Een jaar na de val van Kabul: ‘Mijn land is onherkenbaar, dramatisch veranderd’

Machtsovername Een jaar na de machtsovername zijn de Taliban er niet in geslaagd van opstandelingen bestuurders te worden. Vooralsnog hebben hardliners in de regering de overhand, bijvoorbeeld in het steeds strenger scheiden van de seksen.

Meisjes krijgen les op een geheime school op een niet nader te noemen locatie in Afghanistan.
Meisjes krijgen les op een geheime school op een niet nader te noemen locatie in Afghanistan. Foto’s Lillian SuwanRumpha, AFP

Zelfs droog brood en thee – het vaste dieet voor een groot deel van de bevolking – kunnen sommige Afghanen zich niet meer veroorloven. „Als ik naar de bakker ga, zie ik ze daar bedelen”, zegt Mansour, een 32-jarige medewerker van een internationale ngo die in de provincie Kabul vlak buiten de hoofdstad woont, in een gesproken app-bericht.

Mansours wandeling naar de winkelstraat vindt hij nu een trieste bedoening: in de voorheen gezellige, bedrijvige eethuisjes en cafés is het veel stiller geworden. „In een jaar tijd is mijn land onherkenbaar, dramatisch veranderd”, zegt hij. Mansour vertelt graag hoe het nu is in Afghanistan. Maar uit veiligheidsoverwegingen doet hij dat liever niet onder zijn volledige naam (die wel bekend is bij de redactie).

Uit Mansours relaas blijkt dat het de Taliban grote moeite kost het land effectief te besturen. Net als een kwart eeuw geleden, toen de radicale moslims het land ook al vijf jaar runden. „Hun takenpakket is veranderd”, zegt Martine van Bijlert, medeoprichter van het Afghanistan Analysts Network, telefonisch. „Ze moeten de omslag maken van opstandelingen naar regering en dat vergt veel energie.”

Daar komt bij dat de Taliban onderling verdeelder zijn dan ze naar de buitenwereld doen voorkomen. De opperste leider, Hibatullah Akhundzada, door de Taliban wel aangeduid als emir, huist in Kandahar, vanouds een bolwerk van de Taliban. Slechts incidenteel laat hij van zich horen. Maar een wat pragmatischer vleugel zit vooral in de hoofdstad Kabul, het administratieve centrum van het land.

De pragmatici zouden bijvoorbeeld graag weer de middelbare scholen willen openstellen voor meisjes. Van Bijlert: „Het is ook een duidelijke vraag vanuit de samenleving. Maar binnen een fundamentalistische beweging is het vaak moeilijk om openlijk af te wijken.” De aanhangers van de harde lijn, kennelijk gesteund door Akhundzada, houden hun poot tot nu toe stijf en tonen zich ongevoelig voor druk uit het buitenland om dit besluit te herzien. „Zij redeneren: God heeft ons de overwinning geschonken, wij hebben de rest van de wereld niet nodig”, zegt Van Bijlert.

De belofte dat ook meisjes ouder dan twaalf (jaar 6) hun opleiding mochten voortzetten, werd vorig jaar augustus breed uitgemeten in officiële verklaringen. Maar op 23 maart, de dag dat de scholen weer volledig open zouden gaan, werden meisjes na enkele uren toch naar huis gestuurd.

Mansours dochter werd het afgelopen jaar twee. Hij ziet haar toekomst somber in: als hij en zijn vrouw zich schikken naar de machthebbers, zal zij waarschijnlijk niet veel kansen krijgen, vrezen zij.

Verspreid door het land zijn inmiddels ‘geheime scholen’ ontstaan voor tienermeisjes en jonge vrouwen. De leerlingen, die soms zelfs familieleden niets vertellen over hun pogingen hun opleiding voort te zetten, reizen via omwegen naar klaslokalen op geheime plekken. Ze houden thuis hun schoolboeken uit het zicht, zo vertelde een meisje aan persbureau AFP: de keuken, volgens strenge Talibs de gepaste plek voor vrouwen, bleek de perfecte verstopplek voor haar huiswerk.

Bekijk ook de portretten van Afghaanse vrouwen die persbureau AFP heeft gemaakt.

Obsessief scheiden van de seksen

De Taliban gaven het afgelopen jaar vrij baan aan hun obsessie met de scheiding van de seksen. Voor parken in Kabul heeft het weer opgerichte ministerie van de Bevordering van de Deugd dagen ingevoerd waarop alleen mannen toegang hebben en andere waarop alleen vrouwen welkom zijn. De vrijdagen, waarop eerder families samen naar het park gingen, zijn nu louter voor mannen. Gezinnen die afgelopen maart voor het nieuwsjaarsfeest Nowruz in het openbaar muziek speelden, kregen te horen dat dat voortaan verboden was. Reizende vrouwen moeten door mannelijke familieleden worden vergezeld.

Die regels gelden ook voor vrouwen die forenzen voor hun werk, hoort hulpverlener Mansour van collega’s. „Zo werken de nieuwe richtlijnen ver door: mijn werkgever moet inmiddels geld reserveren voor de betaling van mannelijke begeleiders als vrouwen het veld in willen voor onze hulpprojecten.” Zelfs voor de spaarzame internationale donoren die nog bijdragen, is dat geen acceptabele kostenpost. Door dit soort drempels op te werpen, wordt het vrouwen in de praktijk moeilijk gemaakt maatschappelijk iets bij te dragen, al is er geen direct verbod.

„Overal is controle”, vertelt Mansour. Het gaan en staan van inwoners in Kabul wordt nauwlettend in de gaten gehouden. „Het is vermoeiend om bij elk checkpoint je antwoord klaar te moeten hebben, ter verantwoording. Zelfs als je gewoon de waarheid vertelt.”

