Oud-prof Glenn Helder zat in de cel. Hij vindt dat clubs jonge voetballers moeten beschermen tegen criminele invloeden

Voetbal en criminaliteit De (ex-)voetbalinternationals Quincy Promes en David Mendes da Silva zouden betrokken zijn bij drugszaken. Oud-prof Glenn Helder, die zelf ooit in de gevangenis zat, ziet een serieus probleem. „Er gaat meer geld om, de criminaliteit wordt harder.”

Glenn Helder: „Ik heb mazzel gehad dat ik toen gearresteerd ben. Het had anders kunnen lopen. Dan zou ik nu huilend in een cel hebben gezeten. Met spijt.”
Glenn Helder: „Ik heb mazzel gehad dat ik toen gearresteerd ben. Het had anders kunnen lopen. Dan zou ik nu huilend in een cel hebben gezeten. Met spijt.” Foto ANP

Als Glenn Helder terugdenkt aan die ene septemberdag in 2007, krijgt hij aan een tafeltje in het Brugrestaurant bij Hoofddorp het kippenvel op zijn armen. De oud-international is destijds met een geladen pistool op weg om het recht in eigen hand te nemen. Om een einde te maken aan de bedreigingen van criminelen die hij niet persoonlijk kent, die zich met zijn privé-probleem bemoeien. Zover komt het niet. „Ik heb mazzel gehad dat ik toen gearresteerd ben”, legt de 53-jarige Helder uit. „Het had anders kunnen lopen. Dan zou ik nu huilend in een cel hebben gezeten. Met spijt.”

Helder zit zeven maanden vast in de zwaarbewaakte gevangenis in het Noord-Hollandse Zwaag. Het complex is afgebroken, maar de herinneringen zullen nooit uit het hoofd van de oud-prof van onder meer Sparta, Vitesse, Arsenal, Benfica en Oranje verdwijnen. „Ik kan nu inzien dat ik daar zwaar terecht zat. Dat ik een gevaar voor de maatschappij was”, vertelt Helder. „Maar destijds had ik dat gevoel totaal niet. Ik was kwaad. Razend. Dacht dat ik in mijn recht stond. Ik was Glenn de getikte. Bizar dat het zover is gekomen.”

Helder staat nu anders in het leven. Binnenkort komt een tweede boek over zijn bewogen bestaan uit. Hij houdt lezingen, geeft trainingen en vertelt zijn verhaal om anderen te behoeden voor de gevaren. „Of ik de enige international ben die in de gevangenis heeft gezeten? Ik zou het niet weten. Ik ben er in ieder geval niet trots op”, zegt Helder lachend.

Lees ook: een speler in raps van criminelen, had Ajax er iets tegen kunnen doen?

Quincy Promes

Tijdens het gesprek kijkt Helder een paar keer op zijn telefoon. Televisieprogramma’s, radiozenders en krantenredacties bellen hem onophoudelijk. Helder is extra hot nu de oud-internationals David Mendes da Silva en Quincy Promes betrokken zouden zijn bij grote drugszaken. Promes wordt bovendien verdacht van poging tot moord bij een steekpartij. Voor beiden dreigen lange celstraffen als de rechter de feiten bewezen acht. „Ik ken allebei die jongens natuurlijk. Ik ben ze meerdere keren tegengekomen. Ik ben er ook van geschrokken. Dit lijken echt grote zaken. Ik zeg bewust lijken omdat het allemaal nog wel bewezen moet worden”, zegt Helder. Dat geldt in nog grotere mate voor de geruchten dat Ajax-speler Mohamed Ihattaren zich zou hebben ingelaten met criminelen en ook bedreigd zou worden. Ajax-trainer Alfred Schreuder wilde er vrijdag niets over kwijt tijdens een persconferentie. De Amsterdamse club reageerde niet op vragen van NRC over of en hoe (ex-)spelers als Ihattaren en Promes zijn gewezen op de gevaren van omgang met het criminele circuit.

Glenn Helder wil en kán verder geen oordeel uitspreken over anderen. „Ik weet gewoon niet alles.” Vooral de zaken van Promes en Mendes da Silva geven in zijn ogen wel aan dat de voetbalwereld „met serieuze problemen” kampt. Helder: „De tijden zijn veranderd. Ik weet dat er nog veel meer zaken spelen. Dat weet ik omdat er soms zelf spelers naar me toe komen. Er gaat steeds meer geld in het voetbal om en de criminaliteit wordt ook steeds harder.”

Het heeft Helder zelf bij zijn clubs aan de juiste begeleiding ontbroken. Al is hij eerste die stelt dat hij „helemaal niet te begeleiden” was. „Mijn zaakwaarnemer Rob Jansen heeft echt van alles voor mij gedaan. Maar ik luisterde naar niemand. Ik heb een goede opvoeding gehad, maar toen ik zelf het stuur van het leven in handen kreeg ging ik een andere kant op. Ik dacht dat ik het allemaal wel wist. Ik zeg altijd: als ik naar Jansen had geluisterd was ik multimiljonair. Maar als ik nu naar mijn kinderen kijk, die zijn gezond en gelukkig, ben ik nu multimiljardair.”

