Reportage

Deze veehouder sluit de kringloop door álle reststromen te recyclen

Kringlooplandbouw De Friese boer Pieter van der Valk bedacht een verdienmodel voor het verwerken van reststromen. „Zo wil ik best wat minder koeien melken.”

Pieter van der Valk boert circulair. Hier wordt bermgras gecomposteerd.
Pieter van der Valk boert circulair. Hier wordt bermgras gecomposteerd. Foto’s Sake Elzinga

Diep respect heeft melkveehouder Pieter van der Valk niet voor de politiek. „We zitten met een stikstofprobleem en het enige wat er tijdens een debat in de Tweede Kamer gebeurt, is dat politici elkaars stoelpoten afzagen.” Maar met zijn trekker actie voeren en protesteren doet hij ook niet graag. „Als je ergens tegen bent, kun je de vraag verwachten waar je dan voor bent. Ik werk liever aan zo’n antwoord.”

In de stallen van Van der Valk (38) op het Friese platteland van Ferwoude staan 125 melkkoeien maar die zijn voor dit verhaal minder interessant dan wat er enkele honderden meters verderop op zijn weilanden ligt: grote hopen compost. Van de gemeente Súdwest-Fryslân krijgt de boer sinds kort bermgras, slootmaaisel en houtsnippers. Het toegedekte materiaal ligt op zeventig graden Celsius te gloeien in de zon, tot het na acht weken de gewenste „sublieme” kwaliteit heeft bereikt en over de weilanden uitgereden kan worden. Het zijn mineralen die zijn grond verrijken en het gebruik van kunstmest terugdringen, zelfs overbodig zouden kunnen maken. Agricycling, heet het. „De boer als recyclemachine.”

Van der Valk heeft lang nagedacht over de vraag hoe de landbouw de „transitie” kan maken van productiegedreven sector naar kringlooplandbouw. Zijn conclusie: „Als je af wil van een productiegedreven prikkel, dan moet je je waarden niet koppelen aan een het eindproduct.” Anders gezegd: wie als koeienboer een hoge prijs krijgt voor melk zal daardoor op dit moment niet minder koeien gaan houden, want over een paar jaar is de prijs misschien weer gedaald. „Maar als je een verdienmodel hebt door het verwerken van reststromen, dan hoef je minder geld uit de productie te halen. Dan wil ik best wat minder koeien melken.” Hij bespaart ook nog eens veel geld en hij reduceert stikstof door het achterwege laten van kunstmest. En zo krijg je „een nieuwe balans” binnen het boerenbedrijf.

Menselijke uitwerpselen uitrijden

Van der Valk wil de kringloop sluiten door alle soorten reststromen te recyclen, dat wil zeggen: in de bodem terug te brengen. „Daar wordt mijn grond alleen maar beter van.” Hij is initiatiefnemer van een Friese coöperatie van boeren ‘ten behoeve van de benutting van mineralen uit reststromen’. Ruim dertig deelnemende boeren composteren tegen een vergoeding reststromen van de gemeente. Honderd boeren staan op de wachtlijst. „En we onderhandelen met vijf andere provincies om daar te beginnen.”

De coöperatie wil op eigen akkers niet alleen bermgras en slootmaaisel uitrijden, maar ook groente-, fruit- en tuinafval, baggerslib én menselijke uitwerpselen. Van der Valk: „Wij willen poep en plas omdat we van de kunstmest af willen. Wij sluiten de kringloop alleen als we de mens daar ook in meenemen. Dat gebeurde vroeger ook, mijn overgrootvader haalde de tonnetjes bij de inwoners van Workum op en reed de uitwerpselen uit over zijn land. Nu verkwanselen we deze waardevolle reststromen, terwijl ze bomvol mineralen zitten.” Je hoeft de landbouw niet alleen te beschouwen als producent van voedsel, aldus Van der Valk, landbouw is ook het „recyclend vermogen van de samenleving”.

