Reportage

Lage waterstand leidt tot file in de Maas

Binnenvaart Vanwege de lage waterstand sloot een sluis in de Waal en mogen schepen minder lading vervoeren. Gevolg: file in de Maas.

De sluis bij Grave moet veel meer schepen verwerken dan normaal. De schepen kunnen per stuk minder vracht meenemen door de lage waterstand.
De sluis bij Grave moet veel meer schepen verwerken dan normaal. De schepen kunnen per stuk minder vracht meenemen door de lage waterstand. Foto’s Flip Franssen

Door de marifoon, de communicatieradio, aan boord van het schip van Rein Bron (55), klinken dinsdagmiddag niet de gezelligste berichten. Er wordt gemopperd en soms gescholden. Bron zit in de stuurhut van zijn binnenvaartschip, dat stilligt voor de sluis in Grave.

Hij ligt er al even. Sinds maandag 13.00 uur, zegt Bron. Er klinkt gekraak door de marifoon, een schipper klaagt, en weer een andere stem zegt: „Dat komt door die kutmentaliteit van die sleepboten!” Bron hoort het aan. „Ja da’s frustratie.” Schippers reageren die op elkaar af. „En op de sluismeester”, zegt Bron afkeurend. „Die kan er al helemaal niks aan doen.”

De sluismeester kan inderdaad niets doen aan de droogte die Europa al wekenlang teistert. Binnenvaartschippers moeten daardoor soms langer wachten of kunnen minder lading meenemen. Het heeft allemaal, direct of indirect, te maken met het feit dat het water in de IJssel, de Waal en de Maas veel lager staat dan gebruikelijk rond deze tijd van het jaar.

Rein Bron, die via de Waal de Maas op wilde om een lading zand te halen in het Noord-Limburgse Heijen, gaat normaal via het Maas-Waalkanaal en door de sluis bij Weurt, op de Waal aan de noordkant van Nijmegen. Dat is voor schepen de snelste en meest logische route.

Maar in april ging een van de twee ‘kolken’, de doorgangen in sluizen waarin schepen varen, dicht vanwege onderhoud. Eind augustus is de reparatie naar verwachting klaar.

En 21 juli ging ook de tweede kolk dicht, ditmaal door de lage waterstand. Schepen konden daar niet meer invaren. Nu moet dus al het scheepsverkeer via de sluis in Grave, op de Maas ten zuiden van Nijmegen. Dat betekent extra drukte. Helemaal omdat schepen – wederom door het lage water – minder lading mee kunnen nemen. Dat betekent méér schepen voor dezelfde lading. Tot overmaat van ramp ging de sluis in Grave zondagmiddag ook nog eens kapot, maandagnacht werd hij weer operationeel.

File bij de sluis.

Het groen-witte binnenvaartschip ‘Alexandra’ van Edyta van Bommel (41) ligt dinsdag eindelijk ín de sluis, na meer dan een dag wachten. „Het is moeilijker varen met laagwater”, vertelt Van Bommel in de deuropening van haar stuurhut, terwijl het water de kolk instroomt en Van Bommels hoofd langzaam op het niveau van de kade komt.

Geschreeuw en gemopper

„De rivier is smaller”, zegt Van Bommel, “iedereen moet door dezelfde kleinere vaargeul. Er wordt soms geschreeuwd en gemopperd.” De stuurhut stijgt hoger, boven de kade uit. „En ik kan minder meenemen”, vervolgt Van Bommel het lijstje nadelen. Waar ze normaal zo’n 1.400 ton kolen vervoert, is dat nu 800 ton.

Het is niet alleen maar ellende bij laagwater. Sommige binnenvaartschippers wrijven in de handen als het waterpeil zakt. Dan vragen ze een zogeheten laagwatertoeslag om te compenseren aan bevrachters. „Ik niet”, zegt Van Bommel. „Ik verdien een dagprijs.” Het schip stijgt nog meer, de kade ligt nu ver beneden Van Bommels voeten. De sluisdeuren gaan open en ze mag gaan varen.

