Voor sportklimmen of kanovaren is het multi-EK een kans, terwijl zwemmen en golf afhaakten

Europese Kampioenschappen in München Negen sporten en bijna 5.000 deelnemers zijn tot en met volgende week te zien op de gecombineerde Europese Kampioenschappen. Waarom zoveel sport tegelijkertijd?

Naomi Visser komt in actie voor Nederland op de meerkamp.
Naomi Visser komt in actie voor Nederland op de meerkamp. Foto Ronald Wittek/EPA

Eerst is er roeien, van de vrouwen twee-zonder tot de mannendubbelvier. Dan begint het sportklimmen en stappen de baanwielrenners (mannen en vrouwen) op voor de teamsprint en de ploegenachtervolging. Tot slot is er de eerste finale voor vrouwen bij het BMX’en, en springen de vrouwen het water in voor hun triatlon.

Het is een vol schema dat deze vrijdag in het Duitse München wordt afgewerkt. Daar zijn donderdag voor de tweede keer in de geschiedenis de Europese Kampioenschappen begonnen. De komende anderhalve week worden hier in verschillende sporten de Europese titels verdeeld. Vier vragen over dit ‘multi-EK’.

1 Hoeveel sporten doen er mee?

Er zijn negen sporten die zich bij de Europese kampioenschappen hebben aangesloten: atletiek, turnen, beachvolleyball, kanovaren, roeien, sportklimmen, tafeltennis, triatlon en wielrennen. Van die laatste sport kun je zeggen dat het nog onder te verdelen valt in vier aparte sporten, die anders los van elkaar kampioenschappen georganiseerd zouden hebben: BMX, baanwielrennen, mountainbiken en wegwielrennen.

Het bundelen van topsport moet leiden tot meer publiek en aandacht

In totaal zullen er meer dan 4.700 sporters uit vijftig landen in actie komen en worden er 177 wedstrijden gehouden waarbij medailles te verdienen zijn. Daar zitten geen Russen of Wit-Russen bij, die vanwege de oorlog in Oekraïne niet welkom zijn in Duitsland.

Nederland reist met een delegatie van 140 sporters naar Duitsland, en dat is dan nog buiten de roeiers gerekend, die met twaalf boten zullen meedoen. Blikvangers zijn onder meer Femke Bol (400 meter horden), Nienke Brinkman (marathon), Fabio Jakobsen (wegwielrennen) en Jeffrey Hoogland (baanwielrennen).

Voor een aantal van de sporten – turnen, baanwielrennen en roeien – volgt later dit jaar nog een WK. Voor regerend olympisch, wereld- en Europees kampioen baanwielrennen Harry Lavreysen is dat een reden om dit toernooi deels over te slaan.

2 Waarom zijn al deze kampioenschappen gebundeld?

Het idee van een gezamenlijk EK is gebaseerd op het concept van de Champions League in het voetbal. De Zwitserse voetbalmarketeer Mark Jörg, die in het verleden voor de Europese voetbalbond UEFA werkte, bedacht samen met de Britse sportmarketeer Paul Bristow dat het bundelen van topsport, net als in het voetbal, tot meer publiek, meer televisie-aandacht en dus meer inkomsten voor de sporten en de deelnemers zou moeten leiden. Ook zou het kosten moeten besparen omdat alle kampioenschappen op een plek gehouden worden.

De twee mannen richtten het European Championships Management (ECM) op en wisten vier jaar geleden zeven Europese sportbonden over te halen zich aan te sluiten. In 2018 was het eerste multi-EK een feit. Wel in twee steden, want waar de organisatoren het Schotse Glasgow uitkozen als locatie, was het EK atletiek al toegewezen aan Berlijn in Duitsland. Geen probleem, dachten ze bij ECM: dan doen we het gewoon op twee plekken.

ECM wil in de nabije toekomst elke vier jaar een gezamenlijk EK organiseren. Hoeveel sporten daar aan meedoen staat niet vast; hoewel de sporten die meededen aan de eerste editie zich allemaal committeerden aan dit tweede toernooi, zijn er twee – zwemmen en golf – toch afgehaakt. En nu al is duidelijk dat atletiek er over vier jaar niet bij is.

Een BMX’er traint in het Olympiapark in München voor het EK.

Foto Matthias Hangst/Getty Images

3 Bracht het eerste multi-EK dan niet wat de sportbonden ervan verwachtten?

Na de vorige editie in Glasgow en Berlijn waren de reacties overwegend positief. Nederlandse sportbonden spraken van meer aandacht van de pers, al merkten ze bij het zwemmen en atletiek ook dat de macht van de televisie ertoe leidde dat sommige onderdelen op ongelukkige tijdstippen werden ingepland. Het evenement was desondanks „voor herhaling vatbaar”, vatte Thorwald Veneberg, algemeen directeur van de wielrenbond KNWU, het sentiment samen.

