Reportage

Watersporters kennen de regels op het water niet. Wie even meevaart met de handhavers ziet hoe een ongeluk kan gebeuren

Sneekermeer Ook op het water wordt het steeds voller. Op de drukste dag van de drukste vaarweek op pad met Rijkswaterstaat. „De meeste watersporters doen maar wat.”

Twee kinderen op een opblaasbare tube op het Sneekermeer worden getrokken door een motorboot.
Twee kinderen op een opblaasbare tube op het Sneekermeer worden getrokken door een motorboot. Foto Dieuwertje Bravenboer

„Hij ligt onder de stoel van pappa!”, gilt het jongetje vanaf de rubberen band. Zijn oudere broers en vrienden, in de motorboot waaraan de band hangt, openen zitjes, luikjes. Eén van hen grijpt al naar zijn mobiele telefoon. Op zoek naar de verplichte brandblusser aan boord.

Vermanend spreekt Johan van den Akker, mobiele verkeersleider bij Rijkswaterstaat, ze toe: „Als er brand was geweest, dan waren jullie nu kostbare tijd verloren met zoeken, jongens.” Ze knikken hem ietwat timide toe. Ze hebben dan al een waarschuwing gekregen over de zwemvesten die ze dragen – geen officiële reddingsvesten.

Vaar een paar uur mee met Van den Akker (41) en zijn collega’s op de drukste dag van de drukste vaarweek in Friesland – de Sneekweek – en je ziét hoe een ongeluk op het water zo kan gebeuren. Zij zijn de handhavers van de vaarregels.

Het Sneekermeer is een van die plekken waar beroepsvaart en recreatievaart samenkomen, op het meer, de kanalen rondom, in de sluis, en op de route naar een eiland waar iedereen heen wil. Er varen grote binnenschepen met zand en containers – dit is de hoofdvaarroute tussen IJsselmeer en Eems en Noord-Duitsland. Er wordt gezeild. Er krioelen tientallen plezierbootjes, wisselend in grootte en snelheid. Er zijn waterscooters die overal tussendoor schieten. De pont vaart heen en weer, een cruiseschip passeert.

Een zeilschip op motor komt van bakboord (links) aan, en vaart snel voor de Riepel, het felgele dienstschip van Rijkswaterstaat, langs en kruist zo de vaargeul. „Even vertellen dat wij voorrang hebben”, zegt Van den Akker, en loopt de voorsteven op.

Johan van den Akker (rechts), mobiele verkeersleider bij Rijkswaterstaat, en collega Jaap Nentjes vragen aan een groep jongeren of ze een brandblusser aan boord hebben. Foto Dieuwertje Bravenboer

Geen vaarbewijs

Want ook op het water gelden regels, veel regels. Uit een terugkerend onderzoek in opdracht van Waterrecreatie Nederland en het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen, bleek eerder dit jaar dat 73 procent van de watersporters géén vaarbewijs heeft, noch een specifieke watercursus heeft gevolgd. Dat hoeft ook niet voor alle vaartuigen.

Maar onderwijl is het wel steeds drukker op het water, met meer soorten watersporters. En vanuit allerlei hoeken klinken zorgen. De KNRM, de reddingsbrigade, kwam deze zomer met een kaart met plekken waar watersporters vaak in de problemen komen, en waarschuwde: „Een boot hebben betekent niet automatisch de kennis hebben over water of de etiquette op het water.”

Arno van Gerven van het Watersportverbond, de overkoepelende organisatie van meer dan 400 watersportverenigingen, signaleert hetzelfde. Hij zegt: „Suppen kwam zeven jaar geleden niet in het onderzoek voor, sloepen worden en masse verhuurd. Het is laagdrempelig. Maar die watersporters mengen zich ook op het water. Het wordt leuker als je je bekwaamt. Bij een zeilboot is dat evident, anders kan je niet weg.”

Hij vervolgt: „Wat betekenen tekens? Wat doe je bij een sluis? Dat zijn plekken waar mensen gestresst en zenuwachtig zijn, het is prettig als iedereen de mores kent.”

Met een fiets mag je niet de A7 op, met een roeiboot wel hier de hoofdvaart

Slûs Terherne staat permanent open, maar ook daar is het oppassen laat Van den Akker zien. De sluis is als een trechter, „recreanten liggen te klooien”, zeilboten komen opeens in de luwte en vallen stil. En een binnenvaartschip stopt niet zo makkelijk.

Collega Jaap Nentjes (32) vaart met de rubberboot van Rijkswaterstaat de sluis in. „Daar”, wijst hij, „voer een tanker met methanol tegen de brug aan.” Hij zegt: „Het is hier veertien meter breed, schepen van elf meter varen door de sluis. Dan blijft er heel weinig speling over.”

Wildgroei

„Mensen onderschatten andere watergebruikers”, zegt Van den Akker. „Met een fiets mag je niet de A7 op, met een roeiboot wel in de hoofdvaart. Maar zo zien ze het niet.”

De mobiele verkeersleiders van Rijkswaterstaat zorgen voor verkeersbegeleiding op het water, voor het afhandelen van incidenten, en handhaven de wet- en regelgeving. Van den Akker en zijn veertien collega’s doen dat voor alle rijkswateren in het noorden, inclusief de Waddenzee. De laatste calamiteit daar was een dode potvis.

Op het Sneekermeer legt de Riepel aan naast de boot van de politie. Alle nautische eenheden van Rijkswaterstaat, politie, provincie, gemeente Súdwest-Fryslân en waterschap werken hier samen: in het waterkanaal op de C2000-portofoon melden ze wie waar op af gaat. Bij grote incidenten – later op de middag een brand op een schip – stuiven als eerste de waterscooters van de politie weg.

„Er is veel wildgroei op het water”, zegt ook Nolke Bergstra van de politie. „Mensen doen maar wat.” Eén voordeel, zegt hij: „Op het Prinses Margietkanaal mag je hier maar twaalf kilometer per uur varen, op het Sneekermeer negen.” Maar deze middag is het in de Sneekweek traditie om naar het starteiland te varen, daar te drinken, en weer terug te varen. De blaastesten liggen klaar.

Drukte op het water tijdens de Sneekweek, met ook grote binnenschepen. Foto Dieuwertje Bravenboer

Rijkswaterstaat kijkt meer naar snelheid en veiligheid: voldoen de binnenvaartschepen aan alle regelgeving, hoeveel uur heeft de bemanning gevaren, zijn ze gekwalificeerd? Blijven de recreanten binnen de voor hen bestemde vaargeulen, zijn de commerciële sloepen met 30, 40 man erop wel gecertificeerd, heeft de schipper wel een groot vaarbewijs? Onder de vijftien meter hoeft dat niet, maar dan nog moet alles in orde zijn.

Ze stoppen een sloepje. „Een kleine controle: vaarbewijs en kenteken graag. U weet dat u niet staand mag varen zonder zwemvest aan.” Ze geven de schipper uitleg: „Heel goed dat u uw dodemanskoord gebruikt [dat ervoor zorgt dat de motor automatisch wordt uitgeschakeld als de schipper van boord valt, red.], maar bij rare golven kunt u zo vallen en verdrinken.”

Ook hij komt weg met een waarschuwing. Van den Akker zegt: „Als je wilt, kun je je hele boekje wel volschrijven. Het belangrijkste is dat hij zich er nu van bewust is.” Op het niet gebruiken van het dodemanskoord had wel onmiddellijk een boete gestaan: 250 euro.