Opinie

De auto, haar vrijheid

Sheila Kamerman

Mijn bovenbuurvrouw (89), wandelstok in de hand, loopt naar haar donkergroene Saab. Op de bestuurdersstoel ligt een flink kussen – ze is met de jaren gekrompen. Ze gaat naar een verjaardag buiten de stad. Pas als ze daar voor de deur stopt, ziet ze de wolken stoom onder de motorkap uitkomen. „Ik schrok me woest”, vertelt ze me een dag later. ANWB gebeld, auto weggesleept en leenauto opgehaald.

Ze kan niet wachten, zegt ze, tot ze „haar karretje” weer terug heeft. Die leenauto is een Toyotaatje. Ze spreekt het woord misnoegd uit. „Zulke wieltjes”, verzucht de buurvrouw – ze houdt haar twee wijsvingers op tien centimeter afstand van elkaar. „Je haalt er geen 130 mee.”

De garage belt met de mededeling dat het repareren van haar Saab uit 1998 een paar duizend euro gaat kosten. Het is eigenlijk de moeite niet meer, zegt de garage-eigenaar. Zij zegt: „Zoek maar een andere. Tweedehands. Een Saab, dat spreekt. Liefst precies dezelfde.”

Een paar dagen later staat een stationwagen, groot genoeg voor een gezin met drie kinderen voor de deur. „Dat is ’m”, zegt ze trots. „Zo groot was niet per se nodig. Nu ik ’m toch heb, wel handig. Kan ik mijn rollator achterin gooien.”

Een paar dagen later rij ik ter kennismaking met de auto mee naar de wekelijkse koffieochtend. Behendig parkeert ze achteruit in onder een flat. De plek is gereserveerd voor bewoners, staat op een bordje. Die zijn toch aan het werk, vindt ze. „Ik sta hier maar twee uurtjes. Gratis.”

Haar auto betekent vrijheid, zegt ze, als we de koffiezaal binnenlopen. Aan een lange tafel zitten dames en heren op leeftijd te keuvelen. Buurvrouw: „Als er straks weer corona uitbreekt en alles dichtgaat, kan ik weg. In je eigen wagen hoef je geen kapje op.”

„Hebben jullie het over corona”, vraagt een van de mannen. „Heer, sta me bij.”

„We zijn niet bang.”

„We zijn immers geprikt.”

Dan gaat het gesprek over februari, het moment dat Nederland plots weer openging: de terrassen, restaurants en clubs. Festivals en feesten mochten weer. Behalve voor hen. Met uitjes en activiteiten voor ouderen werd voor de zekerheid gewacht. Ja, op een afstand samen koffiedrinken, dat mocht.

Tot dagbestedingscoach Irene van Kouwen het in mei zat was. Ze regelde een zaal, catering, een Rotterdamse volkszanger en kondigde een „groots feest” aan. Dresscode: Feestelijk. Iedereen had er zin in. Als ik een „fatsoenlijke jurk” aantrok, zei mijn buurvrouw, mocht ik ook mee.

Die dag liep iedereen de polonaise.

„We laten ons eigen niet opsluiten”, zegt een mevrouw.

Op de terugweg mag ik rijden. Het stoplicht springt op oranje. „Gas d’r op!”, zegt mijn buurvrouw.

Sheila Kamerman vervangt deze week Petra de Koning