Tekort aan specialisten

De economische situatie is intussen aanzienlijk verslechterd sinds de Taliban de macht grepen. Volgens schattingen van de Verenigde Naties hebben zo’n twintig miljoen mensen, dat wil zeggen ruim de helft van de Afghaanse bevolking, moeite om zichzelf in leven te houden.

Door schrale en eenzijdige voeding worden mensen sneller ziek.De gezondheidszorg is het afgelopen jaar, mede door gebrek aan geld, goeddeels ingestort. In veel ziekenhuizen en klinieken is na de op gang gekomen vluchtelingenstroom een tekort aan getraind personeel en gespecialiseerde artsen. Ook zijn er onvoldoende medicijnen en moeten meerdere patiënten vaak één bed delen. Het aantal miskramen stijgt, mede doordat moeders niet genoeg te eten krijgen.

Het leed van de burgerbevolking houdt de Taliban intussen niet zo erg bezig. „Daar zit iets onverschilligs in”, stelt Van Bijlert. „Sommigen van hen zeggen: wij hebben ook honger en andere ontberingen geleden, toen we vochten, terwijl jullie het destijds tamelijk goed hadden. Nu voelen jullie dat ook eens. Leer er maar mee omgaan.”

De Taliban stonden ook voor een bijna onmogelijke opgave. Ongeveer driekwart van de begroting van de vorige regering werd gedekt met hulpgelden uit het buitenland en die vielen na de overwinning van de Taliban (en de terugtrekking van de Amerikaanse en andere westerse troepen) vrijwel geheel weg, omdat donoren geen geld aan de Taliban wilden geven. Juist onderwijs en gezondheidszorg werden veelal betaald met hulpgeld.

Ook bevroren de VS en andere landen de circa 9 miljard dollar aan buitenlandse tegoeden van de Afghaanse Centrale Bank. Een immoreel besluit, volgens een internationale groep van ruim zeventig economen, onder wie Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz. Juist deze week zonden ze de Amerikaanse president Joe Biden een brief met het verzoek dit geld vrij te geven, nu de Afghaanse bevolking zo heeft te lijden. „De bevolking van Afghanistan heeft daardoor dubbel moeten lijden voor een regering die ze niet had gekozen”, is te lezen in de brief.

Vluchten kost ook geld

Helemaal stil ligt het Afghaanse overheidsapparaat overigens niet. De belastinginning loopt bij voorbeeld relatief soepel. Een deel van de ambtenaren is in Kabul gebleven en met behulp van hun expertise wordt de belasting zelfs deels digitaal geïnd. Dat gaat bovendien gepaard met minder corruptie dan onder de vorige regering. Doordat de economie zo is ingezakt, zijn de netto-opbrengsten echter aanzienlijk lager dan vroeger.

Ondanks de exodus na 15 augustus vorig jaar en het ontslag van ambtenaren die in de ogen van de Taliban te liberaal of anderszins verdacht waren, zijn veel ambtenaren in functie gebleven. Zelfs als ze weg zouden willen, is dat lastig voor hen. Ze missen de financiële middelen en hebben daar een paspoort voor nodig van de Taliban, die er niet scheutig mee zijn. Dus werken velen door, vaak tegen een nogal gereduceerd salaris.

De Taliban hebben hun hoop nu deels gevestigd op de mijnbouw, een sector die door de decennia lange oorlogen nooit erg tot ontwikkeling is gekomen. Op het moment zijn er eigenlijk alleen enkele kolenmijnen, waar kompels (soms jongens van amper tien jaar) kolen delven. Maar het land is ook rijk aan mineralen, onder meer koper van uitstekende kwaliteit. Amerikaanse experts schatten al tien jaar geleden dat er in totaal voor 1 miljard dollar in Afghanistan onder de grond zat. Tot ongerustheid van Washington is China inmiddels met de Taliban in gesprek over contracten voor de winning hiervan.

Een andere, controversiële bron van inkomsten is de papaverteelt, waaruit opium kan worden gewonnen die weer als grondstof voor heroïne dient. Afghanistan is hiervan al jaren de grootste producent ter wereld en de Taliban hebben het in het verleden vaak oogluikend toegestaan in gebieden waar zij de controle hadden. Dit voorjaar verboden ze formeel de papaverteelt maar – zoals vaker – wordt er nog niet structureel tegen opgetreden.

Hoe geliefd de Taliban een jaar na hun machtsgreep zijn, is moeilijk te zeggen. Veel Afghanen waren de eindeloze onveiligheid als gevolg van gevechten beu en verwelkomden alleen al daarom de relatieve rust onder het Taliban-bewind. Sommigen, zeker in het conservatieve zuiden, verwelkomen ook het concept van een religieus regime.

Van Bijlert: „Nieuwe machthebbers krijgen vaak het voordeel van de twijfel. Veel Afghanen wilden eerst eens kijken hoe ze het zouden doen. De vorige regering, met haar corruptie en de doorlopende gevechten op grote delen van het platteland, was voor veel mensen ook niet geweldig.”

Mansour groeide op in een Afghanistan waarin de Taliban waren verdreven. Hun vorige machtsperiode in de jaren negentig maakte hij niet bewust mee. Veel vrienden en kennissen zijn kort na de val van Kabul vorig jaar vertrokken. Hij maakt zich zorgen over hoe het zijn land verder zal vergaan. „Ik voel me eenzaam – niet alleen omdat ik mijn vrienden mis, maar ook omdat ons leven hier zo is veranderd.”