Activist Har Pluijmakers in het compensatiebos in aanleg. Op de paal een paar vleermuiskasten in het open veld.

Foto Merlin Daleman

Misschien is het bos voor niks gekapt

Sterrebos In februari werd na acties en procedures het Sterrebos in Born grotendeels gekapt. Het moest wijken voor uitbreiding van autofabriek VDL Nedcar. Bewoners die zich verzetten tegen de kap blikken terug en hebben twijfels over de compensatie. „Dit is zoiets als: zet een huis in de woestijn en succes ermee.” 

De auto rolt voort over een blubberig zandpad en Har Pluijmakers absorbeert in stilte het nieuwe landschap. Een kale vlakte. Boomstronken. Graafmachines. Twee blauwe reigers, cirkelend over het open veld.

„Die zijn hun nest kwijt”, knikt René Janssen vanachter het stuur.

„Sjonge jonge”, zegt Pluijmakers, turend door het raam vanaf de bijrijdersstoel. „Ze hebben wel veel gekapt hè.”

Van het oude bos met zijn kronkelige monumentale eiken, ondoordringbaar en vol leven, het bos waar de 71-jarige Har Pluijmakers zo graag kwam met de hond, veertig jaar lang, is weinig over. Ja, er staat nog een plukje bomen met een wit kruis erop. Daar was tijdens de kap onverwachts het nest van een bosuil gevonden – mag nog niet om. En in de verte staat een stuk overeind dat behouden blijft. Maar de dichtheid van het bos, die „robuustheid” waar Pluijmakers zo van genoot, is verdwenen.

„Dit hier is compensatiegebied”, zegt René Janssen. Hij knikt naar de overkant van het pad. Daar is op een voormalige maïsakker een laag aarde gestort met om de zoveel meter bosaanplant. Boomsprietjes, een deel ervan ligt omgewaaid op de grond. En overal staan lange palen met een kastje eraan, bedoeld als verblijfplaats voor de vleermuizen die zijn verdreven uit de boomholtes van het oude bos. „Tja, die kasten… zo in het open veld, zonder eten in de buurt.” Janssen, voorzitter van Stichting Ecologisch Vleermuis Onderzoek Nederland (Sevon), verwacht er niet veel van. „Dit is zoiets als: zet een huis in de woestijn en succes ermee.”

Het Sterrebos was een bos – bosje, eigenlijk – van zeven hectare in het Zuid-Limburgse Born. Het stond al op de oudste Tranchotkaarten van de omgeving (1802-1807) pal naast een kasteel. De kasteeleigenaar had het vermoedelijk aangeplant voor zijn eigen houtverbruik: eiken voor de balken, hazelaar voor de kachel. De tijd verstreek en toen autofabriek VDL Nedcar in 2015 het terrein kocht en de kasteelheer werd, lag het Sterrebos ingeklemd tussen een snelweg en twee provinciale wegen en had het zijn functie verloren.

Wandelpaden en bankjes ontbraken en op Har Pluijmakers en drie andere hondenbezitters na kwam er vrijwel niemand. Des te meer ruimte was er voor de natuur. Volgens tellingen van ecologen was het Sterrebos de woonplaats van één dassenfamilie, zes vleermuissoorten en zestien broedvogelsoorten. Daarnaast foerageerden er regelmatig vijf reeën, één wild zwijn en tien vleermuissoorten van een nabijgelegen bos. Niet geteld maar wel gelokaliseerd: bevers, eekhoorns, kikkers, salamanders, vlinders etc. etc.

Begin dit jaar was het Sterrebos landelijk nieuws. VDL Nedcar wilde vier van de zeven hectare kappen om er een nieuwe fabriekshal te bouwen. Die zou nodig zijn om te kunnen voldoen aan de vraag van mogelijk nieuwe opdrachtgevers. Twee stichtingen, waaronder die van Janssen, gingen bij de Raad van State in beroep tegen de kap en vlak voor de uitspraak verenigden milieuactivisten uit het hele land zich in actiegroep Red het Sterrebos. Ze klommen in de bomen en er ontstond een kat-en-muis-spel tussen de activisten en de beveiligers van het terrein.

