Fons Meijer op de plek in Leiden waar de buskruitramp van 1807 plaatsvond. Er vielen 151 doden.

Foto Merlijn Doomernik

Interview

Rampen brachten eenheid in het Nederland van de 19de eeuw

Fons Meijer | historicus De 19de eeuw was een periode vol rampen in Nederland. Deze catastrofen leverden ook iets op: nationale lotsverbondenheid – of „rampennationalisme”.

Het is begin februari 1825. Een desastreuze combinatie van storm, springtij, hoog binnenwater en verwaarloosde dijken leidt tot dijkdoorbraken en overstromingen langs de Wadden en de Zuiderzee. Bijna de gehele Gelderse kuststrook komt onder water te staan als onder meer de zeedijk bij Kampen doorbreekt. Er vallen 397 doden, onder wie 29 in en om Elburg. Daar woont de schipper Menzo Bokhorst. Samen met dertig andere schippers vaart hij de storm in om mensen van daken en uit huizen te redden van het koude zeewater. Hun actie levert ze een heldenstatus op.

De schippers krijgen een halfjaar later als dank een erepenning uitgereikt van de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen. Tijdens de plechtigheid in de Grote of Sint-Nicolaaskerk spreekt ook de rector van de lokale Latijnse school, Hendrikus Hoefhamer. „Zijn verhaal over de heldenmoed van de schippers gaat al gauw over in een lofzang op de hele Nederlandse natie, waarbij hij de deugdzaamheid van zijn landgenoten verheerlijkt”, vertelt Fons Meijer.

Meijer is historicus. Hij promoveerde in juni aan de Radboud Universiteit op het proefschrift Verbonden door rampspoed. Rampen en natievorming in 19de-eeuws Nederland, ook als boek verschenen. Hierin onderzoekt Meijer hoe Nederlanders in de 19de eeuw rampen aangrepen om nationale gevoelens vorm en betekenis te geven. „Hendrikus Hoefhamer was onderdeel van een legertje rampenpublicisten in de periode tussen 1800 en 1890 dat na veel grootschalige rampen de gelegenheid aangreep om de nationale ideologie te cultiveren en tijdgenoten uitnodigde zich te identificeren met de natie.”

Nederlandse koningen lieten zich na rampen van hun beste kant zien

Waarom bent u specifiek naar rampen gaan kijken?

„In het onderzoek naar natievorming wordt vaak gekeken naar politieke ijkpunten en oorlogen. Voor Nederland wordt vooral gewezen naar de Franse tijd, toen Nederland bezet werd en onderdeel was van Frankrijk. De Tweede Wereldoorlog was ook zo’n moment waarop leden van een natie in elkaars armen werden gedreven.

„Maar wat als de ‘vijandige ander’ geen buitenlandse mogendheid was, maar een dijkdoorbraak? Ik heb in mijn onderzoek laten zien dat natuurrampen een wezenlijk onderdeel waren van het alledaagse leven in de 19de eeuw. Dit geldt sowieso voor kleinschalige rampen, kleinere overstromingen vonden bijvoorbeeld vaak plaats. Maar ook grote rampen waren er ieder decennium wel. Hoe gaven mensen uiting en vorm aan nationale gevoelens op zulke momenten? Ik kreeg al snel het idee dat als je dat begrijpt, dat je dan ook dieper kunt duiken in hoe natievorming werkt. Dichters, journalisten, predikanten en auteurs van gedenkboeken waren aanjagers van rampennationalisme.”

Hoe deden zij dat?

„De nationale media maakten van lokale en regionale calamiteiten nationale rampen. In het geval van Hendrikus Hoefhamer, die de schippers bezong, werd de heldenmoed gebruikt om een groter verhaal te vertellen: ‘Minder door de rijkheid van grond, dan door eenvoudigheid van zeden: minder door grootheid van magt, dan door deugden zijner burgeren, minder door den roem van wapenen, dan door de schooneren lof zijner weldadigheid. Gelukkig Nederland!’ Het werd een nationaal verhaal over het deugdzame Nederland.”

