Opinie

Europese aandacht voor Afrika is strategische noodzaak

Afrika

Commentaar

Met zelden vertoonde eendracht hebben westerse landen Rusland sinds de inval in Oekraïne internationaal buitenspel gezet. Maar het is een illusie te denken dat Rusland echt geïsoleerd is. Bij een stemming in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in maart bleek al dat Rusland vooral in de ontwikkelende wereld minder vijanden heeft. Zeventien Afrikaanse landen onthielden zich destijds van veroordeling van de Russische agressie, acht waren er bij de stemming niet aanwezig. Met een Afrikaanse tour van de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, kreeg die opsteker voor Rusland eind juli een vervolg. Lavrovs hartelijke ontvangst in vier belangrijke landen toonde een nieuwe geopolitieke werkelijkheid die Europa tot een coherent antwoord noopt.

Al langer probeert Rusland weer voet aan de grond te krijgen in Afrika. Tot eind jaren tachtig had de Sovjet-Unie nauwe betrekkingen met jonge socialistische regeringen op het continent. Zij zochten behalve leningen en wapens ook een alternatief voor westerse machtspolitiek, die vaak als neo-koloniaal gezien werd. Nergens werd de Koude Oorlog in de strijd om invloedsferen zo heet als in delen van Afrika. De huidige belangstelling van Rusland is deel van een bredere beweging die, verwijzend naar de koloniale deling in de 19de eeuw, soms de new scramble for Africa genoemd wordt: buiten traditionele handelspartners uit het Westen hebben in navolging van China ook landen als India, Iran, Turkije en Brazilië het Afrikaanse continent ontdekt.

Daarvoor zijn goede economische redenen aan te voeren. Geen continent groeit zo snel als Afrika. In 2050 woont volgens berekeningen van de Wereldbank een kwart van de wereldbevolking – 2,2 miljard op zo’n 9 miljard mensen – in Afrika. Dat is een enorme afzetmarkt. Andersom zijn veel van de grondstoffen die de komende decennia nodig zijn om economieën te verduurzamen in Afrikaanse landen voorhanden. Aandacht voor Afrika kan dus niet alleen profijtelijk zijn, maar is ook strategisch van belang.

Terecht wees de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) er vorige maand op dat Europa in Afrika veel invloed heeft prijsgegeven. Door het koloniale verleden, handelsbeperkingen en onbedoelde neveneffecten van ontwikkelingshulp heeft het Westen, begrijpelijk, sympathie verspeeld. De nieuwe handelspartners geven Afrikaanse landen wat ze vragen, zonder streng te wijzen op democratische tekortkomingen of mensenrechtenschendingen. Dat werd recent goed zichtbaar in Mali, dat in de strijd tegen het jihadisme militairen van oud-kolonisator Frankrijk inruilde voor aan het Kremlin gelieerde huurlingen. Dat deze Wagner Groep ook andere belangen en bedoelingen heeft bleek uit journalistiek onderzoek in de Centraal-Afrikaanse Republiek: concessies voor goud, diamanten en hardhout vielen in handen van dochterbedrijven.

Het is aan Afrikaanse landen zelf om zakenpartners en ideologische bondgenoten te kiezen. Maar het zou goed zijn als EU-landen zich samen buigen over een nieuwe benadering van het continent waarbij die liberale waarden wél een rol blijven spelen. Economische ontwikkeling gedijt nu eenmaal beter bij vrijheid en een stevige rechtsstaat; daar wezen ook oppositiepolitici op in de landen die Lavrov bezocht. De AIV adviseert snel te handelen teneinde de huidige voedselcrisis – een gevolg nota bene van de Russische agressie in Oekraïne – het hoofd te bieden. Dat klinkt verstandig en noodzakelijk. Stabiliteit en ontwikkeling in Afrika helpen beide oevers van de Middellandse Zee en zijn daarmee op langere termijn juist ook een zaak van Europa.