Wandelpaden en bankjes ontbraken in het Sterrebos, er kwam vrijwel niemand

Het huis van Har Pluijmakers, die de milieubeweging eens in een mailtje had geattendeerd op de kap, werd het hoofdkwartier van de actiegroep. In zijn houten bungalow in Susteren, waar hij alleen woont met de hond, liepen tientallen actievoerders de deur plat. Ze sliepen er op matjes en ondersteunden van daaruit de boomklimmers. En op het toppunt van de bezetting, dag twaalf, wandelde Pluijmakers mee in een mars van tweehonderd betogers die zwaaiend met spandoeken en vlaggen de klimmers steun betuigden. ‘Climate justice’, klonk uit vele kelen.

Maar zo plots als het Sterrebos op ieders radar verscheen, zo plots viel het er ook weer vanaf. Een dag na de mars trokken de twee stichtingen tot veler verrassing hun bezwaar in, nog voordat de Raad van State uitspraak had gedaan over de rechtmatigheid van de kap. De stichtingen waren akkoord gegaan met een schikkingsvoorstel van VDL Nedcar, waaronder extra voorzieningen voor het aangrenzende dorp Nieuwstadt en meer natuurcompensatie dan wettelijk vereist is. Meteen daarna ontruimde de politie het Sterrebos en een dag later ging op advies van de lokale veiligheidsdriehoek – die zulk protest niet nog eens wilde – de kettingzaag erin.

Hup, weg bos.

Har Pluijmakers richt zijn telescoop op de nestkast van de torenvalk in de verte. Foto Merlin Daleman

Wettelijk was de kap toegestaan en alles ging volgens de regels. En toch laat de hele episode betrokkenen achter met een wrang gevoel. Want nu, zes maanden later, heeft VDL Nedcar nog geen nieuwe opdrachtgever gevonden en vragen Limburgse Statenfracties zich af óf die er wel gaat komen. Vlak na de bomenkap begon de oorlog in Oekraïne, die zwaar drukt op de wereldwijde auto-industrie, en verloor de belangrijkste kandidaat-opdrachtgever van VDL Nedcar, Rivian, een jong Amerikaans automerk met Europese ambities, 70 procent van zijn beurswaarde.

Misschien is het Sterrebos voor niks gekapt.

En ja, het democratisch besluitvormingsproces is keurig gevolgd, met inspraak- en informatieavonden en ruime compensatie van de verloren natuur. Maar achteraf, zeggen de stichtingen die in verzet kwamen tegen de kap, hadden ze tegen de machtige plannenmakers geen schijn van kans; een gevolg van de wijze waarop inspraak is geregeld. En dan volgt compensatie, het toverwoord van de maakbare samenleving. Vliegverkeer, bomenkap; we compenseren van alles. Maar wat stelt compensatie werkelijk voor?

Het plan

„Stukje vlaai?”

„Lekker”, zegt Emile Schreurs, oud-werknemer van VDL Nedcar.

Schreurs zijgt neer in een stoel terwijl Pluijmakers de kersenvlaai aansnijdt in de keuken. Alleen een vlag in de hoek van de woonkamer – ‘Red het Sterrebos’ – herinnert nog aan de enerverende periode in zijn huis. Uitgeputte boombezetters kwamen hier op adem. Er werd gehuild, gelachen, „het was een bijzondere tijd”.

Pluijmakers kijkt vanuit zijn serre uit op een populierenbos en elke dag pakt hij de telescoop om te zien hoe de torenvalk erbij zit waarvoor hij in 1989 aan de bosrand een nestkast heeft geplaatst.

Pluijmakers en Schreurs zijn buurtgenoten, maar hebben elkaar pas leren kennen bij de bezetting van het Sterrebos. Schreurs was nooit zo’n natuurfanaat. Niet zoals Pluijmakers die van jongs af aan geïntrigeerd is door de natuur. Schreurs is meer een avonturier. Klimmen, kajakken, Afrika, Zuid-Amerika. En ja, hij vindt natuur prachtig, maar vooral als recreant. En toch. Misschien komt het door zijn pensioen, de rust die hij nu ervaart: de episode met het Sterrebos heeft hem anders laten kijken naar de natuur.

„Voor mij is het allemaal begonnen op 10 april 2019”, zegt Schreurs, die een map met documenten op tafel legt. „Tijdens een avond in het Amrâth hotel in Born.”

