Te oud om met je ouders op vakantie te gaan? Nee hoor, scheelt nog geld ook

Gezinsleven Twintigers doen het uit vrije wil: met hun ouders mee op vakantie. Het tekent de generatie die langer thuiswoont. „Ik zie mijn ouders niet als vrienden, maar we staan wel dicht bij elkaar.”

Illustratie Gijs Kast

De zussen Kyra (19) en Anna (20) Schuttert kunnen uittekenen hoe het zal gaan. Kyra heeft al netjes haar koffer ingepakt, terwijl Anna nog ‘even snel’ een tentamen moet maken en dan – zo vermoedt Kyra – gauw nog even wat spullen in haar koffer gooit. Hun moeder Brigitte kan er wel om lachen. „Ik ga me er niet mee bemoeien. Daar moet ik wel mijn best voor doen hoor, maar ik weet: ze zijn oud en zelfstandig genoeg.”

Toch gaan die zelfstandige dochters nog steeds met hun ouders mee op vakantie. Voorgaande jaren waren de bestemmingen in Europa, zoals Italië en Zuid-Frankrijk. Dit jaar wordt het anders: de familie Schuttert gaat bijna twee weken naar Colombia en aansluitend vier dagen naar New York. „Heel vet”, zeggen de zussen. Hun moeder heeft er „veel zin in”.

Harde cijfers zijn er niet, maar volgens Jan Latten, demograaf en emeritus hoogleraar sociale demografie aan de Universiteit van Amsterdam, blijven jongeren langer met hun ouders op vakantie gaan. En dat is „volkomen logisch”, zegt hij: jongeren blijven nu langer thuiswonen en doen dus langer mee met het gezinsleven. In 2020 waren jongeren gemiddeld 23,7 jaar toen ze het huis uitgingen, in 2012 was dat nog 22,8, berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

„De levensloop van twintigers is veranderd”, zegt Latten. „Het is allemaal wat losser, de stappen in het leven gaan, anders dan voorheen, niet meer één duidelijke richting op.” Hij noemt ze boemerangkinderen: jongeren proberen verschillende relaties, studies en woonvormen uit – en switchen ook van uitwonend naar inwonend en weer terug. „In de jaren 70, 80 en ook nog 90, ging je pas het huis uit als je een partner had en een vaste verbintenis aanging. Je trouwde, dat gebeurde toen ook veel eerder, je kreeg een gezin, en ja, met je ouders op vakantie gaan als getrouwd stel, dat was nogal not done. En teruggaan naar je ouders al helemáál niet. Ook niet als je niet voor een partner, maar voor een studie uit huis ging.”

CBS-cijfers onderschrijven dat: van de jongeren die in de jaren zeventig uit huis gingen, keerde 7 procent van de mannen en 10 procent van de vrouwen terug. Twee decennia later was dat voor mannen en vrouwen 15 procent, en onder vrouwen is dat percentage inmiddels gestegen: bijna 20 procent van hen keert vijf jaar na vertrek terug naar het ouderlijk huis. Het vaakst is de reden een verbroken relatie, gevolgd door te weinig geld, een afgebroken studie of gebrek aan woonruimte na het afstuderen.

Avontuurlijke reizen

Vertrek is niet meer zo definitief, zegt Latten. „De deur is niet helemaal dicht, sterker nog: die staat wagenwijd open.” Daardoor is volgens hem voor jongeren ook de stap om met ouders op vakantie te gaan, minder groot. Dat ziet ook Berend Simon, manager touroperator bij Sawadee Reizen, die verschillende familiereizen aanbiedt: er gaan nog „heel wat” oudere kinderen mee. „Het gaat dan vooral om avontuurlijke reizen. En ver weg heeft hun voorkeur.”

Lees ook een eerdere opvoedvraag: Mogen onze 18-plussers kosteloos mee op vakantie?

Dat twintigers van nu graag nog met pa en ma op vakantie gaan, komt ook doordat de huidige pa’s en ma’s „steeds leukere dingen doen”, zegt Wim Gramsma. Hij werkte jarenlang als marketeer in de reisbranche, is docent consumentpsychologie bij Saxion Hogescholen en geeft lezingen over wat er in het brein van vakantiegangers gebeurt. De avontuurlijke verwegvakanties zijn steeds meer in trek bij vijftig- en zestigplussers, ziet Gramsma. „Als ze geld hebben kunnen jongeren met vrienden op feestvakantie en dan met hun ouders wat verder weg. We zijn allemaal veel mondialer geworden. Veertig jaar geleden was kamperen in Frankrijk of een week naar dat duffe hotelletje al een hele onderneming voor gezinnen, áls ze al gingen.”

