Recensie

Recensie Theater

Smachtende liefdesliedjes van zelfbewuste zanger Gavin-Viano

Theaterfestival Boulevard De jonge performer Gavin-Viano maakt op Festival Boulevard in Den Bosch indruk met zijn liedjes en verhalen over liefde en seks.

Able to Fuck Love van Gavin-Viano bij Festival Boulevard.
Able to Fuck Love van Gavin-Viano bij Festival Boulevard. Foto Karin Jonkers

De Parade, het centrale plein in Den Bosch en de vroegere pleisterplek van Festival Boulevard, wordt nog steeds stevig verbouwd, maar naast een hijskraan staat niettemin een festivaltent. Daar zijn elke avond artiesten te beluisteren, popmusici als Steffen Morrison en Sophie Straat, en er is muziektheater, zoals het dramatische Queen of Disco van Rightaboutnow, over discolegende Sylvester.

Ook Able to Fuck Love van Gavin-Viano is aanstekelijk muziektheater, gespeeld in een tent op het Zuiderpark. Gavin-Viano zingt zijn smachtende liefdesliedjes met een jeugdig elan en een ferme Stevie Wonder-intonatie, die bromt van warmte, begeleid door een strijkkwartet en keyboards. Tussendoor vertelt hij hoe hij seks met liefde kan verwarren en zich als ‘zoete’, lieve jongen staande houdt op Tinder. Als hij zijn hoofd erbij houdt, is hij de koning van zijn eigen leven, weet hij. Hoe zoet hij is, etaleert hij met een liedje dat ageert tegen politiegeweld. Vriendelijker hoor je dit type protestlied niet: of ze hem alsjeblieft niet neer willen schieten, zingt hij.

Touwtjes

Bij Down the Rabbit Hole, een Toneelhuis-productie, wordt de soundtrack verzorgd door gitarist Mauro Pawlowski, bekend als ex-lid van rockband dEUS maar veelvuldig actief als theatermuzikant. Behoudens de gruizige gitaarakkoorden klinkt zijn bijdrage inwisselbaar: klankschalen, vogelgeluiden, dreigende hoorns.

Op het podium staat een houten wand met een raam, waarachter drie kwartier niets anders te zien is dan houten panelen die bewegen, in verschillende formaten en kleuren. Aan de zijkant trekt Benjamin Verdonck aan touwtjes om ze in horizontale of verticale richting te krijgen: een ambachtelijke techniek die de alom gelauwerde Vlaamse theatermaker en beeldend kunstenaar ook in eerder werk vaak hanteert.

Lees ook: Interview met Gavin-Viano: ‘Ik gebruik humor als glijmiddel voor de tragedie’

Wat je ziet is bijvoorbeeld dat achter een paneel met zwarte ruit weer een paneel met zwarte ruit verschijnt. Of dat panelen in bruintinten elkaar afwisselen. Een zichtbare relatie met de muziek is er niet. Na de aanvangskreet: „Down. Down. Does this fall never end?” is de voorstelling woordloos. Het effect van deze abstracte installatie, met meer pretenties dan ideeën, is slaapverwekkend.

Benjamin Verdonck trekt aan touwtjes om houten panelen in beweging te krijgen in Down the Rabbit Hole. Foto Jean Philipse

Al net zo pretentieus oogt Spare Time Work, van het Vlaamse collectief Buren, waarin de monotonie en de dominantie van werk in het leven het onderwerp is. Twee vrouwelijke performers voeren absurde scènes op, over spelen en werk, en spreken abstracte teksten uit, in het Engels. Dankzij de gelikte productie, met ingenieuze kostuums en decorstukken ziet het er visueel aantrekkelijk uit. Ook de geluidsbewerkingen, met onder meer voice-over en vervormingen, dragen bij aan een soort uiterlijke glans.

Lees ook: Interview met Hendrik Kegels (ook op Boulevard): ‘Ik vind het mooi als theater troost bied’

Maar inhoudelijk ontbreekt elk idee en de voorstelling sleept zich traag voort. Het beoogde absurdisme is zouteloos en de satire vleugellam. Veel verder dan obligate kreten over sleur en onrecht reikt deze matte performance niet.