Kasteelvrouw Emmy heeft een nieuw dak, de Britse adel moet nu zelf afwassen

ZAP Kasteelvrouw Emmy worstelt met haar Franse b&b. De Britse adel werkt hard om de kastelen open te houden.

Kasteelvrouw Emmy en haar man Rutger.
Kasteelvrouw Emmy en haar man Rutger. Omroep MAX

Om zichzelf een beetje te troosten keek Emmy afgelopen winter 120 keer dezelfde dvd van een kasteelromance. In haar keuken, want daar stond het enige houtkacheltje. Het dak van haar Franse kasteel was zo lek als een vergiet en de regen drupte door de plafonds. Haar man Rutger, die toch al niet erg geloofde in haar droomkasteel, zat ondertussen met z’n natje en z’n droogje in Nederland, en even leek het erop alsof ze zelf ook weinig fiducie meer had in haar megaproject. Dinsdagavond was de laatste aflevering van Kasteelvrouwe Emmy (MAX) en het Franse sprookje eindigde best goed, of in elk geval hoopvol. Ze was een ton en acht maanden stress verder, maar het dak zat erop.

Ik hoop dat Emmy gisteravond naar Het echte leven van de Britse adel (MAX) heeft gekeken. Dan zou ze gezien hebben dat ook hertogen, prinsessen en een achterneef van prins Charles tobben met hun kastelen. Genoeg bezit, geen geld. Lord Mountbattens achttiende-eeuwse landgoed heeft een hertenkamp, het huis een gothische kapel en honderd ramen, maar die moet de lord zelf lappen (met The Times). Prinses Olga Romanoff (een verwant van tsaar Nicolaas II) heeft het landgoed geërfd waar haar voorouders onderdak vonden na hun vlucht uit Rusland. Zij is 2,5 miljoen verder en het huis staat nog steeds op instorten. Alleen het onderhoud ervan kost haar 60.000 euro per jaar. Ze lacht er smakelijk om als ze het vertelt, wat moet ze anders?

Wie de serie Downton Abbey kent, over een fictieve adellijke Britse familie tussen 1912-1925, zag per jaar de krankzinnige weelde afkalven. Eerst vertrok het huispersoneel. De dienstmeiden, de lijfknechten, de keukenhulpen konden elders beter werk vinden, met meer vrijheid en salaris. Het fortuin slonk. Om aan geld te komen moest de familie het landgoed openstellen voor betalende bezoekers. Dorpelingen stonden in de rij om zich te vergapen aan de glorie die verging.

Status weg, geld op, en dus verdween ook de ledigheid van de elite. Werken, dat deed je niet als je een beetje deftig was. Maar nu moesten ze wel, en hun nazaten ploeteren een eeuw later voort om overeind te houden wat er rest. Dus zie je prinses Olga een rondleiding door haar landgoed geven aan bezoekers (voor 17 pond de neus). Hier een portret van haar als jong meisje, daar een marmeren buste van overgrootvader Alexander. Grasmaaien en stront van de paarden scheppen doet ze zelf en ze vuilbekt erbij zoals alleen adellijke dames dat kunnen.

De spuitwijn is te duur

Net als hun voorouders eind negentiende eeuw, huren de Mountbattens een Franse chef-kok in met vier Michelinsterren op z’n naam. Hij verzorgt een pop-up diner waar gasten voor 200 euro per couvert mogen aanschuiven. Lady en Lord Fitzalan-Howard moeten de 80.000 euro die het kost om hun 126 kamers te verwarmen zien terug te verdienen met hun wijngaard. Een fles mousserende Britse wijn voor 24 euro is flink aan de prijs, ontdekken ze als ze achter een schamel kraampje op de markt hun bubbels proberen te slijten.

Kasteelvrouw Emmy is niet vies van hard werken. Of het allemaal zo efficiënt gaat is een tweede, ze doet het. Ter inspiratie ging ze op bezoek bij een achttiende-eeuws kasteel in de buurt van het hare, waar een verre nazaat van Napoleon een Napoleon-museum van heeft gemaakt. Het ziet er schitterend uit, prachtig gerestaureerd van binnen en van buiten. Uniformen en wapentuig in de vitrines, en in de keuken servies en glaswerk met een N erin gegraveerd. Napoleon heeft er vast nog van gegeten. Wordt zeker niet meer gebruikt, vermoedt Emmy. Zeker wel, zegt de museumeigenaar. Alleen niet zo vaak. Hij moet alles zelf weer afwassen.