Opinie

Aanslag op Rushdie is een aanval op het vrije woord

Salman Rushdie

Commentaar

Een meer dan dertig jaar oude vrees werd vrijdag werkelijkheid. De 75-jarige Brits-Indiase schrijver Salman Rushdie werd bij een evenement in Chautauqua in de Amerikaanse staat New York neergestoken. Daar stond hij op het punt om een lezing te geven over de Verenigde Staten als vrijplaats voor schrijvende ballingen, toen een man het podium bestormde en de auteur aanviel. De 24-jarige verdachte lijkt vooralsnog alleen te hebben gehandeld. Op sociale media zou hij het Iraanse regime hebben verheerlijkt. Rushdie, die tot zondag aan de beademing lag, zou volgens zijn literair agent zwaargewond maar aanspreekbaar zijn.

De aanval vond uitgerekend plaats in het land waar Rushdie, sinds 2016 Amerikaans staatsburger, zich de afgelopen jaren steeds vrijer waande. Sedert 1988 moest Rushdie vrezen voor zijn veiligheid, toen hij na publicatie van zijn roman The Satanic Verses (De duivelsverzen) werd bedreigd door radicale moslims. Die beschouwden passages met een satirische verhandeling over de profeet Mohammed als godslasterlijk. Op 14 februari 1989 vaardigde ayatollah Khomeiny, toen de hoogste leider van Iran, een fatwa uit, een religieus decreet waarin moslims wereldwijd werden aangespoord om Rushdie te vermoorden.

De fatwa vormde het dramatische dieptepunt in wat bekend is komen te staan als de Rushdie-affaire. In de islamitische wereld kwam het tot hevige protesten, maar ook in West-Europa. In het Engelse Bradford, waar het allemaal begon, verbrandden fundamentalisten boeken. Bij demonstraties in de straten van Den Haag en Rotterdam wensten boze moslims Rushdie dood, in laatstgenoemde stad werd ook nog een pop verbrand die de schrijver moest voorstellen. Boekhandels verkochten De duivelsverzen onder de toonbank.

Ook na het overlijden van Khomeiny in juni 1989 bleef de dreiging onverminderd groot. In 1991 werden respectievelijk de Japanse en Italiaanse vertaler neergestoken, de eerste dodelijk, de laatste raakte zwaargewond. In 1993 overleefde de Noorse uitgever ternauwernood een schietpartij.

Salman Rushdie leefde vervolgens jaren in noodgedwongen isolement en met permanente beveiliging. Daar kon hij nooit aan wennen. „Politici vinden zoiets misschien glamour hebben, ik niet”, zei hij in 1999 bij een optreden in New York. „Ik ben een schrijver. Ik wil uitgaan, in bars hangen, het lawaai van de wereld horen.”

Khomeiny’s doodvonnis ontnam hem zijn bewegingsvrijheid, maar niet zijn vrije geest. Tegen wil en dank werd Rushdie een symbool van het vrije woord. Onverzettelijk bleef Rushdie schrijven en blijft hij een voorvechter voor de vrijheid van expressie. De literaire wereld kan zich geen betere ambassadeur wensen. De Amerikaanse president Joe Biden vatte in een statement zaterdag de literaire kracht van Rushdie samen, een schrijver die „met zijn inzicht in de mensheid, met zijn ongeëvenaard gevoel voor verhalen, met zijn weigering om zich te laten intimideren of zich het zwijgen te laten opleggen, voor essentiële, universele idealen [staat]. Waarheid. Moed. Veerkracht. Het vermogen ideeën te delen zonder angst.”

„Wat de fanaticus haat, zijn de dingen die het leven plezierig maken”, zei Rushdie in 2015 tegen NRC vlak na de aanslagen in Parijs. De moordpoging op Rushdie is een aanval op het vrije woord. Er is geen betere tegenaanval dan plezier te blijven beleven aan zijn oeuvre.