‘Roeien moet inclusiever en veel diverser worden’

EK roeien Het Nederlandse roeien presteert goed op de EK. Op het gebied van diversiteit en inclusie zijn er echter nog grote stappen te maken.

Karolien Florijn in actie in de skiff op de EK in München. Ze werd als tweede Nederlandse vrouw ooit Europees kampioen in de skiff.
Karolien Florijn in actie in de skiff op de EK in München. Ze werd als tweede Nederlandse vrouw ooit Europees kampioen in de skiff. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

De absolute uitblinkers van het Europese roeien streden dit weekend om het eremetaal, op het ‘multi-EK’ in München. Ook TeamNL was in verschillende vormen van de partij. Nederland ontwikkelde zich in de loop der jaren tot een grote speler in het roeien. Dat kwam voor het eerst, zeker bij de mannen, op het WK in 2019 ultiem tot uiting.

In het Oostenrijkse Linz verpulverde de Nederlandse dubbelvier drie jaar geleden met een bootlengte verschil geleden haar concurrentie. Fraai, maar het kwartet kapiteinen was verre van voldaan. Het streven naar perfectie én een honger naar meer leverde hen zelfs de bijnaam Ploegje Nooitgenoeg op. Vorig jaar volgde pas voldoening, op de Spelen in Tokio. Daar presteerden Wieten, Uittenbogaard, Metsemakers en Wiersma wat niemand ze in 25 jaar nadeed: Hollands goud op een roeionderdeel bij de mannen.

Olympisch kampioen, bij velen moet zo’n eretitel eerst even doordringen. Abe Wiersma had dat amper. „Dat vind ik het fijne aan roeien: ga je als eerste over de finish, dan win je en weet je meteen waar je aan toe bent.” Die gouden gebeurtenis is inmiddels ruim een jaar geleden, maar één detail staat hem nog helder voor de geest: de waarden op zijn sporthorloge. „Het bleek dat ik niet tijdens, maar net ná de race mijn hoogste ritme aantikte. Ik schreeuwde het uit van vreugde, met als gevolg een maximale hartslag van 204...”

Veel ego’s en weinig teamwork

Het fundament voor het eremetaal werd voor een groot deel gelegd door extreem veel en extreem hard trainen. Onder leiding van bondscoach Eelco Meenhorst zochten de roeiers keer op keer de fysieke grens op. Regelmatig gingen ze daar zelfs overheen. Wiersma kan er inmiddels om lachen. „Ik hou van roeien, maar na drie uren gas geven, begon ik pijn te voelen op plekken waar je dat liever niet hebt. Er zaten dagen tussen dat ik meer dan negenduizend calorieën verbrandde.”

Het andere deel van de successtructuur komt op het conto van Monica Visser. Zij stopte in januari na tien jaar als directeur van de roeibond. Toen ze in 2012 begon, was de olympische vlam in Londen net gedoofd en had het Nederlandse roeiteam slechts één medaille veroverd. Inmiddels loopt dit aantal per Spelen met twee op: in Rio drie, vorig jaar in Tokio een hele hand vol. Visser wuift de meeste credits weg, maar beseft wel dat haar daadkracht nodig was. „Toen ik begon, zag ik geen eenheid, er stond een zwakke organisatie.”

Visser, tegenwoordig directeur van de cricketbond, ervoer in de roeiwereld veel ego’s, veel eigen plannetjes en vooral weinig teamwork. Een reorganisatie volgde, de banden met verenigingen werden aangehaald, processen opnieuw ingericht en de juiste mensen op de juiste plekken gezet. „Ik vergelijk dat traject met een grote box vol smarties: allemaal verschillende snoepjes die we één voor één oppakten en waarmee we aan de slag zijn gegaan.”

