Opinie

Wat zeiden de jonge corpsballen met hun woorden over zichzelf?

Louise O. Fresco

De relatie tussen mannen en vrouwen is op onnavolgbare wijze verwoord door schrijver en kunstcriticus John Berger: „Men look at women. Women watch themselves being looked at.” De benoemde asymmetrie komt voort uit machtsverhoudingen: pas de recente economische autonomie van vrouwen maakt het voor hen mogelijk om zichzelf niet meer uitsluitend door de ogen van mannen te beoordelen. Toch blijft het ijkpunt voor mannen andere mannen, terwijl dat voor vrouwen de blikken van mannen voor andere vrouwen zijn. Beiden kijken naar de concurrentie van hun seksegenoten, maar hun assets verschillen. Het is het klassieke verhaal van mannen die hun status bevestigen door de vrouwen die zij kunnen krijgen, en vrouwen die hun status ontlenen aan hun begeerlijkheid in de ogen van mannen.

Natuurlijk is het bovenstaande een generalisatie, maar het patroon is niet weg. Nu het stof van afschuw en verontwaardiging is neergedaald, dringt zich de vraag op naar de achtergronden van het gedrag van een aantal leden van het Amsterdamse studentencorps. Dat de gebezigde termen vernederend, kwetsend en onacceptabel zijn behoeft geen discussie. Woorden dragen echter veel meer betekenissen in zich dan alleen de letterlijke. Ze zeggen iets over het object maar ook over het subject, de spreker. Wat zeiden de jonge corpsballen met hun woorden over zichzelf?

Op een eerste niveau lijken de uitspraken puberale provocaties. Het allerergste zeggen wat je kunt verzinnen om zo de aandacht te trekken van je peers. Wie weet tegelijkertijd je afzetten tegen je nette ouders. Tegenstrijdig waarschijnlijk met wat de zwijgende meerderheid in hun hart echt denkt over vrouwen die zij kennen.

Deze brallerige uitspraken verbergen, denk ik, onzekerheid en zelfs machteloosheid. Jonge mannen hebben het niet per se makkelijk vandaag de dag. Vrouwelijke studenten zijn gemiddeld succesvoller en gedisciplineerder. Zij krijgen op veel plekken de voorkeur om de gender balance te herstellen. Zij zijn veeleisend in wat zij van potentiële mannelijke partners verwachten. Die moeten slim, ambitieus maar ook zacht en empathisch zijn. Onzekerheid overschreeuwen door vrouwen te vernederen tot seksuele objecten past hierbij.

Je kunt er nog een laag bovenop leggen. Ook bij veel vrouwen bestaat verwarring over hun rollen en houding tegenover mannen. Vijftig jaar geleden sprak Nancy Friday met duizenden Amerikaanse vrouwen over hun geheime seksuele verlangens. Daarbij viel op hoe vaak vrouwen fantaseerden over een ondergeschikte rol, als slavin, als hoer, gedwongen tot sadomasochistische handelingen. Friday gaf daar als verklaring voor dat juist fantasieën de mogelijkheid bieden seksualiteit te beleven zonder hun eigen verlangens te hoeven erkennen. „Dwing me, alsjeblieft!”, en dergelijke teksten.

Vergelijkbare patronen zie je in Histoire d’O en Vijftig tinten grijs, beide geschreven door vrouwen. Het gaat dus niet om letterlijke verlangens, maar om het verlangen naar vrijheid van seksuele expressie. Die, althans in de fantasie, en uitsluitend daar, ongebreideld en schuldeloos kan zijn. Is het corporale gebral van mannen een uiting van vergelijkbare onderdrukte verlangens, misschien niet eens naar dominantie, maar naar seksuele en affectieve expressie? Analoog met wat Nancy Friday constateerde bij vrouwen?

Termen als ‘hoer’ verwijzen naar meer dan de zucht naar seksuele dominantie door losgeslagen jonge mannen. Ze volgen uit de complexe spanningen tussen mannen en vrouwen en tussen mannen en vrouwen onderling. Woorden doen pijn en ja, deze woorden zijn onacceptabel. Tegelijk kun je je ook afvragen of enige weerbaarheid in de samenleving niet zou helpen om deze dronkenmanspraat te relativeren tot wat het is: stomme, denigrerende provocaties gebaseerd op dieper ongemak. Mannen kijken naar vrouwen en de maatschappij kijkt naar hen.

Louise O. Fresco is wetenschapper, bestuurder en schrijver (louiseofresco.com).