Het was zo’n typische informatieavond voor buurtbewoners, voorafgaand aan de inspraakprocedure die bij zulke infrastructurele projecten wettelijk verplicht is. Zaaltje met koffie en thee, wand vol plantekeningen en „een hele batterij” mannen in overhemd om ze toe te lichten. Van VDL Nedcar, van de provincie en van de gemeenten Echt-Susteren en Sittard-Geleen. Het plan was een initiatief geweest van VDL Nedcar en het was vanwege de omgevingseffecten en het belang van werkgelegenheid voor de streek uitgegroeid tot een samenwerking met meerdere overheden.

Schreurs hoorde op die avond hoe VDL Nedcar, het bedrijf waar hij zijn leven lang heeft gewerkt, de fabriekshal wilde uitbreiden om te kunnen voldoen aan de vraag van mogelijk nieuwe opdrachtgevers. Daar begon zijn verbazing.

Schreurs, 71 jaar, begon in 1980 als ingenieur bij VDL Nedcar toen het bedrijf nog Volvo heette. Hij weet hoe belangrijk het bedrijf is voor de omgeving. Door de sluiting van de mijnen in de jaren zeventig hadden veel Limburgers hun baan verloren en de autofabrikant bood een dankbaar alternatief. Inmiddels werken er zo’n 4.500 mensen aan de fabricage van BMW’s. Maar het contract met BMW loopt begin 2024 af – het Duitse automerk gaat produceren in eigen land – en een nieuwe opdrachtgever is nog niet gevonden. De fabrieksuitbreiding zou nodig zijn om in te spelen op de behoeften van mogelijk nieuwe opdrachtgevers.

Schreurs proefde in het zaaltje zorgen bij omwonenden over verkeers- en geluidshinder en angst voor uitzichtbederf

De auto-industrie, weet Schreurs, is een onzekere markt. Altijd in verandering, afhankelijk van de wereldeconomie. Niet voor niets werd DAF Volvo en Volvo Mitsubishi en Mitsubishi VDL Nedcar. In de vier decennia dat hij er werkte, stond de bestaanszekerheid geregeld onder druk. Is uitbreiding dan de beste keuze?

Alleen met de meest efficiënte bedrijfsvoering kun je in de autobranche overleven, en laat dát nu net de expertise zijn van Schreurs. Hij werkte als industrial engineer in de carrosseriebouw, de montagehal, in de lakstraat en de pershal, gaf leiding aan self supporting-teams en boog zich over de vraag waarom de ene auto meer onderdelen nodig heeft dan de andere. Lijnoptimalisatie, heet zoiets. En dat alles binnen het bestaande vloeroppervlak van de bedrijfshal, want elke extra vierkante meter kost geld.

Dus toen Schreurs op de informatieavond in 2019 hoorde over het uitbreidingsplan, was hij niet meteen overtuigd. Hij proefde in het zaaltje zorgen bij omwonenden over verkeers- en geluidshinder en angst voor uitzichtbederf. Vooral het praatje van een Duitse natuurvereniging trof hem. Die toonde op de kaart het belang van het Sterrebos als ecologische verbindingsroute voor reeën tussen de bossen in Duitsland en België.

Over het plan, begreep Schreurs, hadden autofabriek, provincie en gemeenten al nagedacht vanaf 2015. Ze hadden de haalbaarheid van verschillende varianten onderzocht en in 2017 geconcludeerd dat scenario 3.1 vanwege de geringe kosten en beperkte negatieve effecten op de omgeving de voorkeur genoot. Alleen, dan moest het Sterrebos deels worden gekapt.

Een actievoerder houdt een van de bomen bezet in het Sterrebos in het Limburgse Born.
Foto Merlin Daleman
Activisten protesteren tegen de geplande kap van het Sterrebos naast autofabriek VDL Nedcar, februari dit jaar.
Foto Marcel van Hoorn/ANP
De politie houdt een oogje in het zeil bij het bos, terwijl bomen worden gekapt.
Foto Marcel van Hoorn/ANP
Activisten protesteren tegen de geplande kap van het Sterrebos naast autofabriek VDL Nedcar, februari dit jaar.
Foto’s Marcel van Hoorn/ANP, Merlin Daleman

Er moet toch een alternatief zijn, dacht Schreurs. Thuis pakte hij de landkaart erbij, maakte een wandeling door het gebied en vijf dagen later stuurde hij aan de provincie een brief met daarin een scenario dat nog niet was onderzocht. De noordvariant, noemde hij het. Daarbij was onder meer de nieuwe carrosseriehal een kwartslag gedraaid waardoor ’ie paste tussen het Sterrebos en het kasteel – het huidige ontvangstcentrum van VDL Nedcar. Dat zou het bos sparen en volgens hem de hinder voor omwonenden méér beperken dan scenario 3.1. „Gaarne terugkoppeling”, schreef hij onder zijn brief.

