorkomen

Water is onmisbaar. Soms is er te veel van, soms te weinig. Op zoek naar de wetenschap in en om het water.

Aflevering 6: Romeins watermanagement.

Archeoloog Erik Graafstal in Vleuten-De Meern. Rechtsboven de replica van het afgezonken schip. Daaronder een Romeins schip in museum Hoge Woerd.
Archeoloog Erik Graafstal in Vleuten-De Meern. Rechtsboven de replica van het afgezonken schip. Daaronder een Romeins schip in museum Hoge Woerd. Foto's Dieuwertje Bravenboer

Op een grasveldje in de nieuwbouwwijk Vleuten-De Meern staat een boom. „Een zwarte els”, weet archeoloog Erik Graafstal. Maar voor zijn geestesoog ziet hij nog iets anders. „Hieronder moet nog een Romeinse moerasbrug liggen.” Hij wijst naar een voetbalveldje verderop. „Daar was rond 120 na Christus een doorbraak van de Rijn, met als overblijfsel een crevasse, een overloopgeul.” Lopend langs de vijver bij de Lawick van Pabstlaan spreidt hij zijn armen. „Hier liep de oeverlijn.” Wijzend naar het noorden. „Daar stroomde de rivier, minstens honderd meter breed.”

Als Graafstal door Leidsche Rijn rijdt, fietst of loopt ziet hij telkens een plek waar hij en zijn collega’s van Erfgoed Utrecht tussen 1997 en 2019 delen van de Limes hebben opgegraven, de noordelijke Romeinse rijksgrens. De vondsten – resten van schepen, beschoeiingen, bruggen, kades, wegen, wachttorens, steigers – hebben een uniek beeld opgeleverd van hoe de Romeinen zich drie, vier eeuwen staande hebben gehouden in een rivierenlandschap.

De rondleiding langs plekken van Romeins watermanagement was begonnen in museum Hoge Woerd, gebouwd op de resten van een in 1940 ontdekt Romeins fort. In het museumcafé had Graafstal gewezen op een pilaar. Die staat op de plek van een kleine opgraving uit 2015 die goed had laten zien met welke waterkrachten de Romeinen te maken hebben gehad. „Eerst vonden we keurig resten uit de late eerste eeuw na Christus, gevolgd door de brandlaag uit 69, toen de Bataven in opstand kwamen. Maar daaronder zaten niet de verwachte resten uit 40-41, toen het eerste fort is gebouwd, maar twee dikke zandlagen.” Onderzoek maakte duidelijk dat het om sedimenten ging van twee enorme overstromingen. De oplossing tegen verdere overstromingen was simpel: de Romeinen brachten voortaan bij de herbouw van forten, die ze om strategische en praktische redenen altijd dicht bij de rivier bouwden, eerst een flinke laag grond op die als een terp fungeerde.

Erik Graafstal.
Foto Dieuwertje Bravenboer
Een Romeins schip in museum Hoge Woerd.
Foto Dieuwertje Bravenboer

Foto Dieuwertje Bravenboer

Bij de Lawick van Pabstlaan snijdt een voetpad diagonaal door een woonblok. Het geeft aan waar de Limesweg liep, waarlangs de Romeinen snel troepen konden verplaatsen. De opgraving op deze plek vertelde ook weer over de kracht van de rivier, legt Graafstal uit. „In 125, onder keizer Hadrianus, hebben de Romeinen werkzaamheden aan de weg uitgevoerd, om door de Rijn veroorzaakte schade te herstellen. Hier is over een lengte van ongeveer tweehonderd meter een bres geweest.”

In de loop van de tijd, door schade en schande wijs geworden, begrepen de Romeinen dat het soms beter was om het water de ruimte te geven. „Bij crevasses leidden ze de weg dan niet opnieuw over een dijk, die de overloopgeul afsloot, maar over paaljukbruggen, een soort moerasbruggen.”

Elk jaar schoof de bocht een meter naar het westen

Erik Graafstal archeoloog

In het hele gebied zijn talloze crevasses. Tot nu toe hebben Graafstal en zijn collega’s twee bruggen opgegraven en er nog twee gelokaliseerd. „In West-Nederland moeten er minstens tientallen zijn geweest”, stelt hij. Het valt hem op dat veel nieuwe geulen rond het begin van de jaartelling ontstonden. „Kort nadat de Romeinse veldheer Drusus een dam aanlegde op de splitsing van Rijn en Waal. Dat zou dus als onbedoeld effect tot allerlei doorbraken bij Leidsche Rijn geleid kunnen hebben.”

Een kleine vijfhonderd meter oostelijker, bij de Claudiuslaan, markeert een stalen plaat de plek waar een wachttoren is opgegraven. Nog dertig meter oostelijker stond een eerdere wachttoren, vertelt Graafstal. „De rivier was steeds in beweging. Elk jaar schoof de bocht een meter naar het westen. Om goed zicht op de bocht te houden hebben de Romeinen na pakweg dertig jaar de wachttoren verplaatst.”

Lees over het gedrag van rivieren: Meanderende rivieren? Dat is niks voor Nederland

Erosie tegengaan

Bij wat nu de Augustusweg en het Trajanushof heet, stuitten de archeologen op een groot werk om erosie in een bocht tegen te gaan. „In het jaar 100, onder Trajanus, hebben ze met basaltblokken de oever verstevigd en een krib, een korte bekiste dam, gebouwd. Die krib moest ervoor zorgen dat de rivier niet meer de bocht uitsleet. De basaltblokken kwamen uit de buurt van Bonn, zo’n 250 kilometer stroomopwaarts. Dat moeten vele scheepsbewegingen zijn geweest.” Blijkbaar was die moeite niet voldoende geweest, want bij opgravingen in 2005, waaraan ook het bekende Britse televisieprogramma Time Team meedeed, ontdekten de Utrechtse archeologen bij de krib een wrak van een Romeins vrachtschip. „Het schip lag met zijn voor- of achtersteven hoog op de oever en was gevuld met basaltblokken. Waarschijnlijk is het bewust afgezonken en met basaltblokken verzwaard, om de stroom extra te breken.”

Naast de plek van de opgraving steekt een verkleinde replica van het schip deels uit de grond. „We hebben het schip, dat ongeveer vier meter breed en 27 meter lang geweest moet zijn, niet geheel opgegraven. Het grootste deel zit nog in de grond”, legt Graafstal uit.

Dat vestigt de aandacht op een ander aspect van archeologie en water: het waterpeil in het gebied moet hoog genoeg zijn om te voorkomen dat hout in aanraking komt met zuurstof en uitdroogt. „Na de opgraving heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed peilbuizen in de grond geslagen om de bewaaromstandigheden te meten en in de gaten te kunnen houden”, vertelt Graafstal. Hij kijkt even rond, maar kan geen peilbuizen meer vinden. „Mogelijk zijn ze met de monitoring gestopt, toen ze zagen dat alles in orde was. Ik weet dat het peil van de sloten in de buurt in de gaten wordt gehouden, en dat is nog steeds in orde. Onlangs hebben we in de buurt nog archeologisch hout gevonden en dat was zelfs in de bovenste laag in uitstekende conditie. Dus met het schip zal het ook wel goed zijn.”