Necrologie

Franz Marijnen durfde het experiment aan in de grote zaal

Franz Marijnen (1943-2022) Toneelregisseur Ruim honderd theatervoorstellingen maken de Vlaming Franz Marijnen een van de belangrijkste toneelregisseurs van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Hij schuwde shockeren niet en greep altijd hoog.

Regisseur Franz Marijnen tijdens repetities van de voorstelling ‘Cyrano de Bergerac’ in 2003 in Den Haag.
Regisseur Franz Marijnen tijdens repetities van de voorstelling ‘Cyrano de Bergerac’ in 2003 in Den Haag. Foto Koen Suyk/ANP

Toneelrepetities die een voorstelling dichterbij brengen en waarin alles klopt tussen tekst, regisseur en acteur noemde de Vlaamse regisseur Franz Marijnen „een moment van trilling”. Voor hem was het ook een moment „waarop de hele wereld perfect is”. Met meer dan honderd theater- en regievoorstellingen op zijn naam behoorde Marijnen tot de belangrijkste regisseurs van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Hij was een van de weinigen die experimenteel theater durfden te maken in de grote zaal.

Afgelopen woensdag 3 augustus is Marijnen op 79-jarige leeftijd overleden in Bonheiden (B), niet ver van zijn geboorteplaats Mechelen. Zijn officiële opleiding genoot hij in Brussel aan het RITCS (Hoger Rijks Instituut voor Toneel en Cultuurspreiding). Nog tijdens zijn studie regisseerde hij bij het Mechels Miniatuur Teater, een kleine vernieuwende groep. Hier bracht hij in 1966 Het verhaal van de dierentuin van Edward Albee uit, een voorstelling die opviel door een grote theatraliteit en rijke beeldtaal. Deze stijl zou hij trouw blijven.

Groots gemonteerd

Zijn officieuze leerschool doorliep hij in Polen bij de nog altijd legendarische en veel geciteerde theatervernieuwer Jerzy Grotowski, de man wiens naam verbonden is met rauw en authentiek theater. Naar aanleiding van zijn verblijf tussen 1967 en 1968 in Wroclaw (Breslau) zei Marijnen, die de zoon van een advocaat was, dat hij „daar de scheuren in mijn burgerlijke Vlaamse ziel” opliep. Van Grotowski leerde hij dat de illusie een fout idee van theater is. Een acteur moet niet iets uitbeelden of vertonen, maar „tonen” dat zijn fysieke aanwezigheid de kern van het spel vormt. Vanuit deze overtuiging regisseerde Marijnen een ongekende reeks groots gemonteerde theatervoorstellingen, waarin volgens de tijdgeest van toen de toneelrookmachine volop draaide. Het liefdesconcilie (1976) van de Duitse psychiater en avant-gardist Oskar Panizza was een van zijn meest gedurfde en ook shockerende voorstellingen, uitgevoerd bij de Toneelraad Rotterdam. In 1988 regisseerde hij met Woyzeck van Büchner de openingsvoorstelling van het pas opgerichte Nationale Toneel in Den Haag. Grauw, somber, zwart was de entourage, met de Woyzeck van Peter Tuinman als een man met een diep geschade ziel.

King Lear (1979) van Ro Theater. Foto Leo van Velzen

In 1993 wijdde de Singel in Antwerpen een tentoonstelling aan Marijnens theater met maquettes, video’s en vooral prachtige foto’s van zijn vaste fotograaf Leo van Velzen. Niet voor niets heette de expositie Onttakeling van zekerheid, een titel die gerust Marijnens artistieke visie verwoordt.

Intiem en klein

Marijnen was vooral ook artistiek leider van enkele vooraanstaande gezelschappen, waaronder zijn eigen gezelschap Camera Obscura (opgericht in 1973), het Ro Theater (1977-1983), de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel (1993-2000). Daarnaast was hij freelance regisseur bij onder meer het Noord Nederlands Toneel en NTGent. Dat Marijnen ook heel precies, intiem en klein kon regisseren bleek uit Glenn Gould (2008) bij Het Nationale Toneel met Stefan de Walle als de briljante maar moeizame Canadese pianist, een van de mooiste muziekvoorstellingen ooit.

Marijnen greep aldoor hoog, soms te hoog. De rock-opera Ik, Jan Cremer (1985) door Stichting Theater Initiatieven Groningen rondom het leven van de schrijver als een soort Jesus Christ Superstar moest voortijdig worden afgebroken wegens faillissement.

Theatergeschiedenis schreef Marijnen als intendant van het Ro Theater: onder zijn verantwoording speelde komiek Johny Kraaijkamp sr. de titelrol van de oude koning in Shakespeares King Lear (1979). In 1993 regisseerde Marijnen zelf de Lear in Den Haag, nu met Freek de Jonge als de nar en André van den Heuvel als de koning. Over die keuzes zei hij destijds dat hij altijd de beste acteur zoekt bij die ene rol.