Iraanse filmmakers zijn meesters in verhulling

Achtergrond | Iraanse film ‘There Is No Evil’-regisseur Mohammad Rasoulof werd afgelopen maand in Iran opgepakt. Zijn film is in eigen land verboden, de internationale prijzen die hij kreeg werden wél uitvoerig besproken in Iraanse kranten.

Goed en kwaad leveren worstelingen, keuzes met nare gevolgen en schuld op in ‘There Is No Evil’.
Goed en kwaad leveren worstelingen, keuzes met nare gevolgen en schuld op in ‘There Is No Evil’.

Je moet altijd schipperen tussen wat je wilt zeggen en hoe je het zegt, aldus de Iraanse filmmaker Panah Panahi, wiens prachtige, door zijn vader Jafar Panahi geproduceerde Hit the Road onlangs in Nederland uitkwam. Om voor het filmen in Iran de benodigde vergunningen te krijgen had hij bij de autoriteiten een nep-versie van het script ingediend met een totaal ander, regime-vriendelijk einde. De enige manier om te overleven is net zo hypocriet zijn als zij, zei Panah Panahi daarover.

Het is de vraag of Hit the Road ooit in Iraanse bioscopen komt. De films van zijn vader zijn in elk geval al sinds 2000 verboden. Jafar Panahi is nu net opgepakt, samen met een aantal andere filmmakers, onder wie Mohammad Rasoulof, van wie There Is No Evil deze week in Nederland uitkomt. Rasoulof was in 2010 al eens gearresteerd en sindsdien nog een paar keer tot gevangenisstraf veroordeeld, waaronder in 2020 vanwege de regime-onvriendelijke progaganda in There Is No Evil en twee eerdere films. Toen ontliep hij de gevangenis met als argument dat de overheid gevangenen vrijliet vanwege corona. Panahi hing al sinds 2010 een gevangenisstraf van zes jaar boven het hoofd, maar die was nooit tot uitvoer gebracht.

Nu zitten ze beiden vast, met als officiële reden dat ze zich hadden uitgesproken over een corruptieschandaal in de stad Abadan – waar een flatcomplex in aanbouw instortte, met tientallen doden tot gevolg – en over het politieoptreden tijdens demonstraties na dat schandaal. Panahi werd trouwens opgepakt toen hij bij de officier van justitie ging protesteren tegen de arrestatie van Rasoulof, zoals Rasoulof in 2010 was opgepakt toen hij ging protesteren tegen de arrestatie van Panahi.

Eén camera

De Iraanse overheid heeft een ambivalente relatie met de kunsten. De vele internationale prijzen die Iraanse films in de wacht sleepten kwamen het regime publicitair niet slecht uit: Oscars voor Asghar Farhadi’s A Separation en The Salesman, ettelijke prijzen voor tientallen andere films in de festivals van Cannes, Berlijn, Venetië enzovoort, zoals de Berlijnse Gouden Beer voor Jafar Panahi’s Taxi in 2015 en voor Rasoulofs There Is No Evil in 2020. Ook al waren beide films in eigen land verboden, die prijzen werden uitvoerig besproken in de kranten.

Iraanse film is ook voor het regime bijna een marketingproduct geworden sinds de grote internationale successen van pionierende regisseurs als Abbas Kiarostami en Mohsen Makhmalbaf. Kiarostami en Makhmalbaf ontwikkelden een nieuwe manier van filmen die van de nood een deugd maakte. Ook als je maar met één camera kon werken, om budgettaire redenen of omdat je onopvallend op straat wilde filmen, kon je spectaculaire visuele effecten bereiken. Toen het problematisch was mannen samen met vrouwen in beeld te brengen, ontstond een golf van films met kinderen.

En Iraanse filmmakers werden meesters in het verhuld uitbeelden van onderliggende boodschappen, soms door de kracht van de stilte: in Hit the Road horen we de hele film lang de familieleden niet uitleggen waarom ze een reis maken. Als we het landschap zien veranderen weten we waarheen die reis gaat, namelijk richting Turkse grens, en begrijpen we dat de oudste zoon, die de hele rit grotendeels stil voor zich uitstaart, blijkbaar het land ontvlucht.