Latten wijst erop dat vakantie ook meer mag kosten. „Er zijn natuurlijk, helaas, ook veel gezinnen die het niet kunnen betalen, maar de vraag: ‘Ga je nog op vakantie?’ is nu wel normaler. Er gaat veel meer geld om in vakanties dan vroeger.”

Volgens Lonneke van den Berg helpen ouders hun kinderen ook langer op financieel vlak. Ze is socioloog aan de Radboud Universiteit en doet onderzoek naar de levensloopgebeurtenissen van jongvolwassenen. „Jongeren hebben het op financieel gebied niet altijd makkelijk. Dat komt door het leenstelsel, en we kruipen net uit een pandemie. Mogelijk denken ouders: wij kunnen jullie vakantie betalen, maar gaan dan zelf ook mee.” Win-win: ouders profiteren van het gezelschap, jongeren maken reizen verder weg.

Brigitte Schuttert doet daar ook niet geheimzinnig over: zij en haar man betalen de vakantie van hun dochters. „Ze werken, ze studeren, wonen op kamers en weten ook dat zo’n reis duur is, dus ze doen er zeker niet lichtzinnig over. We vinden het belangrijk ze cultuur mee te geven, en samen herinneringen te maken. Dat ze over een paar jaar nog steeds zeggen: ‘Wij waren daar met z’n vieren, en het was zo vet’.”

Illustratie Gijs Kast

Daar komt bij dat de kloof tussen ouders en hun kinderen kleiner is dan pakweg twintig, dertig jaar geleden. Gramsma: „Ze vinden het allemaal leuk om op adembenemende plekken te hiken, samen te skiën. En ja, misschien pakt de zoon dan de zwarte piste en ma de gele, maar ze ontmoeten elkaar wel weer onder aan die berg, voor een biertje.”

Gelijkwaardiger

Zo gaat de familie Schuttert de eerste zes dagen in Colombia te paard van plek naar plek. „Ik heb wel zin in een beetje spanning, en een keer een totáál andere wereld zien”, zegt Kyra. Maar zegt ze ook: „Als we naar de camping waren gegaan, had ik het ook leuk gevonden.” Anna: „Je weet gewoon dat dat ook gezellig wordt met z’n allen.”

Wim Gramsma doet als vader ook mee aan de belevingseconomie en het meemaken van wat hij „once in a lifetime-momenten” noemt. „Ouders gunnen hun kinderen die momenten, maar willen er zelf ook onderdeel van zijn.” Afgelopen februari heeft hij geskied met zijn dochter van 22, en zodra zijn zoon van 24 terug is van zijn backpackreis wil Gramsma met hem naar een uitdagende bestemming.

De band tussen ouders en hun kinderen is veranderd, stelt socioloog Van den Berg. „De relaties tussen volwassenen en jongvolwassenen is heel hecht, waarschijnlijk hechter ook dan bij voorgaande generaties. Het is allemaal opener, gelijkwaardiger.” Anna beaamt het. „Ik zie mijn ouders niet als vrienden, maar we staan wel dicht bij elkaar, begrijpen elkaar en hebben bijvoorbeeld heel erg dezelfde humor.”

Intensive parenting

Het past in de trend van ‘intensive parenting’ die Van den Berg in Nederland ziet. Bij deze vorm van ouderschap zorgen ouders ervoor dat hun kinderen, ongeacht hun leeftijd, hun talenten zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen en hun behoeften zo goed mogelijk kunnen vervullen – en die „een aanzienlijke hoeveelheid tijd en geld” kost, volgens Patrick Ishizuka, hoogleraar sociologie aan Washington University.

„Ouders spelen hier tot op relatief hoge leeftijd nog een belangrijke rol in het leven van hun kinderen. Er is ook nog een zorgtaak als ze 20 zijn, of ouder.” Verklaarbaar is het ook, stelt Van den Berg. De gezinnen zijn veel kleiner, en er is dus veel meer tijd en aandacht voor ieder kind. Daarnaast hebben jongvolwassenen in die twintigerslevensfase lang niet altijd een (vaste) partner die bepaalde zorgtaken op zich kan nemen. „Die ondersteunende, zorgende rol vervullen de ouders deels. Ook als hun kinderen het huis uit zijn.”

Brigitte Schuttert herkent dat: „Onze dochters kunnen zich goed redden, daar sturen we ook op aan, maar ze weten dat hier de deur altijd openstaat.”