Reportage

Dankzij Poetin weten de Zweden weer waar hun schuilkelders zijn

De Zweedse website om de dichtstbijzijnde schuilkelder te vinden is sinds de oorlog in Oekraïne erg populair. Voor de meeste mensen is een plek geregeld.
De ingang van de Södermalm-schuilkelder in Stockholm aan de kant van Stadsgårdsleden.
De ingang van de Södermalm-schuilkelder in Stockholm aan de kant van Stadsgårdsleden. Foto Sofia Nahringbauer

Stefan Söderberg draait de lange ijzeren sleutel om in het slot, en terwijl hij een hendel omhooghaalt, gaat de zware groene stalen deur langzaam open. Koude lucht ontsnapt. „Deze eerste deur is bestand tegen de schokgolf van een zware explosie, de tweede is luchtdicht en beschermt tegen giftige gassen”, vertelt Söderberg geroutineerd. Zijn lange rossige baard valt op onder een kaal geschoren hoofd, hij draagt donkere werkkleding. De Torsgatan Skuddsrum is een van de twintig schuilkelders die Söderberg voor de stad Stockholm beheert. Gebouwd in 1939 in een hoge rotswand onder de zuidwestkant van het grote stadspark Vasaparken, behoort die tot de oudste van de zevenduizend schuilkelders die de stad rijk is.

Binnen in de schuilkelder zijn de muren blauw, de buizen en alle installaties knalgeel. De kleuren van Ikea en van Zweden. „Toeval”, lacht Söderberg, „die kleuren hebben ze in de jaren tachtig gekozen, dat zouden we nu nooit meer doen.” De ruimte oogt krap voor de 230 mensen die hier zouden moeten kunnen schuilen, een oppervlakte van 0,75m2 per persoon.

In heel Zweden zijn er rond de 65.000 schuilkelders voor in totaal zeven miljoen inwoners, zo’n 70 procent van de bevolking. Behalve Zwitserland (voor meer dan het aantal inwoners) en Finland (voor 70 procent) heeft geen enkel ander Europees land zo’n uitgebreid netwerk van schuilkelders voor zijn burgerbevolking. In 2017 besloot de Zweedse regering, na de toegenomen Russische dreiging door de annexatie van de Krim, om alle schuilkelders opnieuw in kaart te brengen en waar nodig op te knappen. Lange tijd is er nauwelijks naar omgekeken.

De Torsgatan-schuilkelder, ingang links, kan onderdak bieden aan rond de 230 mensen.Foto Sofia Nahringbauer

NAVO-toetreding

De belangstelling is enorm toegenomen sinds de oorlog in Oekraïne, zeker nu Zweden het historische besluit heeft genomen om lid te worden van de NAVO. De in 2017 door de overheid gelanceerde website waarop de dichtstbijzijnde schuilkelder te vinden is, is sinds de inval in Oekraïne erg populair. Ook de overheidsbrochure Als crisis of oorlog eraan komt, die in 2018 huis aan huis is verspreid om de burgerbevolking beter voor te bereiden, wordt online weer flink gelezen.

„De eerste schuilkelders zijn gebouwd in 1938/39, net na de invasie van Tsjechoslowakije door nazi-Duitsland”, vertelt architectuurhistoricus en schuilkelderexpert Henrik Nerlund. „Zweden realiseerde zich dat het zijn burgerbevolking onvoldoende kon beschermen tegen luchtaanvallen en besloot schuilkelders te bouwen.” Na de Tweede Wereldoorlog, waarin Zweden neutraal bleef, werden er meer gebouwd. In de jaren vijftig en zestig was er sprake van een explosieve toename, vooral in stedelijke gebieden.

De oudere schuilkelders waren vooral bedoeld om mensen te beschermen tegen explosies en gassen, voor een verblijf van hooguit een paar dagen. De schuilkelders uit de jaren vijftig en zestig zijn veel groter, kunnen de impact van een atoombom aan en zijn geschikt voor een langer verblijf.

2022-06-19 Stockholm. Bombshelters. The Royal Palace, Gamla stan, Stockholm.
De Johanneskerk schuilkelder is de op twee na grootste openbare nucleaire opvang in de Zweedse hoofdstad. Het heeft een capaciteit van ongeveer 5000 mensen.
2022-06-19 Stockholm. Bombshelters. Johannes church.
Links een schuilkelder nabij het koninklijk paleis in Stockholm. Rechts de Johanneskerk-schuilkelder, de op twee na grootste in de Zweedse hoofdstad met een capaciteit van ongeveer 5000 mensen.
Foto Sofia Nahringbauer

Atoombombestendig

Katarinaberget, op het eiland Södermalm in het centrum van Stockholm, is zo’n grote schuilkelder. De kelder werd gebouwd in de jaren vijftig als ’s werelds grootste atoombombestendige schuilplaats voor burgers en biedt, met een oppervlakte van bijna 16.000 vierkante meter, onderdak aan twintigduizend mensen voor verblijf van een maand. Niet alleen wordt de lucht die van buiten komt gezuiverd, ook kan de lucht in de kelder een maand lang gerecycled worden, vergelijkbaar met het systeem in onderzeeërs. In vredestijd wordt Katarinaberget, zoals wel meer grotere schuilkelders, gebruikt als parkeergarage om de kosten voor het onderhoud te dekken. Maar bij een verhoogd dreigingsniveau, kan hij binnen 48 uur gebruiksklaar zijn.