Schreurs kreeg geen reactie. Totdat hij een maand later opnieuw aan de bel trok en op gesprek kon bij de mensen van het projectteam, één van VDL Nedcar en twee van de provincie. Hij legde zijn plan op tafel, liniaaltje erbij, en de gesprekspartners oogden geïnteresseerd. Maar gaandeweg proefde Schreurs dat scenario 3.1 eigenlijk al beklonken was. Er was hard aan gewerkt, begreep hij, en uiteindelijk hoorde hij de vraag „Wat kost zoiets?”. Schreurs zucht. „Met die vraag sla je alles dood. Want ik wéét niet wat het kost. Dat zouden we nu juist moeten uitzoeken.”

De afwijzingsbrief ontving hij twee maanden later. Het projectteam voerde zeven redenen aan waarom zijn variant „niet realistisch” was, waaronder de „grote cultuurhistorische gevolgen” voor het kasteel, dat een deel van de grond niet in eigendom was en dat de logistieke stroom „complex” zou worden. Schreurs kon de argumenten in zijn ogen weerleggen en vroeg om een tweede gesprek, maar dat kwam er niet. En nee, hij is geen protesttype. Hij wilde ook zijn voormalige werkgever niet al te hard voor het hoofd stoten.

Maar achteraf is Schreurs er nog altijd gefrustreerd over. Want hoe goed is zijn scenario écht onderzocht? Hij weet het niet, en hij komt daar als burger ook niet achter. Volgens de provincie is zijn plan „serieus beoordeeld”, is er „gemotiveerd” gereageerd en had Schreurs – hij wist dat niet – zijn voorstel na de afwijzingsbrief alsnog kunnen inbrengen in de officiële besluitvormingsprocedure. Maar Schreurs vermoedt dat aan het oorspronkelijke plan al „een vinkje” gegeven was.

De inspraak

„Hoe kunnen jullie dit doen, natuur verkwanselen met handjeklap!!!”

„De ‘Groene’ Wolf in schaapskleren. Schaam jullie diep!”

De reacties op sociale media waren niet mals toen stichting De Groene Sporenwolf half februari akkoord ging met het schikkingsvoorstel van VDL Nedcar. „Omgekocht!” „Zakkenvullers!” „Gefêteerd!”

„We kregen de hele milieubeweging in onze nek”, zegt secretaris Dirkjan van der Hoven thuis in Nieuwstadt.

Wim Rennenberg, het enige andere lid van de stichting, knikt driftig mee. „Alle schuld werd bij ons neergelegd.”

Van der Hoven is in het dagelijks leven bedrijfsadviseur en Wim Rennenberg werkte tot aan zijn pensioen in de elektrotechniek. De stichting zet zich sinds 2004 in voor de leefbaarheid van het dorp Nieuwstadt en het uitbreidingsplan van VDL Nedcar schoot in het verkeerde keelgat. Verkeershinder, geluidsoverlast, uitzichtbederf. Van der Hoven: „Wij zijn niet tegen uitbreiding, we weten hoe belangrijk werkgelegenheid is voor de omgeving. Maar we zijn wel tegen de manier waaróp.”

En eerlijk? Het Sterrebos – in het dorp amper bekend – interesseerde hen eigenlijk niet eens zo. Maar de stichting zag hoe juristen van de autofabrikant samen met ambtenaren van de provincie en de gemeenten na jaren voorbereiding het uitbreidingsplan juridisch hadden „dichtgetimmerd”. Dus toen het eenmaal aan de burger werd voorgelegd, zagen ze de aanstaande kap van het Sterrebos nog als het „enige slagveld” dat ze konden betreden om de uitbreiding tegen te houden.

De stichting ging er fanatiek in. Na de informatieavond op 10 april 2019 waren er twee rondes waarin burgers bezwaar konden maken. Rennenberg schiet in de lach. „En elke keer openbaarde de provincie nét voor de zomervakantie…” hij heft zijn hand centimeters boven de tafel, „zó’n stapel papier. Súperspecialistische rapportages. En dan heb je zes weken om in beroep te gaan.”