Foto’s Sake Elzinga

Als een groep landbouwdeskundigen wordt gevraagd om het „perspectief” voor de landbouw, is de Friese melkveehouder een van de voorbeelden. Tegelijk met de presentatie van de stikstofplannen van het kabinet, twee maanden geleden, schreef minister Henk Staghouwer (Landbouw, ChristenUnie) de Kamer een brief met het „perspectief” voor de Nederlandse boeren. Een teleurstellend verhaal, vonden niet alleen de boeren maar ook de Kamer. Staghouwer studeert nu op een nieuwe nota. Intussen zijn er voldoende perspectieven, zegt Cees Veerman, voormalig minister van Landbouw (CDA). Hij is woordvoerder van een brede initiatiefgroep van boeren, natuurorganisaties, wetenschappers en topmensen uit het bedrijfsleven, de ‘transitiecoalitie voedsel’. Veerman: „Het kabinet is onbesuisd te werk gegaan door de plannen simpelweg van bovenaf op te willen leggen, en inmiddels is de sfeer verziekt en staan de boeren en het kabinet tegenover elkaar. Op die manier komen we niet vooruit.”

Lees over de agenda van Johan Remkes aankomende week: Remkes probeert de stikstofimpasse ook buiten de boeren te doorbreken

‘Veel boeren zijn radeloos’

Dat de boeren zich zo fel verzetten, stelt Veerman, is logisch. „Ze voelen zich in het nauw gedreven. Boeren voelen dat er een andere tijd komt, dat de maatschappij de negatieve gevolgen van de landbouw niet meer wil accepteren. Er is verandering nodig en veel boeren willen ook wel veranderen. Maar ze weten niet hoe. Veel boeren zijn onzeker, ze zijn radeloos en sommigen worden agressief. Het kabinet zou boeren niet moeten dwingen anders te werken of zelfs te stoppen. Er wordt wel gezegd dat er geen probleem bestaat dat niet met geld kan worden opgelost. Van zulke denkbeelden moeten we af. We moeten de ondernemers juist ondersteunen. Geef mensen de kans om voedselbossen aan te leggen. Laat ze menselijke uitwerpselen op hun grond verwerken en daardoor de mens weer terugbrengen in de kringlooplandbouw. Laat honderd bloemen bloeien. Stimuleer het ondernemerschap. Mijn zoons produceren tegenwoordig verse boerderijfriet, heel bijzonder. Ik zeg: help de boeren, ondersteun hen ook psychologisch, want velen zijn onzeker.”

En, vindt Veerman, laat het kabinet meebewegen met ontwikkelingen. „Zoals de demografie; elke dag verdwijnen er boeren, onder meer omdat ze geen opvolger hebben. Bekijk dat per geval. Ga na wat er in een gebied mogelijk is. Neem als overheid de leiding bij de ruimtelijke ordening en stel doelen. Zorg dat marktpartijen de boer gaan belonen voor duurzame productie. Betaal boeren voor diensten waar de markt niet voor betaalt maar die we als samenleving belangrijk vinden, zoals schoon water en een mooi landschap. En ga na wat de boeren bezielt. Kabinet en boeren moeten samen optrekken. Ze moeten aan dezelfde kant van de kar trekken.”

Veel tegenstand

Melkveehouder Van der Valk ondervindt veel tegenstand bij zijn plannen om reststromen binnen te halen, vertelt hij. „De huidige composteerders zijn onze concurrent. Die procederen ons helemaal gek. Dat is lastig.” Ter discussie staat niet alleen het politiek besluit om te kiezen voor de landbouw als verwerker van reststromen. Veel van de bezwaren zijn terug te voeren op regels en wetten om de reststromen zo hygiënisch en zuiver mogelijk te verwerken. „Daar werken we aan. Wij werken met gecertificeerde compost.”

Maar menselijke uitwerpselen worden toch niet voor niets niet meer uitgereden? Er zijn toch niet voor niets rioleringen aangelegd? Van der Valk: „Natuurlijk heeft de riolering veel goeds gebracht, en veel ziektes voorkomen. Met de aanleg van rioleringen zijn allerlei problemen met de volksgezondheid opgelost. Maar met die oplossing is ook een probleem gecreëerd. Het probleem van de grond. Daar zitten we nu mee. Dus laten we de reststromen gebruiken. Gecontroleerd en veilig. Hoe we dat doen, moeten we onderzoeken. Dit systeem moet anders. Dit is niet een probleem voor de landbouw maar voor de hele samenleving.”