Met het aanstellen van Visser groeide de roeisport, anders dan veel andere sporten.. Tien jaar geleden telde het zo’n 31.000 leden, vijf jaar later 36.000 en nu ruim 43.000. Wiersma ziet het om zich heen: het wordt steeds drukker op thuishonk de Bosbaan in Amsterdam. „Ook in de winters, als we varen op de Amstel, zie ik meer roeiers dan ooit. Alleen maar goed, want hoe meer ploegen meedoen, hoe sterker je elkaar maakt. En niet alleen in de top, maar ook in de breedte van de sport.”

Ook Christa Grootveld, sinds april de opvolgster van Visser als KNRB-directeur, is er blij mee. Haar grootste uitdaging? Misschien wel de cultuurverandering die de sport ondergaat. Eerder werd binnen de roeibond de commissie Diversiteit en Inclusie in het leven geroepen, met mensen uit de roeiwereld die het gevoel hadden dat de sport te homogeen zou zijn. „Dat gevoel moest aan cijfers gekoppeld worden. Uit het onderzoek wat volgde, kwam dat wat men stiekem al wist: roeien wordt beoefend door met name hoogopgeleide, witte atleten.”

Vinkjes

Ook Wiersma voldoet aan de vinkjes. „Ik weet dat ik in een bubbel zit. En ik zie zeker dat de roeiwereld niet representatief is voor de samenleving. Daar kan je vraagtekens bijzetten, ja.”

Het onderzoek wees meer uit. Zoals het gegeven dat één op de drie roeiers te maken heeft met negatieve grappen en vooroordelen over hun opleidingsniveau. En één op de twee roeiers van kleur is slachtoffer van racisme.

Ook in het meerjarenplan dat Grootveld nu schrijft, is de cultuurverandering een groot thema. „Als roeibond zeggen we dat iedereen welkom is, maar dat is anders dan je daadwerkelijk welkom voelen. Die stap moeten we nu zetten.”

De bond zet juist daarom stevig in op bewustwording. Onder andere via een social media-campagne met de slogan ‘Woorden raken. Ook die van jou.’ „Zo laten we zien dat je over dit thema niet moet zwijgen. Door gewenst en ongewenst gedrag te benoemen, kom je vroeg of laat tot een verantwoorde en veilige sportomgeving.”

Zo is de sport niet alleen op het water, maar ook overstijgend in beweging. Want er is meer waarin het zich wil ontwikkelen. Ondanks het toenemende ledenaantal is er een categorie die extra aandacht nodig heeft: de groep vóór de studenten. Daarom is een juniorencommissie ingesteld om de aanwas in jonge roeiers, vanaf veertien jaar, te vergroten. Grootveld denkt hierbij terug aan haar eerste sportstapjes. „Ik ging volleyballen vanwege mijn lengte en kracht. Maar ook omdat niemand me op alternatieven, zoals roeien, wees. Juist daar is nog veel winst te behalen.”

Mannen-acht

Roeien is tijdens de ‘multi-EK’ in München één van de negen sporten waar gestreden wordt om Europese titels. De mannen-acht, waar Wiersma onderdeel van is, veroverden op zaterdag de zilveren medaille. Hij is de enige van de gouden vier die nu in TeamNL actief is. Al is Wiersma naast roeier inmiddels ook applicatiebouwer. „Na de Spelen Van Tokio werd duidelijk dat we allemaal iets anders gingen doen. Daarom is Dirk Uittenbogaard bezig met het opstarten van een ecosysteem-herstellende boerderij, Tone Wieten doet een stage verpleegkunde en Koen Metsemakers loopt zijn coschappen. Die sluit daarna weer bij ons aan, Tone wellicht later.”

Zelfs van het imago van Ploegje Nooitgenoeg lijkt even weinig over. Ze moesten genoegen nemen met een tweede plaats. Al was goud absoluut niet het grote doel tijdens deze Europese kampioenschappen. Wiersma resoluut: „Ik heb altijd geleerd dat de focus niet op de prijs, maar op het roeien zelf moet liggen. Dit is puur experimenteren met een nieuwe ploeg. Eerst richting het WK eind september en daarna smeden en dán presteren op de Zomerspelen van 2024 in Parijs.”