Oorlog om Taiwan zou een ramp zijn voor Zuidoost-Azië

Taiwan-crisis Landen in Zuidoost-Azië willen geen oorlog met China. Ze proberen te balanceren tussen deze regionale grootmacht en de VS.

Oefening van het Taiwanese leger op dinsdag, als reactie op de Chinese dreiging.
Oefening van het Taiwanese leger op dinsdag, als reactie op de Chinese dreiging. Foto Ritchie B. Tongo/EPA

Over één ding waren de leden van de ASEAN vorige week in Phnom Penh, op de jaarlijkse bijeenkomst van hun alliantie van tien Zuidoost-Aziatische landen, het eens: de-escalatie over Taiwan alstublieft. Ze maanden China en de Verenigde Staten tot kalmte.

„Ook in de jaren negentig waren er spanningen tussen de Verenigde Staten en China over Taiwan, maar de dreiging dat China daadwerkelijk zou aanvallen was afwezig. Dat is nu anders”, zei militair analist Ni Lexiong maandag tegen The Straits Times, een krant uit Singapore. „De situatie is nu gevaarlijker. Spanningen lopen hoger op.” Zo zijn de wapens die China bij zijn militaire oefening rondom Taiwan toonde veel geavanceerder dan toen. „China kan nog steeds niet tippen aan de militaire overmacht van de VS, maar de kloof is veel kleiner dan dertig jaar geleden”, aldus Ni.

Nog steeds, ondanks een aangekondigde terugtrekking op zondag, vaart en vliegt er Chinees militair materieel in de wateren rondom Taiwan. Als reactie op die intimidatie is nu ook Taiwan een militaire oefening begonnen. Wat zou een mogelijke escalatie tussen de VS en China voor Zuidoost-Aziatische landen betekenen?

Ingewikkeld web

Zuidoost-Aziatische landen zitten klem in een ingewikkeld web van belangen en loyaliteiten. De VS zijn traditioneel de machtigste westerse natie, met een grote militaire aanwezigheid. Maar hun hegemonie neemt af en de afhankelijkheid van China groeit. Zowel China als de VS werken aan het versterken van de banden met regionale bondgenoten.

Strategieën en keuzes van de Zuidoost-Aziatische landen lopen uiteen. Vanwege hun sterke economische afhankelijkheid van China en nauwe banden van de politieke elite met het Chinese regime zijn Laos en Cambodja inmiddels te beschouwen als vazalstaten van China. Zo zou China bezig zijn met de bouw van een Chinese marinebasis op Cambodjaans grondgebied.

Indonesië daarentegen traint deze week samen met de Verenigde Staten op de eilanden Sumatra en Kalimantan tijdens hun jaarlijkse militaire oefening, genaamd Garuda Shield. Dit jaar doen Australië, Singapore en Japan voor het eerst mee. Veertien bevriende landen ‘kijken mee’. Indonesië heeft, evenals de Filippijnen, te kampen met Chinese expansie in de Zuid-Chinese Zee. Beide landen voelen zich genoodzaakt tot militaire versterking tegen de Chinese vloot, die zich steeds nadrukkelijker laat gelden in wat zij als hun wateren beschouwen.

Maar boven alles willen de ASEAN-landen geen oorlog met China. En denken in kampen – pro-Chinees versus pro-Westers – veroorzaakt alleen maar hoofdpijn. „Geen van de ASEAN-landen is voluit bondgenoot van het Westen”, mailt Joshua Kurlantzick van de Amerikaanse denktank Southeast Asia Council on Foreign Relations (CFR). „Dat is een westers concept. Alleen de Filippijnen en Thailand hebben concrete bilaterale verdragen met de VS. Als tegenwicht voor de Chinese overheersing zijn voor de VS vooral de grote landen belangrijk: economische motoren als Japan, Zuid-Korea, Taiwan, India en Australië”, stelt Kurlantzick.

Autocratische elite

ASEAN is niet opgericht om een vuist te maken tegen China. De groep landen is te verdeeld. De meeste leden worden geleid door een autocratische elite, met elk een eigen agenda en belangen. „ASEAN is een zwakke organisatie”, bevestigt Kurlantzick. „Ze kunnen niet eens hun eigen lid Myanmar tot de orde roepen.”

Afgelopen week zei Nancy Pelosi dat haar bezoek aan Taiwan ook bedoeld was als teken van solidariteit in de strijd voor democratische waarden. Maar tijdens de Koude Oorlog heeft de regio aan den lijve ondervonden hoezeer ideologisch gedreven bondgenootschappen en economische belangen met elkaar verweven zijn. En dat hoeft niet altijd tot een democratisch of vreedzaam resultaat te leiden. Thailand wordt geleid door een militair regime en in de Filippijnen is een telg van de Marcos-dynastie tot president gekozen. Welke krachten in deze landen gaat het Westen versterken in ruil voor steun in de strijd tegen China’s dominantie?

Lees ook: China creëert met militaire oefening een ‘nieuw normaal’ rondom Taiwan

De meeste analisten voorzien op korte termijn geen inname van Taiwan door China. Afgelopen week zei de Singaporese oud-diplomaat en schrijver Kishore Mahbubani tegen persbureau Bloomberg dat hij verwacht dat China de tijd zal nemen om militair en economisch verder te groeien en Taiwan pas zal innemen zodra het sterker is dan de VS. Mahbubani voorspelt al jaren een onvermijdelijke, wereldwijde dominantie van China.

Kurlantzick is het daar niet mee eens. „Ik zie helemaal geen groei van China’s heerschappij. Het land staat onder enorme economische druk door lage groei, verergerd door een rampzalig coronabeleid. Investeerders trekken zich terug en het imago heeft wereldwijd deuken opgelopen. Zo heeft de onderdrukking van Hong Kong en Xinjiang het aanzien geen goed gedaan.” Ook stelt hij dat de Chinese dwang door economische druk of agressief gedrag van diplomaten China in Zuidoost-Aziatische landen niet populair heeft gemaakt.

Tegenacties

Mocht China Taiwan aanvallen, wat betekent dat voor Zuidoost-Azië? Kurlantzick denkt dat de Verenigde Staten Thailand en de Filippijnen om toestemming zal vragen om militaire tegenacties uit te voeren vanaf hun grondgebied. „Maar de VS zullen militair vooral leunen op hun belangrijkste bondgenoten: Australië en Japan.”

Voor de landen in Zuidoost-Azië zou een gewapend conflict tussen China en de VS een rampscenario betekenen. Handelsroutes zullen worden verstoord. Er zullen wellicht zeeblokkades zijn. Investeringen komen mogelijk tot stilstand. Kurlantzick denkt dat de meeste Zuidoost-Aziatische naties, als ze in een bredere oorlog worden gezogen, militaire steun zullen zoeken bij de VS. Maar ze zullen zoveel mogelijk proberen buiten het conflict te blijven en een relatie met China blijven onderhouden. Een helse evenwichtsoefening.

De Indonesische minister Retno Marsudi (Buitenlandse Zaken) riep in Phnom Penh op tot zelfbeheersing. „Een conflict starten is zo gedaan, maar het weer eindigen is veel moeilijker. Niemand wil oorlog.”