Reportage

Op Sint Eustatius vreten de geiten de hellingen kaal

Sint Eustatius Het loslopende vee is onderwerp van verhit debat op het Caribische eiland.

Geiten op een geërodeerde helling bij Oranjestad.
Geiten op een geërodeerde helling bij Oranjestad. Foto’s Souleyman TItah

Met zijn jachtgeweer om zijn schouder sluipt hij door de stekelige bosjes. Zwijgend wijst Anthony Courtar (50) naar één van de rotsachtige heuvels voor hem, hij kijkt om en steekt twee vingers op. Hij laadt zijn geweer, kijkt door de richtkijker en – TAK! – schiet. De knal echoot door het heuvelige landschap. Hij heeft de twee geiten, stipjes in de verte, niet weten te raken. TAK! TAK! Weer niet. „Shit”, zegt Courtar. „Het is niet bepaald mijn geluksdag.”

Hier, in Boven National Park op het Caribische eiland Sint Eustatius (ruim 3.000 inwoners), zwerven de geiten van Courtar rond. Hij schat dat het er een paar duizend zijn, hij weet het niet precies, ze lopen altijd los en vermenigvuldigen zich snel. Dat het de zijne zijn, weet hij omdat het park omheind is en hier geen geiten van anderen leven. Samen met twee neven nam hij de dieren van zijn oom over. Met zijn drieën zorgen ze ervoor dat ze genoeg water krijgen. En ze schieten er regelmatig een paar af. Geitenvlees is populair op het eiland en een lucratief exportproduct.

De geiten van Courtar zijn niet de enige geiten die op Sint Eustatius, een bijzondere gemeente van Nederland, rondzwerven. Het zijn er zo’n 14.000, volgens de gemeente. Er lopen ook nog een paar duizend koeien, schapen en varkens los. Inwoners van Sint Eustatius klagen al jaren over het loslopend vee op het eiland. Het vreet zo’n beetje het hele eiland kaal, wat zorgt voor erosie van de heuvels en kliffen van Sint Eustatius. En het vee dat ook in de bebouwde gebieden loopt, zorgt voor verkeersongelukken, mislukte oogsten, en schade aan tuinen, auto’s en waterleidingen

Het loslopende vee is onderwerp van verhit debat op het eiland. Veel vee-eigenaren en hun sympathisanten zeggen dat het bij de cultuur van Sint Eustatius hoort. Tegenstanders wijzen op de overlast van de dieren en op het feit dat ze niet altijd los hebben gelopen. Dit gebeurt pas sinds de jaren tachtig, toen veel boeren banen in de industrie kregen, bijvoorbeeld bij de olieterminal die in die periode op het eiland kwam. De veehouderij werd voor hen een bijbaan, waar ze niet al te veel tijd en geld aan wilden spenderen.

De afgelopen jaren probeerde de gemeente de eigenaren van het loslopend vee te stimuleren hun dieren achter een omheining te zetten, bijvoorbeeld door veevoer en hekken te subsidiëren. Dat heeft nauwelijks geholpen. Daarom kondigde de plaatsvervangend regeringscommissaris van het eiland, Claudia Toet, begin juli een drastische maatregel aan: het loslopende vee zou worden afgeschoten. Daarmee begon de gemeente op 11 juli in de bewoonde gebieden. De andere gebieden, zoals Boven National Park, zijn later aan de beurt. De opbrengsten van het vlees gaan naar de gemeente en in het geval een dier schade heeft veroorzaakt, gaat een deel van de opbrengst van het geslachte dier naar de schadelijder.

Vlees zelf verkopen

Courtar en zijn neven hebben het heft in eigen handen genomen en schieten zoveel mogelijk van hun geiten af. Dan kunnen ze het vlees tenminste zelf verkopen. De geiten achter een omheining zetten, is geen optie: ze hebben niet genoeg grond.

„Aan de ene kant vind ik het natuurlijk niet oké dat de gemeente mijn geiten wil afschieten. Aan de andere kant snap ik het wel: het zijn er echt te veel.” Courtar is de bosjes uitgelopen en kijkt hoe de golven van Venus Bay tegen de kust slaan. Hij wijst naar één van de rotsachtige heuvels die deels in de baai ligt. „Zie je hoe erg die geërodeerd is? Daar hebben de vele geiten aan bijgedragen.” De geiten lijken inderdaad te werken aan een reusachtige sculptuur: bijna al het groen is weg, de structuur van de heuvel is zeer onregelmatig en aan de voet is de grond bezaaid met brokken steen.

Geitenboer Pedro Courtar.

De erosie van heuvels en kliffen op het eiland is een natuurlijk proces. Het loslopende vee en klimaatverandering versnellen dat. Het hoofd van de gemeentelijke afdeling Economie, Natuur en Infrastructuur (ENI), Anthony Reid, zei op de lokale radiozender Radio Statia dat het eiland elke drie jaar tot één meter kleiner wordt door erosie. Bovendien worden koraalriffen beschadigd door de grote hoeveelheid sediment die in de zee terechtkomt. De heftige erosie zorgt ook voor direct gevaar. Zo vielen in januari stukken uit een klifwand op het lokale energiebedrijf van Sint Eustatius, waardoor de stroom op het eiland tijdelijk uitviel.