Helder gleed in 2015 zo ver weg dat hij persoonlijk failliet werd verklaard. „Laat ik één ding duidelijk maken”, zegt hij. „Niemand hoeft medelijden te hebben met profvoetballers. Ze hebben van hun hobby hun beroep gemaakt en worden daar ongelooflijk goed voor betaald. Als je met één vinger wijst, dan wijzen er drie vingers naar jezelf. Je bent altijd verantwoordelijk voor je eigen daden. Neemt niet weg dat er gevaren op de loer liggen. En dat heeft met twee dingen te maken: geld en ego. Toch vind ik wel dat clubs een morele verplichting hebben hun spelers te beschermen. Ze dienen preventief te werk gaan met voorlichting van experts.”

Helder schetst uit eigen ervaring een beeld van een veranderende voetbalwereld waarin hij als prof in september 1989 bij Sparta zijn debuut maakte. Hij verdiende de eerste twee seizoenen 1.500 gulden (680 euro) per maand en dat liep op naar 2.100 gulden (950 euro). „In mijn jeugd moesten we thuis soms twee weken met 25 gulden (11 euro) leven. Dus was zo’n salaris al veel geld voor een boertje uit Leiden. In die tijd gokte ik al, maar daar maakte niemand zich druk om. Dat werd onder het tapijt geschoven. Want ik was een talent. Ik vertegenwoordigde een bepaalde waarde voor de club.”

Haalde ik een broodje bij de bakker dan kon ik hem zo een biljet van 250 gulden geven: ‘Laat maar zitten’

Als Helder in 1993 voor 650 duizend gulden (295 duizend euro) van Sparta naar Vitesse gaat, komt hij in verschillende opzichten op een ander niveau terecht. De Renault 19 wordt ingeruild voor een Golf VR6. Helder gaat 100 duizend gulden bruto (45 duizend euro) per jaar verdienen. Als de buitenspeler in december 1994 wordt uitgenodigd om met een All Star Team tegen AC Milan te spelen, krijgt hij een inkijkje achter de schermen van de Europese top. Een maand later debuteert hij in Oranje.

Helder kan er nu hartelijk om lachen, maar destijds liet hij zich makkelijk gek maken. „Richard Witschge deed ook mee aan die benefietwedstrijd. Die speelde toen bij FC Barcelona en kwam met een gouden Rolex binnenlopen. Ik moest bijna een zonnebril opzetten. Die had hij daarvoor bij Ajax nooit gehad. Ik dacht meteen: ‘dat hoort er dus bij als je in de top speelt’. En na de wedstrijd werden we ontvangen in het huis van Milan-speler Robert Donadoni. Behalve al die voetballers was Eros Ramazzotti er ook. Aan de muur hingen zes televisies op rij. Ik dacht dat dit zo hoorde.”

Dom en naïef

Als Helder een paar maanden later voor ruim een miljoen gulden (450 duizend euro) per jaar een contract bij het Londense Arsenal tekent koopt hij meteen een Rolex van 25 duizend gulden (11.344 euro). En een BMW uit de 8 serie. „Ik had helemaal geen respect voor geld. Gaf heel veel weg. Dat heeft me drie keer zoveel gekost als het gokken. Ik denk dat ik in totaal wel negen ton aan guldens cadeau heb gedaan aan mensen. Vroeg iemand twee tientjes, dan kreeg hij twee tientjes. En had een ander veertigduizend nodig, dan gaf ik dat ook. Haalde ik een broodje bij de bakker dan kon ik hem zo een biljet van 250 gulden geven en zeggen: ‘laat maar zitten’. Ik wilde goed zijn voor de mensen.”

Zeker bij Arsenal was het voor hem moeilijk met beide benen op de grond te blijven. „Als je geld hebt kruipen veel mensen in je kont. Ik vond mezelf niet speciaal of bijzonder, maar je werd geleefd. Het was een bepaalde cultuur. In die tijd was ik dom en naïef. Ik ging daarin mee.”

Helder heeft anderen door drank en drugs kapot zien gaan. Als speler van NAC deed hij zelfs een zelfmoordpoging. Een schreeuw om aandacht, zegt hij. Als hij tien jaar later wegens bedreiging, belaging, mishandeling, diefstal en vuurwapenbezit tot 373 dagen cel (180 dagen voorwaardelijk) wordt veroordeeld, is Helder op zijn dieptepunt. „‘Van Arsenal naar de bajes’, zeggen ze dan. Zo voelde dat niet voor mij”, zegt Helder. „Aan beiden ging een jarenlang traject vooraf.”

Als Helder in 2008 de gevangenis van Zwaag binnenloopt, zit hij vol woede. Hij is klaar om het dagelijkse gevecht met anderen aan te gaan. Letterlijk. Tot zijn verbazing wordt Helder met open armen ontvangen. ‘Hé Helder wat doe jij hier man’, klinkt het. „Mijn zaak was anders dan die van Promes of Mendes da Silva. Maar wat voor mij geldt, telt voor iedere voetballer. Tel je zegeningen, blijf ver weg van de criminaliteit.”