‘Concept-notitie reikwijdte en detailniveau’, heette het eerste pak papier. Een effectstudie van 453 pagina’s vol berekeningen, tabellen, diagrammen en figuren, ter inzage gelegd op 27 juni 2019. En ‘vaststelling ontwerp-provinciaal inpassingsplan’, voorgelegd op 2 juli 2020. Die timing, weten bestuurskundigen, kunnen plannenmakers met opzet hanteren, als overvaltechniek. Maar in dit geval, zegt VDL Nedcar, kon het niet anders. De plannen hadden „nadere aanvulling” nodig waardoor de indiening „later was dan aanvankelijk voorzien”; uitstel tot na de vakantieperiode zou „kritische deadlines” in gevaar brengen. En ja, de specialistische aard ervan is het gevolg van „de complexiteit en omvang van het project” en de „geëiste diepgang en kwaliteit van de onderliggende studies”.

De Wolven offerden hun vakantietijd op om meerdere verweerschriften te schrijven. Rennenberg: „En dan gaat datzelfde leger van ambtenaren en juristen al jouw zienswijzen fileren en pareren en krijg je, keurig afgetikt, een heel boekwerk terug met verwijzingen naar rapporten en experts.”

Toen in het najaar van 2020 de Provinciale Staten het uitbreidingsplan goedkeurde, ging De Groene Sporenwolf in beroep. De stichting had 700 euro aan donaties opgehaald voor een advocaat en vond er één via actiegroep Red het Sterrebos, „een junior”, maar vlak voor Sinterklaas trok die zich terug. „De advocaat vond het dossier te omvangrijk”, zegt Van der Hoven. Een bekend probleem, weten bestuurskundigen: de rechtspraak is zó complex geworden, mede door de groei aan nationale en Europese regelgeving, dat je je kunt afvragen of de besluitvorming bij grote infrastructurele projecten nog democratisch is.

De kap van het Sterrebos aanvechten? Dan zul je je moeten buigen over milieueffectrapportages vol bijlages

De kap van het Sterrebos aanvechten? Dan zul je je moeten buigen over milieueffectrapportages vol bijlages. Je zult de omgevingswet moeten kennen, de wet op natuurbehoud, de stikstofwet én de monumentenwet, inclusief jurisprudentie, en je zult het moeten opnemen tegen topadvocaten. De Zuidas-advocaten van Houthoff, internationaal vermaard, ingeschakeld door VDL Nedcar. En Envir Advocaten, volgens insiders dé specialist in Nederland in omgevingsrecht, betaald door de provincie.

Wim Rennenberg: „En wij zijn maar een gemiddeld mens, hè.”

Er waren meerdere natuurorganisaties die de kap van het Sterrebos hadden willen aanvechten, maar ze waren te laat, er was geen geld en een gezamenlijke strategie ontbrak. Dus nadat secretaris Van der Hoven op een zitting voor de Raad van State in zijn eentje tegenover de twee advocatenteams zat en zijn betoog „als een kaartenhuis” in elkaar zag donderen, besloten de Wolven dat onderhandelen met de autofabrikant wellicht zinvoller was.

Meermaals zaten ze daarna met VDL Nedcar in een „goed gesprek” om tafel. Maar toen een (inmiddels ex-)lid van de Wolven nog tijdens de onderhandelingen tegen de lokale pers uit de school klapte over het resultaat met als gevolg dat VDL Nedcar not amused was en de Wolven nóg zwakker stonden, waren ze uiteindelijk vooral opgelucht dát het tot een schikking is gekomen.

Of je mag concluderen dat de strijd voor behoud van het Sterrebos nogal amateuristisch is verlopen? Wim Rennenberg en Dirkjan van der Hoven, gelijktijdig: „Ja!”.

De compensatie

„Hoor je? De boomklever!” René Janssen steekt zijn vinger omhoog. „En daar, het zilveren lachje van de pimpelmees.”

Met zijn kaplaarzen stapt Janssen enthousiast over de bemoste grond, Pluijmakers op zijn nette schoenen weifelend er achteraan. Een pad ontbreekt hier in ’t Hout, een bos even verderop, en hoe verder ze lopen des te donkerder het wordt. Populieren, eiken en essen ontnemen het zonlicht, overal hazelaar en kamperfoelie. „Die kleine witte bloempjes daar”, zegt Janssen wijzend naar de eerste bosanemoon. „Staat het straks vol mee.”