„Auteurs eigenden zich ook de betrokkenheid van koningen toe als vader van de natie of beschermer tegen rampspoed. Nederlandse koningen lieten zich na rampen van hun beste kant zien. Koning Willem III was aan het begin van zijn regeerperiode bijvoorbeeld regelmatig in overstroomde gebieden te vinden.”

„Een ander belangrijk beeld dat werd gecreëerd was dat van Nederland als liefdadige natie. In preken, toespraken en gedichten werd het beeld geconstrueerd van Nederland als de liefdadigste natie van Europa en misschien wel de wereld. Het beeld was dat er maar een dijk door hoefde te breken of een buskruitschip ergens hoefde te ontploffen en Nederlanders gingen bijna uit zichzelf geld inzamelen en doneren.”

Er waren mensen die zeiden dat het geld alleen naar christelijke slachtoffers moest gaan

Waren ze echt zo liefdadig?

„Ik wil vooral benadrukken dat het een beeld was. Niet overal werd evenveel geld ingezameld. Het meeste geld kwam uit het westen van het land en in het begin van de eeuw vooral ook uit de grotere steden.”

Hoe kwam dat?

„Het maatschappelijk leven was georganiseerder, mensen waren rijker en er waren goed ontwikkelde liefdadigheidsnetwerken. Het westen was in de 17de en 18de eeuw lange tijd bovendien het hart van Nederland geweest. In de 19de eeuw bestond vooral daar een sterke loyaliteit met de Nederlandse staat.”

Waren er ook groepen die uitgezonderd werden van liefdadigheid?

„Ook in de 19de eeuw waren er al mensen zoals Multatuli die zeiden: Nederlanders zeggen wel dat ze zo liefdadig zijn, maar waarom halen ze dan minder geld op na een ramp in de koloniën? Er waren mensen die zeiden dat het geld alleen naar christelijke slachtoffers moest gaan – moslims wilden ze niets geven. Tegen het einde van de eeuw werd soms alleen geld ingezameld voor Europeanen, dus niet de inheemse bevolking.”

Mensen zeiden dat de katholieken zelf de dijken hadden doorgestoken

En de katholieken?

„Rond de jaarwisseling van 1880/1881 overstroomde de Maas voor een derde keer in een korte tijd. De dijk bij het katholieke Nieuwkuijk, een dorpje bij ’s-Hertogenbosch, brak toen door. Weer werd er geld ingezameld, maar vanuit verschillende media zoals de Arnhemse Courant en orthodox-protestante bladen werden complottheorieën verspreid. Mensen zeiden dat de katholieken zelf de dijken hadden doorgestoken. Er was kritiek op de hoeveelheid geld die slachtoffers zouden krijgen. Het overheersende idee was dat slachtoffers er toch zeker niet van moesten profiteren. Ik heb niet veel voorbeelden van antikatholieke beeldvorming gevonden, maar katholieke dagbladen reageerden er wel op waardoor een publiek debat ontstond.”

Ik moet denken aan de watersnood in Limburg vorig jaar. Zag u daarbij parallellen met het rampennationalisme van de 19de eeuw?

„Ik denk dat er ook na de overstromingen in Limburg sprake was van rampennationalisme. Er waren niet alleen in Nederland overstromingen maar ook in België en Duitsland. Sterker nog, daar waren de gevolgen veel desastreuzer. Maar ik kwam een advertentie tegen waarin er vooral een Nederlandse ramp van werd gemaakt. De slogan was: ‘Deze ramp in Limburg raakt ons allemaal.’ ‘Ons’, dat sloeg op de inwoners van Nederland. Dat werd ook duidelijk uit de manier waarop het gironummer was gepresenteerd, namelijk als een Nederlandse driekleur. De advertentie deed geen beroep op de medemenselijkheid, maar op nationaliteit: we helpen onze landgenoten.”