Hoewel het onderhoud van de schuilkelders na de Koude Oorlog minder prioriteit kreeg, zijn de meeste nog steeds in redelijk goede staat. Tot 2002 was het verplicht bij nieuwbouwprojecten ook een schuilkelder te bouwen, die de eigenaar met subsidie moest onderhouden. Menig eigenaar is in de afgelopen maanden gaan kijken hoe de zijne erbij ligt. Vaak blijken ze te worden gebruikt als rommelhok.

Bewoners in wijken van na 2002, komen inmiddels tot de ontdekking dat in hun buurt vaak geen schuilkelders zijn. Het leidt tot debat en de vraag of die er niet alsnog moeten komen.

Bezems, batterijen en emmers

In de Torsgatan Skuddsrum wijst beheerder Stefan Söderberg naar een georganiseerde stapel spullen naast de grote installatie voor het filteren van de buitenlucht. „Dit zijn de basisgereedschappen die je nodig hebt in elke schuilkelder”, zegt hij. Twee bezems, twee scheppen, twee pakjes batterijen, kartonnen dozen met nieuwe luchtfilters en stapels grote plastic emmers met daarop een kartonnen doos waar toiletbrillen uitsteken. „Mensen moeten zelf warme kleding, medicijnen en eten meenemen. Wij zorgen dat er schone lucht is, water en een plek om te schuilen.”

In een aparte ruimte meteen bij binnenkomst links, staat op een tafel een houten kist met leren handvat. De kist bevat de gebruiksaanwijzingen voor de schuilkelder. Per hoofdstuk staat precies uitgelegd wat er moet gebeuren bij welke soort crisissituatie. 1988-04-01 staat bij een van de hoofdstukken. „Een beetje gedateerd”, geeft Söderberg toe, „maar ze zijn nog steeds geldig. Wanneer de oorlog komt moeten we deze instructies volgen.”

Ingang van de Stadsgårdsleden-bunker in Södermalm.Foto Sofia Nahringbauer

Kleinere schuilkelders zoals deze hebben zo’n handleiding zodat burgers zelf weten wat ze te doen staat. Bij de grotere is die bediening complexer en is er een team van dertig mensen nodig. Daar zit een probleem. Na de Koude Oorlog aan het einde van de jaren negentig, zijn de meeste teams verdwenen. Er zullen nieuwe mensen voor moeten worden opgeleid. De politiek is er nog niet uit wie daarvoor verantwoordelijk wordt.

„Als het luchtalarm afgaat heb je slechts drie minuten om bij een schuilkelder te komen, ’s nachts vier en als je aan de kust woont twee minuten”, zegt historicus Nerlund. Er vanuit gaande dat de dreiging uit het oosten komt én gerekend op basis van wapens destijds gebruikelijk waren.

Ook al zijn er niet genoeg schuilkelders voor alle ongeveer tien miljoen Zweden, toch vindt Nerlund dat je het psychologische effect ervan niet moet onderschatten. „Als jij weet dat jouw land alles probeert te doen om jou te beschermen, dan ben jij ook veel sneller bereid om je land te helpen verdedigen als dat nodig is.”

Kristin Nilsson (45), Stockholm

Foto Lotte Rijkes

„Ik woon sinds een half jaar in een appartementencomplex dat in 2021 is gebouwd, dus in ons gebouw is geen schuilkelder. Ik weet eigenlijk ook niet waar in de buurt er wel eentje is, maar ik vermoed in een van de oudere gebouwen in de buurt. Het appartementencomplex waarin ik hiervoor woonde was gebouwd in de jaren vijftig en had wel een schuilkelder.

Die stond leeg en ik wilde hem gaan gebruiken als fietsenstalling. Sinds de oorlog in Oekraïne ben ik mij ervan bewust dat er geen schuilkelder is waar ik nu woon en daar maak ik mij wel een beetje ongerust over. Maar als er wat gebeurt, ga ik denk ik naar de kelder van ons complex, dat lijkt mij veiliger dan in mijn eigen appartement blijven.”

Anujin Chinzorig (17), Stockholm

Foto Lotte Rijkes

„Ik weet dat er veel schuilkelders bij mij in de buurt zijn, maar ik heb geen idee waar precies. Toen de oorlog in Oekraïne begon, zag ik op tv een uitzending van een restauranteigenaar die de schuilkelder gebruikte als opslag, dat vond ik wel grappig.

In het begin maakte ik mij wel even zorgen en was ik er mee bezig, maar nu eigenlijk niet meer. Ik woon nog bij mijn ouders en wij hebben elkaar. Als er iets gebeurt, dan is dat zo en dan komen we er wel uit.”

Sten Arvidsson (75), Stockholm

Foto Lotte Rijkes

„Toen de oorlog in Oekraïne uitbrak, heeft mijn vrouw uitgezocht waar bij ons de dichtstbijzijnde schuilkelder is. Die blijkt aan de overkant van de straat te zijn. Ik had geen idee dat er zo dichtbij eentje zat. Hij is voor 150 mensen, dus als hij vol is gaan we er naar eentje 400 meter verderop, daar kunnen zo’n tweeduizend mensen in.

Wij hebben ook een tas klaarliggen met eten en een radio erin om mee te nemen als we moeten vluchten. Ik denk dat de oudere generatie die de Koude Oorlog heeft meegemaakt zich eerder afvraagt waar de schuilkelders zijn dan jongeren. Die zijn daar niet mee opgegroeid.”