Als er in de omgeving één bos is dat enigszins lijkt op het Sterrebos, dan is dat ’t Hout, het bos van Pluijmakers’ jeugd. Hier bouwde hij als kind hutten en vocht hij met de jongens van zijn Mariaveld-parochie tegen de andere parochies.

Het was op zo’n speelmiddag dat zijn strijdlust voor de natuur geboren werd. In ’t Hout vond Pluijmakers als kind eens op de grond twee enorme roofvogels. Hij tilde ze op, spreidde hun vleugels uit en zag ademloos hoe majestueus ze waren. Twee buizerds. Dat zulke enorme vogels in dit bos leefden, had hij nooit geweten. Maar hij dacht ook: hoe kán zoiets? Vergiftigd, bleek. Bij de fazantenjacht werden buizerds gezien als concurrent van de jager. Het trof Pluijmakers „recht in de ziel” en sindsdien was hij natuur-activist, naast zijn baan als manager in de gehandicaptenzorg.

Vanaf zijn zeventiende telde Pluijmakers samen met de plaatselijke vogelwerkgroep driemaal per jaar het aantal vogelsoorten in de omgeving. Telkens telde hij er minder. De buizerd, de patrijs, de boomvalk, de geelgors, de zomertortel, de kwartel, de veldleeuwerik: vroeger waren ze overal, nu ziet hij ze amper nog. De jacht is al lang hun grootste bedreiging niet meer, dat is de verdwijnende natuur.

Want zoals in heel Nederland zag Pluijmakers het landschap rond zijn woonplaats veranderen. De keuterboeren maakten plaats voor grootschalige landbouw. Akkers vol maïs, bestemd als veevoer. Maïs. Maïs. Maïs. Kilometers maïs. En aardappelen. Bieten. Vlees, patat en suiker, dat is wat de consument wil.

De grootschalige landbouw ging ten koste van drassig weiland en percelen vol heggen, houtwallen en kruidenrandjes; woonplaats van de haas, het konijn en de patrijs, van rupsjes en vliegjes en vlindertjes waar de vogels van leefden, en van de pinksterbloem en andere kruiden waar insecten op af kwamen die weer werden opgeslokt door de tortelduif. En als je nu de diersoorten telt die er in de omgeving van Susteren nog zijn, dan vind je vooral mollen, muizen en regenwormen, en een enkele vogelsoort die daarvan leeft.

„Die daar stonden ook in het Sterrebos”, zegt René Janssen wijzend op een dikke eik. Een Amerikaanse, vol gaten en zachter dan de zomereik – „vindt de grote bonte specht fijn om in te hakken”. Omhoog kijkend: „Al die takken, al die bladeren. Bedenk eens hoeveel insecten er rondom zo’n eik leven. Insecten die weer voedsel zijn voor vogels en vleermuizen. En dan te bedenken dat zulke bomen in het Sterrebos…”

Het compensatiebos in aanleg. Merlin Daleman

Tja, wat ís eigenlijk de waarde van één boom? De economische waarde kun je uitdrukken in houtprijs of in recreatiewaarde of CO2-waarde. Maar de natúúrwaarde? De waarde die één boom heeft voor de talloze insecten, bladluizen, vogels en vleermuizen die erin leven, de waarde die hij heeft ná zijn dood, als ’ie met omhoog gestoken wortels nieuwe nestmogelijkheden voor broedvogels creëert terwijl op de stam planten en schimmels een heel nieuw ecosysteem beginnen? Zulke waarden worden nooit berekend. Terwijl dát volgens natuuronderzoekers juist de meerwaarde is van een oud bos.

In een oud bos – meer dan honderd levensjaren – leven bomen van meerdere soorten en leeftijden en als er eentje omvalt staan nieuwe bomen ondergronds te dringen om het gat te vullen. Een oud bos telt meer plantensoorten en meer diersoorten dan een jong bos en is veerkrachtiger en minder kwetsbaar voor stormen, bosbrand, houtkap, klimaatverandering.