Anthony Courtar en zijn neef Pedro Courtar (49) zijn één van de weinige veehouders die begrip kunnen opbrengen voor de beslissing van de gemeente. Dat is misschien ook makkelijker als je dieren nog even veilig zijn voor executie door de overheid. „Laatst was de jager die namens de gemeente het loslopende vee doodschiet met zijn auto op weg naar het slachthuis toen hij werd klemgereden door een boze veehouder”, vertelt Pedro op een bankje in zijn tuin in Oranjestad, de hoofdstad van Sint Eustatius. De jager, die zichzelf liever ‘faunabeheerder’ noemt, bevestigt dat telefonisch. Hij heeft aangifte gedaan tegen de veehouder. „Ik snap dat je niet wil dat je vee wordt doodgeschoten, maar als je er ook geen grond voor hebt, wat is dan de oplossing?”, zegt Pedro.

Bestuurd door Den Haag

Pedro is bang dat er méér achter het ruimen van de dieren zit. „Nederland zegt dat het alleen om de natuur en de veiligheid gaat, maar jullie kijken altijd ver vooruit, hebben altijd een plan. Ik ben bang dat er nieuwe hotels en bungalows worden gebouwd als de dieren zijn geruimd.”

Het ruimen is een beslissing van de gemeente, maar die wordt sinds 2018 bestuurd door Den Haag. Toenmalig staatssecretaris Raymond Knops (Koninkrijksrelaties, CDA) zette in dat jaar het lokale bestuur opzij en benoemde een regeringscommissaris, omdat er volgens een onderzoekscommissie onder dat bestuur sprake zou zijn geweest van „wetteloosheid” en „financieel wanbeheer”.

Wie nauwelijks begrip kan opbrengen voor de beslissing van de gemeente, is Leonard Woodley (57), vertelt hij via een videobelverbinding. Hij is aan het werk in het slachthuis van Sint Eustatius. Naast zijn baan als slachthuismedewerker houdt hij zo’n 500 schapen, 30 varkens en 15 geiten. Hij heeft wel grond met een omheining, maar kan niet genoeg voer voor de dieren kopen. Daarom laat hij ze overdag loslopen om te eten. „Als mijn dieren overlast veroorzaken, regel ik dat altijd zelf met de schadelijder”, zegt Woodley. Achter hem hangt een uitgebeende geit aan een haak. „Ik betaal dan voor de schade en kan het vlees zelf houden. Nu krijgt de overheid het vlees én moet ik voor zowel de schade als voor het schieten betalen.” Oneerlijk, vindt Woodley. En over de erosie: „Daar zie ik weinig van, terwijl de dieren al jaren in de heuvels zitten.”

Kaalgevroten helling op het eiland.
Loslopende geiten worden gevoerd in Fort Oranje.
Loslopende geiten worden gevoerd in Fort Oranje.

Eind juli maakte plaatsvervangend regeringscommissaris Toet bekend dat er tot dan toe 134 loslopende dieren waren gedood, voornamelijk geiten en schapen. Hoeveel dieren er in totaal gedood gaan worden, is nog niet duidelijk. Er moet nog een langetermijnplan worden gemaakt, zegt Anthony Reid in zijn kantoor in Fort Oranje in Oranjestad. De klifwanden waar het oude fort op staat, zijn gestut omdat de klif door hevige erosie op instorten stond. „We gaan ook nog met de veehouders om tafel zitten voor een langetermijnoplossing, maar er moest snel iets gebeuren.”

Lees ook: Sint Maarten minder afhankelijk maken van toerisme? Hoe dan?

Dat laatste was afgelopen juni goed te merken bij een town hall meeting op Sint Eustatius, waar ook staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Alexandra van Huffelen (D66) en minister van Volkshuisvesting Hugo de Jonge (CDA) aanwezig waren. Zij waren op werkbezoek op het eiland. Meerdere burgers grepen geagiteerd de microfoon om te zeggen dat er nú echt een oplossing moest komen voor de problemen met het loslopende vee. Ze kregen de volle steun van regeringscommissaris Alida Francis. „We kunnen niet meer toestaan dat 10 procent van onze samenleving de andere 90 procent gegijzeld houdt.”

Op straat in Oranjestad zeggen verschillende mensen heel blij te zijn met de ingreep van de gemeente, zoals Michele Woodley (55). Ze komt een supermarkt uitlopen met twee stapels plastic bekers onder haar arm. „De geiten kwamen steeds mijn tuin in en dan aten ze mijn planten op, braken de potten en beschadigden de muren. Mijn man heeft een heel hekwerk moeten installeren om ze buiten te houden. Er is veel sentiment over de geiten op het eiland, maar we kunnen niet altijd blijven leven zoals vijftig jaar geleden.”

Niet iedereen zonder vee denkt daar zo over. „Afschieten is niet de oplossing”, zegt Ralph Busby (59), visser en ambtenaar. Hij zit op een bankje naar zijn draagbare radio te luisteren. „Je moet dieren niet voor niets doden. Wij mensen denken altijd maar dat we overal de baas van zijn, maar dat is niet zo.”