Rein Bron heeft een contract bij een opdrachtgever en profiteert ook niet van toeslagen. „Normaal vaar ik twee ladingen per week om uit de kosten te komen, dat kan nu niet.”

Hij had gepland om donderdag te lossen, maar hij is nog steeds op weg naar Heijen om zijn lading zand te halen. Het lossen wordt maandag. „Een planning maken is onmogelijk zo. In betere tijden moet ik dat gaan inhalen.” En het varen zelf is risicovoller. Normaal zit er 2,5 tot 3 meter tussen zijn schip en de bodem, nu is die afstand op sommige plaatsen „maar een colaflesje hoog”. „Met de dop eraf”, lacht Bron.

Bron vindt het ellendig, maar hij blijft vrolijk en houdt het hoofd koel, zo lijkt het. Misschien omdat hij nog niet zo lang vaart. 25 jaar lang was hij boekhouder voordat hij besloot te gaan varen. „Ik word gewoon betaald om uit het raam te kijken”, grijnst hij. Zijn dochter Tara (25) lacht vrolijk mee. Zij gebruikt de tijd aan boord om haar scriptie te schrijven.

Schipper Rein Bron en zijn dochter Tara. „Ik word betaald om uit het raam te kijken.”
Sluis bij Grave.

Binnenvaartschepen moeten op dit moment op meer plaatsen langer wachten bij sluizen. Rijkswaterstaat hanteert vanwege de droogte een „regime van zuinig schutten”. Waar normaal een schip dat aan komt varen direct een sluis in mag, wordt nu langer gewacht tot meer schepen zich melden. Elke keer als een schip door de sluis gaat, wordt er water verplaatst van hogerop de rivier naar het lagergelegen gedeelte. Dat gaat ten koste van de waterstand.

Boerenzakdoek

„Iedereen heeft last van het lage water”, zegt binnenvaartschipper Jan de Boer (59) uit Urk terwijl hij een bakje yoghurt leeglepelt in de deuropening van zijn kajuit. Hij ligt helemaal achteraan te wachten tot hij de sluis in mag. Omdat nu meer schepen nodig zijn voor dezelfde lading vragen schippers, volgens de wet van vraag en aanbod, hogere prijzen.

„Uiteindelijk gaat de consument die prijsstijging betalen”, zegt de Boer. Hij veegt zijn mond af met een boerenzakdoek. De schipper denkt dat het wel eens lastig varen kan worden op de Waal als het peil nog verder zakt. Hij vreest een vaarverbod. „Maar ik kan niks met zekerheid zeggen.” Op delen van de IJssel is de vaargeul al zo smal geworden, dat een inhaalverbod van kracht is.

De Boer maakt zich verder niet zo druk om laagwater en droogte op lange termijn. „Ik ben lang visser geweest, na zeven magere jaren kregen we vaak zeven vette. Dat het laagwater door klimaatverandering komt geloof ik niet. Ik ben christen. Er is er maar één die wat over de natuur te zeggen heeft, en die zit hierboven.”

Rein Bron heeft wel het idee dat laagwater de afgelopen jaren een steeds groter probleem vormt. Hij denkt dat het met klimaatverandering te maken heeft. „Absoluut!” Hij heeft het KNMI aan zijn zijde. Uit onderzoek bleek dat de afgelopen droge zomers niet direct iets met klimaatverandering te maken hebben. Maar klimaatverandering maakt de kans op droogte in de toekomst wel groter. „Maar ja, als je dat probleem nu gaat aanpakken, dan maak ik niet meer mee dat er iets verandert.”

Voor nu heeft Bron een oplossing om te zorgen dat hij net zo’n grote lading kan meenemen als bij een normale waterstand: in plaats van over de Waal en de IJssel, gaat hij helemaal via de Maas (waar het water nog wat hoger staat) naar het westen en door allerlei kanalen naar zijn eindbestemming in Friesland. „Maar dat is wel enorm om.”