Het toneelstuk ‘Jan Pieterszoon Coen’ was omstreden. De reden? De ontmanteling van zijn mythische status

Versmade kunst Deze zomer verschijnt in NRC de serie Versmade kunst, over kunstwerken die om diverse redenen zijn afgewezen. Aflevering 6: Het toneelstuk ‘Jan Pieterszoon Coen’ was volgens de burgemeester van Amsterdam een gevaar voor de openbare orde.

Pagina uit het programmaboekje voor de geplande opvoering van ‘Jan Pieterszoon Coen’ tijdens de boekenweek van 1948.
Pagina uit het programmaboekje voor de geplande opvoering van ‘Jan Pieterszoon Coen’ tijdens de boekenweek van 1948. Foto Nationaal Archief/ Collectie Spaarnestad

In 1931 schreef dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff (1898-1936) zijn eerste en enige avondvullende toneelstuk Jan Pieterszoon Coen, over de ondergang van de vierde gouverneur-generaal van de VOC. Vanwege de politieke gevoeligheid werden door de jaren heen meerdere ensceneringen ervan op het laatste moment geannuleerd of zelfs verboden. Het stuk geldt inmiddels als een van de meest omstreden toneelstukken van Nederlandse bodem.

De toneeltekst van Slauerhoff had al sinds de verschijning een discutabele reputatie. In kranten werd de tekst bekritiseerd, niet alleen om de opruiende inhoud, maar ook vanwege de tekortschietende vorm, die eerder literair dan dramatisch zou zijn en vanwege de vele decorwisselingen nauwelijks opvoerbaar zou zijn. „Tweedimensionaal” en „geen bijdrage van belang tot onze toneelliteratuur”, oordeelde de Haagsche Courant. Later schreef het Algemeen Handelsblad: „Het werk met zijn onmogelijk lange monologen kan men bezwaarlijk tot een van de geslaagde werkstukken van de Nederlandse dramatische literatuur rekenen.”

In 11 taferelen ontmantelt Slauerhoff genadeloos de mythische status van Jan Pieterszoon Coen

In elf taferelen laat Slauerhoff de laatste maanden van Jan Pieterszoon Coen voorbijkomen, waarin hij diens mythische status als nationale held genadeloos ontmantelt. Slauerhoff schildert Jan Pieterszoon Coen in het stuk af als angstige, gewelddadige en onvoorspelbare massamoordenaar, een hebzuchtig en racistisch heerser die zich ronduit tiranniek opstelt ten opzichte van zijn directe omgeving. Hij ging drastisch in tegen het publieke beeld van de VOC-topman: Coen werd destijds vooral geroemd als grondlegger van de Gouden Eeuw.

Hij gaf daarmee een kritisch tegengeluid dat politiek gevoelig lag. Inmiddels legendarisch is het verbod van de Amsterdamse burgemeester d’Ailly in 1948, zes dagen voor een groots aangekondigde uitvoering ter gelegenheid van de opening van de Boekenweek. Het was ten tijde van de politionele acties in Indië en aangenomen wordt dat de autoriteiten een dergelijk kritische blik op de gouverneur-generaal niet konden gebruiken. De opvoering ervan, oordeelde de burgemeester, zou „ongetwijfeld de openbare orde in gevaar hebben gebracht” – al bleef een officiële opgaaf van reden voor het verbod uit.

Cover van het programmaboekje voor ‘Jan Pieterszoon Coen’, 1948.
Foto Nationaal Archief/ Collectie Spaarnestad
Jan Jacob Slauerhoff rookt een pijp in de duinen op Vlieland, ca. 1919.
Foto Nationaal Archief/ Collectie Spaarnestad

Ook in 1961 stak de Amsterdamse burgemeester, Gijs van Hall in dit geval, een stokje voor een openbaar toegankelijke enscenering van het stuk. Ditmaal vanwege de Nederlandse betrokkenheid bij de crisis in Nieuw-Guinea, die Nederland op veel internationale kritiek kwam te staan. De geplande uitvoering door toneelgroep Kothurne werd slechts in zeer strikt besloten kring toegestaan. Pas in 1986 – 55 jaar na verschijning – vond de eerste integrale openbare uitvoering van het stuk plaats, bij het Nederlands Repertoire Gezelschap van regisseur Roel Twijnstra, met Joop Keesmaat in de titelrol. In 2020 werd de toneeltekst opgenomen in de herziene editie van het Verzameld proza van Slauerhoff, samengesteld door Hein Aalders en Menno Voskuil.

Inmiddels worden er volop theaterstukken geproduceerd die een kritische blik op het Nederlandse koloniale verleden werpen. In maar liefst twee grote theaterproducties werd afgelopen seizoen uitgebreid stilgestaan bij ons koloniale verleden in Indië: in Lichter dan ik (Korthals Stuurman Theaterbureau) stond het verhaal van een Indische njai centraal, en De eeuw van mijn moeder (Het Nationale Theater) ging over hoe een koloniaal trauma generatie op generatie doorwerkt. Twee voorstellingen over deels verzwegen, Indische geschiedenissen, die – mede vanwege die kritische blik – zowel door pers als publiek lovend werden ontvangen.