Opinie

‘Zorg goed voor het kluitje aarde van je overgrootvader’, zei mijn vader

Danielle Pinedo

‘Wist je dat je overgrootvader ook journalist was?” Mijn vader en ik zitten in de Maduro-bibliotheek op mijn geboorte-eiland Curaçao. Hij komt er wel vaker, want genealogie is zijn passie. Waar ik normaal met een half oor luister als hij over de zoveelste voorouder vertelt, spits ik nu mijn oren.

„Hij heette Mozes Michael Pinedo”, zegt mijn vader, „beter bekend als ‘Momon’. Hij was eigenaar en redacteur van dagblad Boletin Comercial.”

Met hulp van de bibliothecaresse vinden we drie dozen met vergeelde kranten uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Mijn hart maakt een sprongetje als ik de ondertitel lees: Handelsblad.

Momon (1878-1945) beoefent meerdere genres en schrijft in drie talen: Nederlands, Engels en Spaans. Zijn stijl is mij te uitbundig, maar ik kan zijn idealisme waarderen. „Laat ons als we zoometeen weer aan ons gewone werk zijn en de feestroes voorbij is, zóó mooi blijven leven, als we deze week gedaan hebben”, schrijft hij in 1934 na de viering van de 300 jaar lange relatie tussen Nederland en Curaçao. „Zoekende in elkander wat vereend.”

Momon had ook een eigen rubriek, ‘Sociales y Personales’, waarin hij het leven van Curaçaoënaars beschrijft. „In die rubriek trof men juweeltjes van Spaanse schrijfkunst aan”, schrijft J. van de Walle in Beneden de wind uit 1974. „Kleine portretten van mensen aan maaltijden, op recepties en feesten, die in alle opzichten de moeite van het herlezen waard zijn.”

Van de Walle verbaasde zich soms over zijn „vriend” Momon. „Toen ik nog maar heel kort op het eiland was nodigde hij mij voor een maal uit op het koele terras van het toenmalige hotel Americano. Onder het eten vertelde hij allerlei bijzonderheden over de stad Amsterdam zoals die, dat dacht ik tenminste, in zijn herinnering voortleefde. De beschrijving van die stad week echter in sommige opzichten zó fundamenteel van de werkelijkheid af dat ik ten slotte Shon Momon vroeg wanneer hij voor het laatst in de hoofdstad was geweest. Hij antwoordde zonder blikken of blozen dat hij nooit in Nederland, en dus ook nooit in Amsterdam was geweest, maar dat hij de hoofdstad als de palm van zijn hand kende dankzij de boeken (…) die hij over de stad had gelezen.”

Van de Walle zocht Momon ook thuis op. Die toonde hem een door een vriend geschonken kluitje Hollandse aarde – zijn dierbaarste bezit. Momon, vermoedde Van de Walle, was Nederland dankbaar dat de Curaçaoënaars nooit tot „onderdanen” waren verlaagd, „hoe koloniaal de toestanden ook mochten zijn in hedendaagse ogen”.

De Maduro Library schonk mij – en daar ben ik ze eeuwig dankbaar voor – een exemplaar van Boletin Comercial. En van mijn vader kreeg ik een zilveren doosje, ooit eigendom van Momon, met het kluitje aarde. „Zorg er goed voor”, zei hij. „En geef het ooit aan iemand die er ook goed voor kan zorgen.”

Danielle Pinedo vervangt drie weken lang Ellen Deckwitz.