Vooral tijdens het bewind van de ‘gematigde’ president Khatami, van 1997 tot 2005, werd Iraanse filmkunst een middel voor cultural diplomacy. Momenteel waait een reactionaire wind door het land, waarvan de ultraconservatieve president Ebrahim Raisi het boegbeeld is. Maar ook tijdens het presidentschap van Khatami en de eveneens ‘gematigde’ Rouhani (2013-2021) kregen makers als Panahi en Rasoulof te maken met arrestaties, vertoningsverbod en bureaucratische dwarsliggerij.

Dat belette Panahi niet om vanaf 2000 clandestien toch acht films te maken en eind deze maand komt de volgende, No Bears, uit tijdens het filmfestival van Venetië. Sinds Rasoulof in 2010 een jaar gevangen zat heeft hij vier films gemaakt.

Intussen produceerde hij ook Mahnaz Mohammadi’s sociaal-realistische Son-Mother uit 2019, over de positie van alleenstaande moeders, die ook in Nederland te zien was. Ook Mohammadi is in de loop van haar carrière verschillende keren gearresteerd. En twee maanden geleden werd documentairemaakster Firouzeh Khosrovani opgepakt (haar Radiography of a Family kreeg in 2020 de IDFA-prijs voor beste lange documentaire), ettelijke anderen deelden haar lot of kregen met huiszoekingen te maken.

Rasoulof is telg uit een invloedrijke bankiersfamilie. Misschien droeg dat ertoe bij dat hij het nog lang heeft kunnen uitzingen. Nu zit hij zelfs in eenzame opsluiting.

Financiële middelen

Ook als je filmt volgens de officiële richtlijnen, gaat het niet altijd goed. Saeed Roustayi’s thriller Just 6,5 uit 2019 – gemaakt met alle vergunningen van het zogeheten ministerie van Cultuur en Islamitisch Toezicht, over de Iraanse drugsmaffia – won de hoofdprijs in het nationale filmfestival en was een hit in de bioscopen.

Volgens Aaran Javidani, een in Nederland wonende Iraanse filmexpert die als agent voor Iraanse films in Nederland optreedt, kunnen makers die met het ministerie samenwerken makkelijker aan financiële middelen komen. Just 6,5 zag er gelikt uit en ook voor zijn nieuwste film Leila’s Brothers kon Roustayi topacteurs betalen.

Desalniettemin is Leila’s Brothers, die dit jaar in Cannes de Fipresci-persprijs kreeg, in Iran nu verboden. Officieel omdat Roustayi geen toestemming had gevraagd om de film naar Cannes in te sturen. Volgens Javidani is de eigenlijke reden dat enkele acteurs uit de film zich in Cannes kritisch over Iran hadden uitgelaten. Bovendien had hoofdrolspeler Navid Mohammadzadeh zijn echtgenote op de rode loper gekust.

Lees hier de recensie van ‘There Is No Evil’

Ook in ‘officiële’ films worden geregeld politieke zaken aan de orde gesteld. Geen kritische films maken lijkt voor serieuze filmmakers in Iran geen optie. In Just 6,5 blijken de hogere kringen nauw verweven met de drugsmaffia. De moeder in A Separation wil dat de familie emigreert om hun dochter een betere toekomst te garanderen dan in Iran mogelijk is. En er is de scène waarin de vader de dochter vraagt om in plaats van woorden die ze op school leert thuis zuiver Perzisch te gebruiken; een verwijzing naar de religie, waarvan de taal op het Arabisch is geënt.

De censuur kan hiertegen weinig inbrengen, temeer omdat de censuurcommissies deels bestaan uit filmmakers die het niet bij collega’s willen verbruien en veel Iraniërs behoorlijk chauvinistisch zijn en moeilijk bezwaar kunnen maken tegen puur Perzisch.

Makers die buiten het systeem werken hebben het volgens Aaran Javidani intussen moeilijker dan ooit, vanwege de repressie, maar ook als gevolg van de financiële crisis in het land, mede veroorzaakt door de economische sancties.

Toch zetten sommige onafhankelijke makers door. Zo komt er, met een nog onbekende titel, een hoogst originele film aan over de Iraanse drugswereld en overheidscorruptie, met nachtelijke achtervolgingen, schietpartijen en heftige seksscènes, compleet illegaal gemaakt. Super-lowbudget, met één camera, en super-inventief, met een TomTom-navigatiesysteem in de hoofdrol!