Opinie

Klimaatinvesteringen van Biden zijn stap in goede richting

Verenigde Staten

Commentaar

Meer dan 300 bosbranden in Californië, tientallen in Texas, Arizona en New Mexico. Een droogvallend Great Salt Lake in Utah, dalende watervoorraden langs de Colorado River. Onderwijl overstromingen in Kentucky, waar al doden vielen en meer regen op komst is. Als er iets Amerikanen zou moeten overtuigen van de effecten van klimaatverandering, zou het hun eigen omgeving kunnen zijn.

Klimaatverandering is niet om te keren, maar wel is te voorkomen dat de aarde vérder opwarmt. Dat nu ook de Verenigde Staten verdere stappen zullen nemen om duurzamer te worden, is daarom alleen maar toe te juichen. De Senaat stemde in met de grootste investering ooit in de VS – 430 miljard dollar – om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Die miljarden gaan naar projecten voor energietransitie, windmolens en zonnepanelen, de renovatie en bouw van kerncentrales. Er komen boetes op de uitstoot van methaan, subsidies voor het installeren van warmtepompen en energiezuinige airco’s, het isoleren van huizen, en elektrische auto’s. En er wordt geld uitgetrokken om staten te helpen natuurrampen te voorkomen.

President Joe Biden brengt zo zijn klimaatdoelen dichterbij: de maatregelen kunnen leiden tot 31 à 44 procent minder uitstoot dan in 2005. Dat is misschien minder dan progressieve Amerikanen hadden gewild, en zeker niet genoeg voor het behoud van de huidige gunstige klimatologische leefomstandigheden op de aarde. Zónder dit wetsvoorstel zou de regering niet verder komen dan een kwart tot een derde van die peildatum.

Ja, het wetsvoorstel is een verwaterde versie van Bidens originele en ambitieuze Built back better-plan. Voor dat investeringspakket – duizenden miljarden dollars voor onder meer duurzame energie, infrastructuur en sociale zekerheid – was al snel duidelijk dat hij ook onder Democraten te weinig bijval kreeg in een tot op het bot verdeelde Senaat. Maar door het opknippen van het plan wist de president eerder ook steun te krijgen voor een infrastructuurprogramma ter waarde van 1.000 miljard dollar.

Dat is politiek realisme. Zoals ook nu wordt vertoond: Biden heeft concessies moeten doen. Senator Joe Manchin werd over de streep getrokken door de belofte dat het vergunningensysteem wordt vereenvoudigd voor projecten zoals een gaspijpleiding in ‘zijn’ West Virginia. Oliewinning in de Golf van Mexico en Alaska wordt bevorderd. Senator Kyrsten Sinema kreeg cadeau dat een van de pijlers van de financiering van de wet, niet zal worden toegepast op investeringsmaatschappijen.

Dat is pijnlijk. Maar een halve eeuw lang sneuvelden klimaatmaatregelen in het Amerikaanse Congres. Verwaterd of niet, dit is een stap in de goede richting.

Lees ook: Klimaatplannezijn opsteker voor Biden

Tegelijk: één zwaluw maakt nog geen zomer. De Amerikaanse regering toonde zich de afgelopen decennia wispelturig. Wel, niet, wel meedoen aan de Klimaatakkoorden van Parijs? Hoe zal de stemming zijn na de tussentijdse verkiezingen in november? De kans is groot dat de Democraten het daarna met minder senatoren moeten doen. Van de 81 miljoen Amerikanen die in 2020 op Biden stemden, is een groot deel gedesillusioneerd afgehaakt. Inflatie – en de hoge prijs van benzine – maken de president niet populairder.

Daarom is de symboliek van deze klimaatinvesteringen minstens zo belangrijk. Het laat zien dat Biden successen boekt. Of de kiezer dat beloont, moet worden afgewacht. Maar inhoudelijk is elk stapje in de goede richting, hoe gebrekkig ook, winst.