‘Ik wil dat mijn familienaam voortleeft in het slijpersvak’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week Jeffrey Passieux (56), meester-slijper van messen en scharen. „De familietraditie houdt straks op bij mij, na ruim twee eeuwen.”

Foto Walter Herfst

„Ik heb een missie: het ambacht van messen en scharen slijpen doorgeven aan een volgende generatie. Ik wil de Internationale Passieux Slijpersvakschool oprichten.

„Al sinds 1795 zit dit vak in mijn familie. Het is overgedragen van vader op zoon. François Passieux was de eerste van wie we weten dat hij messenslijper was. Hij is opgegroeid in een dorp van messenmakers en -slijpers in de Franse bergen, naast Zwitserland. In 1805 is hij op Zuid-Beveland neergestreken.

„De familietraditie houdt straks op bij mij, na ruim twee eeuwen. Ik heb twee dochters. Ze wonen in België. Ze zijn met heel andere dingen bezig.

„De naam Passieux is een begrip in dit deel van Zeeland. Mijn vader, mijn opa en heel wat generaties vóór ons gingen langs de deuren met hun slijpsteen. Eerst op een kruiwagen, urenlang lopen, van dorp naar dorp. Het bordje ‘P.G.C. Passieux Goes’, dat op de kruiwagen geschroefd zat, heb ik nog. Later, in de jaren vijftig, kreeg mijn vader een Citroën-busje.

„Ik heb het slijpersvak niet van mijn vader geleerd. Ik ben linkshandig. Dan ben je ongeschikt voor dit werk – dacht mijn vader. Mijn oudere broer was voorbestemd als zijn opvolger, ik zou brood- en banketbakker worden. Ik was een hele goeie bakker. Ik heb er prijzen mee gewonnen.

„Een jaar of 23 was ik toen ik de zaak kon overnemen van een overleden bakker in Middelburg. Ik had de winst eerst met die familie moeten delen. Langzaamaan zou de zaak dan van mij worden. Maar die bakkerij zat zwaar in de schulden. Ik had dat nooit kunnen terugverdienen.

„Toen zei mijn vader: joh, kom bij ons in de zaak. Samen met zijn broer had hij geïnvesteerd in de winkel die mijn tante Belle in 1954 was begonnen. Alle eetgerei was er te koop: messen, bestek, pannen, serviezen. Ik ben erin gestapt nadat ik eerst een half jaar bij staalfirma’s in Duitsland het slijpersvak had geleerd. Mijn vader was verbaasd dat ik het zo snel in de vingers had gekregen. In die jaren heb ik aan het familiebedrijf een groothandel voor de horeca toegevoegd.

De naam Passieux is een begrip in dit deel van Zeeland

‘Van mijn vader heb ik geleerd wat hard werken is. Hij zei altijd: ‘Je hoeft niet goed te zijn; als je maar beter bent dan de rest.’ Stug doorgaan – zo was m’n vader. Hij maakte dagen van ’s ochtends zeven tot ’s avonds elf. Ik doe dat ook wel, als het nodig is.

„Ik heb altijd geprobeerd een beetje slim te werken. Nieuwe dingen proberen. Ondernemen. Ik heb een speciaal oestermes in productie genomen dat Marcel Schouwenaar, een bekende Zeeuwse chef-kok, heeft ontworpen. In de hele wereld is het te koop, van Canada tot Japan. Zo ben ik met wel meer dingen begonnen; het ene met meer succes dan het andere.

„Op m’n 25ste zei ik: ik ga twintig jaar knallen, zodat ik op m’n 45ste geld genoeg heb om te doen waar ik zin in heb. Dat zou omstreeks 2010 zijn geweest. Maar in 2001 raakte ik verzeild in een echtscheiding. Pas in 2006 was die afgewikkeld. Dat heeft me een hoop geld en energie gekost.

„Daar kwam in 2006 nog een fikse tegenvaller bij. Mijn broer gooide als zakenpartner de handdoek in de ring. De winkel in Goes was net verkocht. We waren bezig de slijperij uit te bouwen in een loods in Heinkenszand, waar het bedrijf nog steeds zit.

„Opeens moest ik de zaak zelf opnieuw financieren. Toen is wel even de grond onder m’n voeten weggezakt. Maar ach, zoals de Engelsen zeggen: karma is a bitch. Oftewel: shit happens. Gelukkig ben ik vergevingsgezind van karakter. En ik ben een leeuw, ik deins nergens voor terug: hup, mouwen opstropen en opnieuw beginnen.

„Van ‘doen waar ik zin in heb’ is nog niks terechtgekomen. Een paar jaar heb ik zitten broeden op nieuwe business. Ik heb uiteindelijk een netwerk met vijftig servicepunten in heel Nederland opgezet: winkels waar je je messen en scharen kunt brengen, die ik dan slijp, hier in Zeeland. Ik heb vijf slijpers opgeleid, die – als franchisenemers – met een busje door het land gaan.

‘Het is wel jammer dat die mooie familiegeschiedenis straks voorbij is. Maar ik heb iets bedacht om de naam Passieux voor altijd te verbinden aan het slijpersvak. In Duitsland, Zwitserland of waar dan ook hoop ik een fabrikant van kwaliteitsmessen te vinden met wie ik wil investeren in het opleiden van goeie slijpers. Mijn familienaam wil ik aan zo’n opleiding verbinden.

„Een gemiddeld huishouden koopt tegenwoordig voor een paar euro een mes of schaar van veel te zacht staal, dat binnen een jaar al bot is. De betere thuiskok weet hoe belangrijk het is dat je kunt beschikken over goeie, goed geslepen messen en scharen. Dat geldt al helemaal voor koks in restaurants, kappers, stoffeerders, kleermakers, hoveniers en mensen die werken met allerhande snijgereedschap.

„Echt, in het ambachtelijke werk zal altijd een goed belegde boterham te verdienen zijn.”

Aanmeldingen: ditbenik@nrc.nl