Het Sterrebos is geen landelijk beschermd Natura 2000-gebied, maar valt onder de provinciale compensatieregels voor ‘goudgroene’ natuur. De regels zijn in elke provincie anders en volgens de Limburgse mag zo’n bos niet worden gekapt tenzij een zwaarwegend belang geldt – zoals werkgelegenheid. Is dat belang aangetoond, dan dient er vanwege de goudgroene status dubbel zoveel hectare vergelijkbaar bos voor terug te komen.

Om aan de Limburgse compensatie-regels te voldoen liet VDL Nedcar twee jaar achtereen tellingen in het Sterrebos verrichten. De autofabrikant schakelde meerdere ecologische adviesbureaus in die met turflijstjes, sonarapparatuur en camera’s het aantal beschermde diersoorten inventariseerden. Dassen, reeën, broedvogels. Voor de vleermuistelling werd onder meer René Janssen ingehuurd, als zelfstandig ecoloog. Hij zocht naar vleermuissoorten en hij vond er uitzonderlijk veel, vooral in de holtes van de oude bomen. Het Sterrebos, concludeerde hij, is niet te compenseren. Maar de ecologische adviesbureaus die VDL Nedcar had ingehuurd waren het daar niet mee eens. Met de riante plaatsing van vleermuiskasten in resterende bospercelen en het compensatiegebied zouden er „in potentie” voldoende verblijfplaatsen voor de vleermuizen moeten zijn, aldus hun eindconclusie. „Voor alle soorten geldt dat monitoring alsnog dient uit te wijzen of de aangeboden alternatieven zullen worden gebruikt.”

Janssen had nooit verwacht dat het Sterrebos werkelijk omver zou gaan. Toen dat toch dreigde te gebeuren ging hij als voorzitter van stichting Sevon in beroep tegen de kap en trok deels samen op met de Wolven. Maar die muur van rapporten en advocaten – „pfffff, als je dit juridisch goed wil doen… En ik was te laat ”.

Ook hij zette zijn handtekening onder het schikkingsvoorstel van VDL Nedcar.

Janssen wendt zich tot Pluijmakers. „Het voelde voor mij ook wel een beetje als verloochening, naar jou toe.”

„Kan ik me voorstellen”, zegt Pluijmakers kortaf.

„Anderzijds”, zegt Janssen, „als we hadden verloren was de natuur misschien nóg slechter af geweest”.

Pluijmakers schudt zijn hoofd. „Als je zo denkt kun je net zo goed niet procederen.”

De afgesproken compensatie: ruim dubbel zoveel bosaanplant, 130 nieuwe vleermuiskasten, herplant van 55 bomen met een diameter van minimaal 40 centimeter op anderhalve meter hoogte, twee nieuwe dassenburchten, nieuwe bijenkorven, nieuwe fiets- en wandelpaden, een voetgangersbrug en een leefbaarheidsfonds voor de omgeving waar VDL Nedcar 200.000 euro aan bijdraagt.

En toch is Pluijmakers er allerminst gerust op dat de natuur hiermee is gediend. Volgens Rekenkamerrapporten schiet de controle en monitoring van compensatiebossen in het algemeen tekort. Een deel van de bomen overleeft de eerste jaren niet. Omgewaaid, slechte grond. Er is geen aangroeigarantie en geen garantie dat dierlijke bewoners overleven. En de garantie dat een compensatiebos moet blijven, ontbreekt vaak. VDL Nedcar zal volgens afspraak de compensatie van het Sterrebos twaalf jaar lang monitoren met in de eerste vijf jaar een wekelijkse schouw. Maar daarna? Compensatiebossen zijn jong en van weinig natuurwaarde, dus wie maakt zich er druk om als ze – dit is eerder gebeurd – later worden vervangen door een parkeerplaats?

„Sprookjesachtig, een bos zoals een bos moest zijn”, zo noemt Pluijmakers het Sterrebos. Maar waarom is zo’n bos, natuur in het algemeen, eigenlijk van belang?

Terug in de serre van zijn huis pakt Pluijmakers de telescoop erbij. Hij bukt zich en richt ’m op de nestkast van de torenvalk in de verte. „Omdat natuur zo… zo spannend is.” Scherp stellend: „In tegenstelling tot al dat maïs, waar mijn ogen vermoeid van raken als ik erlangs rijd.” Pluijmakers richt zich op en glimlacht: „Moet je eens zien… hij is z’n veren aan het poetsen.”