Reportage

‘Nederlands grootste natuurbrand ooit’ schudde natuurbeheerders wakker. Welke lessen zijn er sindsdien geleerd?

Natuurbeheer In de Deurnsche Peel zijn lessen geleerd na „Nederlands grootste natuurbrand ooit”, twee jaar geleden.

Voor de Deurnsche Peel en de nabijgelegen Mariapeel is een natuurbrandbeheersplan gemaakt.
Voor de Deurnsche Peel en de nabijgelegen Mariapeel is een natuurbrandbeheersplan gemaakt. Foto Walter Herfst

„Dat is niet de bedoeling”, zegt Lieke Verhoeven. Met hetzelfde boswachtersoog waarmee ze even later zonnedauw ziet groeien tussen het overheersende pijpenstro, ontdekt ze diep in de Deurnsche Peel een peuk. Ze maakt een foto en steekt het restant van de sigaret bij zich. Die hoort niet thuis in het Natura 2000-gebied. Al helemaal niet tijdens een kurkdroge zomer en met voorjaar 2020 nog vers in het geheugen. In april van dat jaar woedde wat werd omschreven als „de grootste natuurbrand in Nederland ooit”. In vijf dagen ging 710 hectare natuur in vlammen op. Het bleef nog twee maanden smeulen.

Voor de Deurnsche Peel is nu een natuurbrandbeheersplan gemaakt, voor de Mariapeel is het nog in de maak. Die naam zegt het al, volgens Verhoeven. „De illusie is niet dat natuurbranden in de toekomst helemaal te voorkomen zijn. Het is meer een poging de natuur en mensen weerbaarder te maken bij zo’n calamiteit. Als de brandweer uitrukt voor een brand in een huis of een gebouw, ligt alles vast in protocollen. Iedereen weet wat hij moet doen. Bij natuurbranden was dat minder het geval. De gebeurtenissen in het voorjaar van 2020 hebben betrokkenen in heel het land wakker geschud.”

De grote brand in voorjaar 2020 in de Deurnsche Peel. Foto Rob Engelaar

De twee natuurgebieden liggen tegen de provinciegrens aan, aan de Brabantse kant. Dit is een van de streken met de hoogste veedichtheid van Nederland. Aan flink wat lantaarnpalen hangen omgekeerde vlaggen als protest tegen de voorgenomen stikstofmaatregelen. De Peel is ook door bedrijfsactiviteit ontstaan. Pas in de jaren zeventig stopte de laatste veenwinning.

In de twee Natura 2000-gebieden zijn de gevolgen van hoge stikstofdeposities inmiddels duidelijk zichtbaar. Adelaarsvaren en pijpenstrootje woekeren en laten maar steeds minder ruimte voor de hoogveengebieden zo typerende veenmossen. Dat heeft ook gevolgen voor de brandveiligheid, legt Verhoeven uit. „Zeker in tijden van droogte zorgen adelaarsvaren en pijpenstrootje ervoor dat het vuur zich sneller kan verspreiden. Vochtige moerasvegetatie werkt juist remmend. „Veenmos kan tot wel dertig keer zijn eigen gewicht aan vocht vasthouden.”

Brandladders

In de Deurnsche Peel en de nabijgelegen Mariapeel zijn veel van de bijzondere veenmossen ondertussen volledig verdroogd. Het is zoeken naar plekken waar nog water staat en de kikkers hun koppen laten zien. Bij het brandbeheersplan voor de Deurnsche Peel hoort het verminderen van een deel van de adelaarsvarens en pijpenstrootjes. Verhoeven wijst ook op de berkenbomen langs het centrale pad door de Deurnsche Peel. „Je denkt dat een brand niet van de ene naar de andere kant van het pad kan komen, maar via de stammen en de kronen – zogenaamde brandladders – kan de brand toch naar de overkant. Dus is het verstandig om langs het pad een strook bomen weg te kappen.”

