De zorg in Nederland is goed, zei de hulpverlener. „Behalve de tandzorg”

ZAP Veel hulpverleners op televisie. Sietske zit bij de crisistelefoon, Didi Landman trekt gratis tanden.

Patiënte van tandarts Didi Landman in Tandzorgen
Patiënte van tandarts Didi Landman in Tandzorgen HUMAN

Heel wat hulpverleners op televisie woensdagavond. Te beginnen met de documentaire Help me (BNNVARA) waarin we het Crisis Interventieteam Tilburg volgen. Of volgen, we horen en zien ze telefoneren met mensen in nood. De eerste is een 66-jarige vrouw die overweegt zichzelf de strot door te snijden. Hulpverlener Sietske staat haar kalm te woord. Ze schrikt niet zo snel van dreigende taal. Dat deze mevrouw de telefoon heeft gepakt en geen mes, is al een geruststelling op zich. Het geritsel op de achtergrond is van een vogel, haar enige gezelschap. En trouwens, ze heeft ook een dubbele dosis van haar medicatie genomen. Wat te doen? Er wordt „geschakeld met de politie”. Gevraagd of het mobiele crisisteam „deze hulpvraag verder wil oppakken”.

Als de hoorn is neergelegd en hulp onderweg, bespreekt Sietske haar twijfels met de collega tegenover haar. Heeft ze „het stukje veiligheid wel voldoende weten te borgen”. Het jargon verdwijnt als een vaste beller zich meldt. Hij eist contact met de burgemeester, kom hoe heet-ie ook alweer, Rutte. En wel nu. Zo niet dan gebeuren er vreselijke dingen. Dan kun je denken ‘wat een gek’ en ophangen. Of je stuurt, zoals Sietske, toch even de politie „op inschatting”. Meneer belandt wegens z’n dreigementen in de extra beveiligde inrichting in Vught. Maar hij is daar koud vrijgelaten of hij belt alweer. En zo zijn er „elke dag problemen” en duizenden bellers per jaar.

Het onderwerp is boeiend, en toch hield de film me niet tot het einde geboeid. De bellers krijg je niet te zien –om begrijpelijke redenen. Om dezelfde privacy-reden is hun kant van het telefoongesprek nagespeeld door acteurs (wat de hulpverleners terugzeggen is wel authentiek). Regisseur Hetty Nietsch meldt dat keurig vooraf, maar ik struikelde er toch over, zo ‘on-echt’ als dat soms klonk. Ik wilde zeggen dat de gesprekken fragmentarisch zijn en onbevredigend eindigen, tot ik me realiseerde dat het voor de hulpverleners niet anders is. Zij zien ook geen mens achter de stem en horen hooguit van een collega hoe de crisis is bezworen. Misschien had ik dan liever iets meer mens achter de hulpverlener gezien.

Schroevendraaier tegen kiespijn

Heel veel mens zie je in Tandzorgen (HUMAN) van Marcel Ouddeken. Korte documentaire van zestien minuten, maar lang genoeg om te zien welke goede werken tandarts Didi Landman uit Rotterdam verricht. Elke donderdagmiddag neemt ze ‘vrij’ om daklozen te behandelen. De zorg in Nederland is zo goed, zegt zij, van oorsprong Zuid-Afrikaanse. „Behalve de tandzorg.” Heb je oorpijn, dan valt de zorg van de beste KNO-arts onder de basisverzekering. „Heb je twee centimeter lager pijn en trek ik je kies, dan moet je alles zelf betalen.” Precies de reden dat één van haar patiënten een schroevendraaier pakte om die „verschrikkelijke, onmenselijke, stekende pijn” gratis te verhelpen. En dat was nadat hij bij de brandweer en de politie had aangebeld om iets aan z’n ellende te doen. „Niemand deed open.” Uiteindelijk hadden ze hem bij het ziekenhuis twee paracetamolletjes gegeven.

Didi Landman trekt tanden en kiezen – en niet weinig ook. In één klap twaalf stuks eruit. Maar als die patiënte een paar weken later weer in haar stoel ligt, duwt ze behendig een volledig nieuw gebit tegen haar lege kaken. Een dakloze man denkt dat „allerlei soorten drugs” mogelijk zijn gebit hebben verwoest. De tandarts wipt twee rotte snijtanden uit zijn mond. Maar het voor hem op maat gemaakte plaatje met twee tandprotheses blijft liggen in haar praktijk. Gebeurt wel vaker, zegt ze. Daklozen verkassen of verdwijnen soms zomaar. Maar deze komt terug. Ze doet hem het bitje in, en in één klap verandert zijn voorkomen volledig. Mooi regelmatig gebit en een lach die bijna net zo blij en breed is als die van de tandarts.