Dit jaar lijkt er opnieuw meer aandacht te zijn voor de negen aangesloten sporten. De Europese koepelorganisatie voor publieke televisiezenders, de EBU, heeft aangekondigd dat de publieke zenders in zeker veertig Europese landen meer dan 3.500 uur live sport zullen uitzenden op televisie – 500 uur meer dan vier jaar geleden. Ook de Nederlandse NOS zendt de EK uit.

De relatief kleine sporten die meedoen aan de EK zien vooral de voordelen in van het gezamenlijke evenement. „Het biedt onze organisaties en atleten een kans om te wennen aan grote evenementen”, zegt directeur Robin Baks van de Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV). Het sportklimmen is dit jaar voor het eerst onderdeel van de EK, net als het kanovaren. „Kleinere sporten kunnen in het kielzog van grotere sporten laagdrempelig een evenement organiseren dat aandacht krijgt van zowel publiek als media”, zegt directeur Arno van Gerven van het Watersportverbond.

Bij de Nederlandse Triathlonbond zijn ze kritischer: „We denken niet direct dat we door Glasgow 2018 meer media-aandacht hebben gekregen”, zegt een woordvoerder. Toch is de sport wel weer van de partij in Duitsland.

De twee sporten die zijn afgehaakt voor dit EK hebben daarvoor hun eigen redenen: voor de golfsport viel het toernooi niet in te passen in de speelkalender. De Europese zwembond LEN had een ander motief: ze vond het aanbod van de ECM om mee te doen aan de EK financieel niet gunstig genoeg. De LEN organiseert nu gelijktijdig met het multi-EK in München haar eigen kampioenschap in Rome.

Lees ook: Nederlandse estafettezwemsters pakken verrassend goud op de eerste dag van het zwem-EK

Sabina van Essen (r) in actie tijdens het onderdeel lead (of voorklimmen) van het sportklimmen. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

4 Hoe verhouden de EK zich tot de Europese Spelen, dat andere nieuwe gecombineerde sportevenement?

Drie jaar voor het eerste multi-EK van 2018 vond de eerste editie van de Europese Spelen (ES) plaats, een evenement met twintig aangesloten sporten, bijna zesduizend deelnemers en 253 medaille-evenementen. Bakoe 2015 werd opgevolgd door Minsk 2019 en de derde editie is gepland voor 2023 in Krakau.

De Europese Spelen zijn een initiatief van het Europese Olympisch Comité (EOC). Net als de EK heeft dit evenement een cyclus van vier jaar, en dat is niet de enige overeenkomst. Zes van de sporten die op de EK te bewonderen zijn, zijn ook aangesloten bij de ES.

Er zijn wel degelijk verschillen tussen de evenementen, benadrukt voorzitter Anneke van Zanen van het NOC-NSF. In die rol is zij lid van het coördinatiecommissie van de Europese Spelen. Het belangrijkste onderscheid is dat de ES hét toernooi wil zijn waar Europese sporters zich kunnen kwalificeren voor de Olympische Spelen. Bij de EK kunnen atleten Europees kampioen worden. „Europa was het enige continent dat het nog niet op deze manier deed”, zegt Van Zanen.

Maar elke Europese sportfederatie benadert de evenementen anders. Voor veel sporten is een kampioenschap de belangrijkste bron van inkomsten, en daarom organiseren ze het liefst zelf een EK. Er zijn ook sporten, zoals judo, die hun Europese titels juist wel uitdelen tijdens de ES. En bij het kanovaren zijn de ES dan weer geen kwalificatietoernooi voor de Olympische Spelen. Dat is het WK.

„Het zijn jonge evenementen die zich langzaam aan het ontwikkelen zijn”, zegt Van Zanen over de onduidelijke rolverdeling tussen alle sporttoernooien. „Elke sport is nog aan het zoeken wat het beste en het mooiste evenement is om aan mee te doen.”

Bijten doen de sportevenementen elkaar niet, vindt Van Zanen, en voor een overdaad aan toernooien is ze nog niet bang. „Het is net als met festivals. Vroeger had je er een paar, nu heeft elk dorp er een. En toch trekken ze allemaal genoeg mensen. Datzelfde geldt voor grote sportevenementen. Het zal de tijdgeest zijn.”

Maar dat de twee evenementen naast elkaar bestaan is het bewijs van een bestuurlijke concurrentiestrijd tussen Europese sportbonden en het Europese Olympisch Comité. Beiden hopen zich in de toekomst te ontwikkelen tot hét continentale sporttoernooi waar Europese sporters en fans naar uitkijken.