Dat verlies aan groen betaalt zich uit in geval van brand. Met zulke ‘stoplijnen’ is het natuurgebied op te delen in ‘brandcompartimenten’. „In 2020 was daar niet of nauwelijks sprake van, zodat het in combinatie met extreme weersomstandigheden lastig was het vuur te beheersen. Als zulke lijnen er wel zijn, kan de brandweer ook op andere manieren blussen. Niet alleen heel offensief bij de brandhaarden maar ook defensief bij die lijnen om de brand binnen een bepaald deel te houden.”

Het betekent dat brandweerwagens en loonwerkers ook het gebied in moeten. „Dat vergt meer, bredere en stevigere paden die de voertuigen kunnen houden, plaatsen waar ze elkaar kunnen passeren en de aanleg van enkele opstelplaatsen, waar ook putten worden geslagen waaruit bluswater omhoog kan worden gehaald.”

Het natuurbrandbeheersplan betekent ook bredere en stevigere paden voor voertuigen zoals brandweerwagens. Foto Walter Herfst

Zulke paden hebben ook een keerzijde, geeft Verhoeven toe. „Het maakt deze gebieden ook toegankelijker voor publiek, terwijl we bezoekers juist zo veel mogelijk willen weghouden uit een flink gedeelte van de Deurnsche Peel en de Mariapeel, vanwege de natuurwaarden en de kwetsbaarheid daarvan. Meer mensen betekent ook meer risico op branden.”

Soms gaan doelen van natuurontwikkeling en brandbeheersing ook gelijk op. „Plannen voor het omhoog brengen van het waterpeil en het herstellen van het hoogveen waren er al vóór voorjaar 2020. Daarmee voorkom je ook dat het vuur zich makkelijk verspreidt.”

Lees ook: De Peel dreigt te verdrogen: ‘We kunnen water niet langer voor lief nemen’

Het natuurbrandbeheersplan volgt op kritiek die doorklonk in onderzoeken die de provincie Noord-Brabant liet uitvoeren na de grote brand in de Deurnsche Peel. Daarin kwam naar voren dat natuurbeheerders onvoldoende oog hadden voor brandpreventie en te weinig communiceerden met regionale en lokale bestuurders. (Provincie)bestuurders hielden bij de inrichting van natuurgebieden onvoldoende rekening met het risico op brand. Verhoeven: „Dat verandert dankzij de maatregelen die in het brandbeheersplan worden voorgesteld. Iedereen kent daarin zijn taken en weet wie waarop aanspreekbaar is.”

Het blijven wel veel betrokkenen: in het geval van de Deurnsche Peel en de Mariapeel onder meer twee provincies, twee gemeenten, twee brandweerkorpsen en twee waterschappen. Anton Slofstra, commandant van de brandweerregio Gelderland-Midden en portefeuillehouder natuurbranden bij de Brandweer Nederland, vindt het merkwaardig dat bij al die bestuurlijke drukte eigenlijk niemand eindverantwoordelijk is. Hij pleit daarom voor de instelling van een nationale autoriteit. „Die is er op elk ander terrein waar sprake is van grote fysieke risico’s wel.”

Zo’n autoriteit zou – bijna vergelijkbaar met de deltacommissaris – ook een langetermijnvisie moeten hebben. „Want het brandrisico verandert met het klimaat en we maken nu keuzes voor de komende tientallen, soms wel honderd jaar.”

Tegelijkertijd moet er regelgeving komen, vindt Slofstra. „Die ontbreekt nu, terwijl je voor alle soorten gebouwen wel allerhande voorschriften hebt op het gebied van materialen, vluchtdeuren en vluchtgangen. Als ik een camping wil beginnen naast een chemisch bedrijf mag dat niet. Als ik diezelfde camping midden in een natuurgebied wil beginnen met maar één vluchtweg, staat mij qua brandveiligheidsvoorschriften niets in de weg.”

In dit artikel stond dat het natuurbrandbeheersplan behalve in de Deurnsche Peel ook gold voor de Mariapeel. Dat is onjuist. Er komt nog een apart plan voor de Mariapeel.